Ruwgerand hoogtepunt Gaudeamus Muziekweek blijft wat onzichtbaar

Festival

Tijdens een geslaagde 71ste editie van de Gaudeamus Muziekweek bleef hoogtepunt Heiner Goebbels wat onzichtbaar tussen de jonge makers.

Tijdens het slotconcert van de Gaudeamus Muziekweek klonk een knetterende uitvoering van het zelden gespeelde ‘Ballet Mécanique’. Foto Herre Vermeer

Wie vorige week de Gaudeamus Muziekweek bezocht, kreeg waar voor zijn geld. De 71ste editie van de Gaudeamus Muziekweek bood een tjokvol programma met traditiegetrouw veel werk van jonge makers. Leidraad binnen die diversiteit op het festival voor nieuwe muziek was als vanouds de strijd om de Gaudeamus Award, een compositieopdracht ter waarde van 5.000 euro. Van de vijf genomineerde componisten – onder wie Sky Macklay, Ethan Braun, Chaz Underriner (allen VS) en Ivan Vukosavljevicć (Servië) – ging de Nederlander Aart Strootman (1987) er verrassend met de buit vandoor.

De jury, bestaande uit Componist des Vaderlands Mayke Nas, Christopher Trapani (VS) en Joe Cutler (GB), roemden Strootman om zijn veelzijdigheid. Als componist, gitarist, multistilist en instrumentenbouwer slecht Strootman muzikale grenzen, dikwijls met pakkend resultaat.

Sfeerschildering

Neem Nyctophilia. Onder leiding van de componist zelf, bij momenten strijkend op een uit de kluiten gewassen monochord, steeg een walmende klankmist op rond het naargeestige gehuil van drie in aluminiumfolie gehulde blokfluiten. En toch, ondanks Strootmans ingenieuze instrumentatie bleef Nyctophilia hangen in sfeerschildering. Een poging om het muziekstuk een nieuwe richting in te sturen (plotseling een beukende metalgroove à la de band Apocalyptica) werkte geforceerd.

Van de overige genomineerden maakte Ivan Vukosavljevic indruk met zijn fysieke, klankmatige benadering van muziek. Zijn radicaal-consequente uitwerking van heldere concepten resulteert in bijna voelbare klanksculpturen: van een iriserende kleurenwaaier als Afterthoughts tot een monolithische vuistslag als Stone Skeleton.

Sky Macklay paart systematiek en procesmatigheid aan een speelse, lichte toets. Voorbeeld: Many Many Cadences, waarin de Amerikaanse geijkte harmonische slotwendingen aaneenrijgt tot rap dalende muzikale muizentrapjes.

Opvallend was de keuze om zondag het slotconcert in te luiden met een muziektheatrale preview: Breaking the Codes van composer in residence Jerzy Bielski. Gaudeamus bood deze editie meer jonge makers de kans om een try out van hun werk te geven. Een nobel initiatief, al kun je je afvragen of de nadrukkelijk onvoltooide staat recht doet aan de goede ideeën die erin besloten liggen. Breaking the Codes bleek nog te embryonaal om te overtuigen.

Hort-en-stoot-ritmiek

Gelukkig maakte een ontketend en flink uitgebreid Insomnio ensemble veel goed met een knetterende uitvoering van George Antheils zelden gespeelde Ballet Mécanique. Denk: stravinskiaanse hort-en-stoot-ritmiek, maar dan voor een futuristische klankmachinerie van piano’s, concertvleugels, marimba’s, manshoge ratels en een brandalarm.

Zaterdag gaf Insomnio tevens een concert met louter muziek van Heiner Goebbels. Goebbels is zonder twijfel een van de meest toonaangevende componisten van dit moment. Zo bezien was het jammer dat het publiek maar mondjesmaat kwam opdagen. Ondergesneeuwd in de bonte Saturday Night Live-programmering bleef een van de hoogtepunten van het festival relatief onzichtbaar. Goebbels’ muziek, ruwgerand werk uit de jaren negentig, klonk er niet minder om. Met acht contrasterende delen sprak de Suite voor sampler en ensemble het meest tot de verbeelding. Reuzen-roe op grote trom. Expressionistische strijkjes op hiphop-beats. Een Bach-citaat tussen mechanisch malende percussie.

Een van de verrassingen deze editie: Lacrimosa van Maxim Shalygin. In dertien delen voor zeven violen liet de componist donderdag horen hoe je pizzicato-regens, ziedende strijkstokzwermen en zachte boventoonsluiers uit 28 snaren peurt.

Wie hongerig werd, kon ‘s middags in Het Huis Utrecht terecht bij de Tasteful Turntables van de Deense broertjes Lars en Nikolaj Kynde. Samen met chefkok Mette Martinussen serveerden zij een vijfdelige proef-en-luister-symfonie op koptelefoons en roterende tafelbladen. Wonderlijk hoe verschillende smaken je oren telkens naar andere details sturen in steeds dezelfde soundtrack. Of hoe klanken afwisselend zoet, zuur of zout benadrukken in hetzelfde hapje.