Dit is de Duitse waakhond van Facebook

Nepnieuws In aanloop naar de Duitse verkiezingen checkt het Duitse Correctiv nieuws voor Facebook. Hoe serieus neemt het sociale netwerk het fenomeen nepnieuws nu?

Illustratie Anne van Wieren

Om te illustreren hoe betrouwbaar een artikel is, gebruikt Correctiv – naar voorbeeld van The Washington Post – een plaatje van Pinokkio. Hoe langer zijn neus, hoe nepper het nieuws. De maximale lengte werd afgelopen maand onder meer bereikt met een verzinsel over gratis bordeelbezoek voor vluchtelingen (want dan verkrachten ze misschien geen vrouwen) en een nepbrief, zogenaamd van de minister van Binnenlandse Zaken van deelstaat Noordrijn-Westfalen aan politiebureaus, met het verzoek om misdrijven van buitenlanders door de vingers te zien.

Correctiv is een in 2014 opgerichte non-profit-organisatie, steunend op donaties van stichtingen en particulieren, die aan onderzoeksjournalistiek doet. Er werken zo’n 25 mensen. Vorig jaar al, vóór de verkiezing van Trump, zocht het Duitse Correctiv contact met Facebook omdat ze iets aan de verspreiding van nepnieuws wilden doen. Op 24 september wordt er gestemd voor de Bondsdag; Angela Merkel (CDU/CSU) hoopt een vierde termijn te krijgen, Martin Schulz (SPD) is haar belangrijkste uitdager. Duitse en buitenlandse autoriteiten waarschuwden al meerdere keren voor – met name – Russische pogingen om met nepnieuws en cyberaanvallen de uitslag te beïnvloeden.

Facebook doet alleen iets als ze onder druk staan

In januari werd bekend dat Correctiv en Facebook zouden gaan samenwerken. Er werd een team van vier medewerkers gevormd dat zich met factchecking ging bezighouden.

Facebook zocht op dat moment in meerdere Europese landen naar partners in de strijd tegen verspreiding van desinformatie via de tijdlijnen van gebruikers. Onbetaald, dat wel. NU.nl en de Universiteit van Leiden werden in maart aangekondigd als Nederlandse checkorganisaties.

In Duitsland hapte verder niemand. „Alle grote Duitse uitgevers zeiden: we gaan niet gratis voor jullie aan de slag”, zegt Jutta Kramm half augustus op het kleine kantoor van Correctiv in Berlijn.

Waarom zij dan wel? „We willen nepnieuws doorprikken. Als je de mensen wil bereiken die zich daar aangetrokken toe voelen, dan moet je naar de plek waar ze het lezen. Het onderuithalen in een krant is niet genoeg als de mensen die nepnieuws lezen niet in de buurt van een krant komen.”

Scepsis

Ze is, ondanks de samenwerking, sceptisch over de intenties van Facebook: „Die doen alleen iets als ze onder druk staan. Als ze weten dat er een publiekelijk debat gaande is over hoe ze dingen aanpakken, en de rol die ze spelen bij haatberichten en nepnieuws.” Die druk ontstond volop na de tumultueuze Amerikaanse verkiezingsstrijd, die volgens sommigen zelfs beslist was door de mate waarin misleidende nieuwsberichten zich als een olievlek hadden verspreid.

In Duitsland is de situatie in meerdere opzichten anders dan in Nederland. Ten eerste lukte het na lang zoeken niet om een tweede partij te vinden, wat vertraging opleverde (pas begin augustus begon Correctiv voor Facebook) en Facebook kon daarom niet, zoals gewenst, in een waarschuwende pop-up schrijven dat „meerdere onafhankelijke factcheckers” een bericht als nep hebben bestempeld. De check van Correctiv verschijnt daarom als ‘gerelateerd artikel’ onder het nepbericht.

Misschien zelfs beter, zegt Kramm. „Het blijkt dat veel mensen die nepnieuws geloven, juist zo’n stempel zien als het definitieve bewijs dat het wel waar moet zijn. Dus misschien is het een betere aanpak om het zo te presenteren: hier is een ander artikel dat je erover kunt lezen.”

Twitter avatar RealJamesWoods James Woods The fact that @facebook and @snopes “dispute” a story is the best endorsement a story could have… https://t.co/rskoJgzF6w

Ten tweede doet in de aanloop naar de Duitse verkiezingen, in vergelijking met Nederland, veel nepnieuws de ronde over migranten. De twee voorbeelden uit de eerste alinea zijn representatief voor het overgrote deel van wat Correctiv checkt; voor Facebook en voor het eigen factcheck-blog Echt Jetzt (vrij vertaald: echt waar, joh).

Illustratie Anne van Wieren

In januari zei Correctiv-hoofdredacteur David Schraven dat „FakeNews” (een Duitse term is er niet echt) „een grote bedreiging voor de samenleving” was. In Nederland deed voorafgaand aan de verkiezingen vrijwel geen noemenswaardig nepnieuws de ronde, en ook in Frankrijk, eind april en begin mei, had het niet het effect dat door sommigen gevreesd werd. Kramm voorspelt in Duitsland een „saaie” verkiezingsrace, met een tweestrijd tussen kandidaten uit het politieke midden: Merkel en Schulz.

We weten dat nepnieuws bestaat

Overdreven we het gevaar? Dat denkt Kramm niet. „Maar mensen die nepnieuws willen verspreiden, weten dat journalisten ermee bezig zijn. Het publiek is nu veel meer bewust van het bestaan ervan. Er was laatst een peiling van de Frankfurter Allgemeine, waaruit bleek dat bijna de helft van de respondenten nepnieuws als een ‘serieuze bedreiging voor de democratie’ ziet. Dat mensen dat zeggen, is bewijs dat ze zich er bewust van zijn en dat ze al wat sceptischer zijn. Mijn indruk is dat de discussie over het fenomeen al helpt, en dat de druk op Facebook helpt.” Bovendien riep Schulz een tijdje terug alle politici op zelf geen nepnieuws te verspreiden, waar vrijwel iedereen zich vooralsnog aan hield. Alleen Erika Steinbach, ex-CDU en nu sympathiserend met anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland, deelde de nepbrief van de minister over het door de vingers zien van misdrijven door buitenlanders. Kramm: „Omdat ze het geloofde, blijkbaar.”

Het moeilijkst aan dit werk, zegt ze, is niet weten of wat je doet wel zin heeft. Of het ontmaskeren van nepnieuws enig effect heeft op mensen die het graag wíllen geloven. Het kan zelfs het tegenovergestelde effect hebben. „Als je iets factcheckt, zorg je óók voor verspreiding ervan. Dus… ja, het is een race.”

Factchecken is bovendien niet het enige dat ertoe doet. „Het tweede is educatie: hoe moet je nieuws lezen, hoe produceer je nieuws – want als je iets tweet, ben je al producent van nieuws. En als derde: we móéten erover nadenken waarom mensen zich aangetrokken voelen tot leugens uit een bepaalde politieke hoek. Waarom voelen ze zich alsof hun belangen niet behartigd worden? Alleen nieuws debunken helpt daarbij niet.”

Over het algemeen is ze optimistisch. „Ik denk dat de Duitse maatschappij nog steeds een stabiele democratische maatschappij is. Maar er zijn veel mensen, misschien steeds meer, die zich daar geen onderdeel van voelen. Politici moeten ook naar hen omkijken.”