B. wist op het nippertje te ontkomen

Rechtszaak

Tegen de bestuurder van de hoogwerker die vorig jaar een dodelijk treinongeval veroorzaakte in Dalfsen is 240 uur taakstraf geëist.

De Arriva-trein na de aanrijding bij Dalfsen, februari vorig jaar. De machinist kwam bij het ongeval om het leven. Foto Vincent Jannink/ANP

De 23-jarige Job B. uit Zwolle heeft zich vorig jaar februari geen moment gerealiseerd dat het oversteken van een spoorwegovergang met een traag rijdende hoogwerker „tricky” zou kunnen zijn. Dat zei hij gisteren tegen de rechters in Zwolle.

B. bestuurde 23 februari 2016 de telescoophoogwerker met rupsbanden die in botsing kwam met een Arriva-trein op de spoorlijn Zwolle-Ommen ter hoogte van Dalfsen. De trein die een snelheid had van ruim 130 kilometer per uur, ontspoorde en kantelde. De 49-jarige machinist kwam om het leven. Twee van de zes inzittenden (vijf reizigers en een conducteur) raakten gewond. Ze werden door de coupé geslingerd.

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste dinsdag een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor één jaar met een proeftijd van twee jaar. Justitie vindt dat B. ernstig fout zat en grote risico’s heeft genomen: „B. ging ervan uit dat het wel goed zou gaan.”

B. had de dienstregeling niet geraadpleegd, stelde de officier, en B. had kunnen weten dat er meer tijd nodig was om het spoor over te steken dan de tijd die er zat tussen het dalen van de spoorbomen en het passeren van de trein.

De hoogwerker kon niet harder dan één kilometer per uur. De verdachte komt dan 49 seconden tekort voor een veilige oversteek, rekende de officier voor. „Daar hebben we niet bij stilgestaan”, moest de verdachte toegeven.

B. zelf wist op het nippertje uit de bak van de hoogwerker te springen, nadat hij de machinist nog zwaaiend met één arm – met de andere bediende hij de hoogwerker – had geprobeerd te waarschuwen.

Het hoveniersbedrijf waarbij B. werkt, had de hoogwerker gehuurd om een boom te rooien op een boerenerf vlakbij het spoor. Omdat de dieplader die nodig is voor het vervoer van zo’n hoogwerker het erf niet kon bereiken, moest B. de hoogwerker ernaartoe rijden, via de spoorwegovergang.

In afwachting van de dieplader, een dag voor het ongeval, dronken B. en zijn baas koffie bij hun klant. Van hem begrepen ze dat er vier treinen per uur reden. Ze hadden ook nog even bij het spoor staan kijken. „We waren ervan overtuigd dat er tijd genoeg was”, zei B. tegen de rechtbank. „Ik had er vertrouwen in. Met de ervaring van mijn baas en de inschatting die we hadden gemaakt, dacht ik niet: dit is tricky.”

Toen de hoogwerker een dag later moest worden teruggereden, dacht. B. weer tien minuten tot een kwartier de tijd te hebben, maar dat waren even voor negen uur vijf minuten. In de spits rijden er meer treinen op het traject.

Waarom heeft u de dienstregeling niet geraadpleegd, wilde de rechter weten. „Weet ik niet”, reageerde de verdachte. Treinen kunnen ook vertraagd zijn, wierp ze op. „Niet aan gedacht”, zei de verdachte.

Er was ook een andere rijroute voor de dieplader mogelijk geweest, waarbij B. niet met de hoogwerker over het spoor had gemoeten, bleek tijdens de zitting. B. zei daarover: „Dat was mij niet bekend.”

Voor de weduwe van de machinist had de zitting niet gehoeven, zei ze in haar slachtofferverklaring. „Als de hoogwerker eerder klaar had gestaan, als de bestuurder de reistijden had geweten… Als, als… het is gegaan zoals het is gegaan. Deze gebeurtenis kent alleen verliezers. We krijgen Erik er niet mee terug.”

Het ongeval heeft B. erg aangegrepen. Hij staat onder behandeling van een psycholoog. B.: „Het doet me wel veel.” Volgens zijn advocaat, Vincent Wolting, was de oversteek wel goed voorbereid. Hij vroeg vrijspraak voor zijn cliënt.

Uitspraak 26 september.