Column

Wie gaat er betalen voor WhatsApp?

We appen met vrienden, familie, de voetbalclub en de feestcommissie. Niet met bedrijven, schrijft Marc Hijink.

Drie jaar lang liet Facebook WhatsApp met rust. In 2014 betaalde het sociale netwerk 19 miljard dollar voor 500 miljoen WhatsApp-gebruikers. Terwijl Facebook zijn eigen diensten volgoot met advertenties, mocht WhatsApp gewoon WhatsApp blijven: geen commercie, maar goede beveiliging en nuttige extra functies. Vandaar dat inmiddels 1,3 miljard mensen WhatsApp gebruiken. Met 55 miljard berichten, 4,5 miljard foto’s en 1 miljard video’s per dag werd dit chatnetwerk het grootste dagboek ter wereld.

En nu is het oogsttijd. Die 19 miljard dollar moet terugverdiend worden.

Vorige week maakte KLM bekend dat het als een van de eerste bedrijven gaat experimenteren met een zakelijke WhatsApp-account. Grote multinationals, zo is de bedoeling, gaan voor WhatsApp betalen om rechtstreeks met particulieren te communiceren. Kleine bedrijven betalen nog even niks voor zo’n groen vinkje als ‘geverifieerd bedrijf’.

Lees ook over het nieuws van afgelopen week: WhatsApp start zakelijke appdienst

Ik vraag me af of het zal werken: chatten is, in tegenstelling tot sociale netwerken, een privé-aangelegenheid. We appen met vrienden, familie, de voetbalclub en de feestcommissie. Maar niet met bedrijven. Die laat ik liever mijn mailbox bevuilen, ook al hebben ze een groen vinkje.

Zakelijke accounts sturen „nuttige meldingen zoals vluchttijden, leveringsbevestigingen en andere updates”, belooft WhatsApp. Tijdens de test wordt ook „aandachtig geluisterd” naar „feedback op de nieuwe ervaringen”.

Ik lees het als volgt: WhatsApp voert de commerciële druk in stapjes op, om gebruikers niet weg te jagen. Denk aan de mythe van de kikkers die niet uit de pan ontsnappen als je de temperatuur van het water langzaam verhoogt.

De temperatuur in de WhatsApp-pan loopt al aardig op en we zitten er allemaal nog in. Even terugscrollen in de tijdlijn: in 2012 gingen WhatsApp-gebruikers 99 cent per jaar betalen voor een advertentievrije chatdienst.

Oprichter Jan Koum schreef destijds: „Advertenties zijn een verstoring van de esthetiek, een belediging van je intelligentie en een onderbreking van je gedachtengang. Bij ieder bedrijf dat advertenties verkoopt werkt een aanzienlijk deel van de programmeurs aan het verbeteren van datamining, het onderscheppen van je gegevens.”

Twee jaar later verkocht Koum WhatsApp aan Mark Zuckerberg. Hetgeen bewijst: beloftes in de techwereld zijn loos en doorzichtig – ‘voorlopig niet’ betekent meestal ‘uiteindelijk wel’. In dat patroon past ook Facebooks poging om profielen van WhatsApp- en Facebook-gebruikers te koppelen. In de EU is die koppeling weer van de baan. Voorlopig dan.

Lees ook: Zo werkt de beveiliging van WhatsApp: Deze man laat je veilig chatten

In het ergste geval (en reken daar maar op) krijgen we in WhatsApp spam-op-maat van bedrijven die je accepteert. Dat lijkt me het moment om uit de pan te springen. Er zijn veel alternatieven voor WhatsApp, denk aan Telegram of Signal. Alleen zijn die niet zo wijdverspreid – als je Facebook Messenger (1 miljard gebruikers) niet meerekent. Dat enorme bereik geeft Facebook zoveel macht dat zelfs Google er niet in slaagt de chatmarkt open te breken.

Ik heb er wel 99 cent per jaar voor over om WhatsApp onbevlekt te houden. Als iedereen dat doet heeft Facebook z’n investering in vijftien jaar terugverdiend. Maar zo’n trage oogst, dat krijgt Zuckerberg niet verkocht aan zijn aandeelhouders.