Cultuur

Interview

Interview

Egbert te Velde: "Jonge vrouwen moeten niet worden belemmerd om hun carrière te combineren met kinderen."

Foto Annabel Oosteweeghel

‘Onvruchtbaarheid wordt overdreven’

Emeritus hoogleraar Egbert te Velde

Het aantal IVF-kinderen groeit, maar de vruchtbaarheid is niet afgenomen. IVF wordt te makkelijk ingezet, zegt gynaecoloog Egbert te Velde.

Egbert te Velde (78), gynaecoloog, noemde het in 1992 een boze droom: jonge vrouwen die hun eicellen laten invriezen om pas na hun vijftigste kinderen te krijgen. Hij was net hoogleraar geworden in Utrecht en in zijn oratie voorspelde hij dat steeds meer zwangerschappen zonder goede medische redenen door IVF en aanverwante technieken tot stand zouden worden gebracht.

Nu, vijfentwintig jaar later, heeft hij een artikel gepubliceerd waarin hij laat zien dat die voorspelling is uitgekomen. De vraag groeit, terwijl de biologische vruchtbaarheid stabiel is. Het is een ‘Europese paradox’, staat in de titel. Het artikel verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology. De kern van zijn betoog: vrouwen worden te snel behandeld en de risico’s worden onderschat.

In Nederland wordt nu één op de 37 baby’s in het laboratorium gemaakt, in 1992 ging het om enkele per duizend. In Europa leven anderhalf miljoen IVF-kinderen, in de hele wereld meer dan vijf miljoen.

Egbert te Velde: “Jonge vrouwen moeten niet worden belemmerd om hun carrière te combineren met kinderen.” Foto Annabel Oosteweeghel

U bent oud genoeg om de geboorte van Louise Brown te hebben meegemaakt, de eerste IVF-baby.

„In 1978, ja. Waaghalzerij, vond ik toen. Er was zoveel onbekend, niemand wist hoe het kind zich zou ontwikkelen. Maar toen het goed bleek te gaan, ook met volgende IVF-kinderen, was ik snel om. Robert Edwards (de Britse fysioloog die samen met de gynaecoloog Patrick Steptoe IVF ontwikkelde) heeft er terecht de Nobelprijs voor gekregen. Begin jaren tachtig heb ik uit volle overtuiging IVF in Utrecht geïntroduceerd. Voor paren die echt geen kinderen kunnen krijgen – vaak door afgesloten eileiders – is IVF een zegen.”

De toename van IVF, schrijft u, wordt wel verklaard door een veronderstelde onvruchtbaarheidsepidemie in de westerse wereld.

„Dat is een sprookje. Uit ons onderzoek blijkt dat de natuurlijke vruchtbaarheid in westerse landen de laatste veertig jaar helemaal niet achteruit is gegaan. Dat vrouwen veel minder kinderen krijgen dan voorheen heeft andere oorzaken, met name anticonceptie en het uitstellen van zwangerschap, waardoor de kans erop kleiner wordt.”

En de zogenoemde spermacrisis? U verwijst naar de Deense onderzoekers die in een meta-analyse vonden dat de concentratie van spermacellen bij mannen in vijftig jaar met de helft was teruggelopen.

„Die studie is scherp bekritiseerd, onder andere omdat die historisch was. Diezelfde Deense onderzoekers vonden in een vooruitkijkende studie onder Deense mannen die tussen 1996 en 2010 werden gekeurd voor de militaire dienst geen teruggang.”

De toename van IVF, schrijft u, valt onder meer te verklaren doordat de definitie van onvruchtbaarheid is opgerekt.

„Tot 2001 was je onvruchtbaar als er na twee jaar proberen geen zwangerschap was ontstaan, sinds 2008 ben je volgens de World Health Organization na één jaar tevergeefs proberen onvruchtbaar. En het wordt nu een ziekte genoemd, geen afwijking van het reproductieve systeem, zoals vroeger. Ik vind dat erg. De kans dat een vrouw na een jaar toch spontaan zwanger wordt is meer dan vijftig procent. En dat noem je dan een ziekte?”

Het komt de klinieken die geld verdienen met IVF goed uit.

„In Amerika zijn er 440 IVF-klinieken die met elkaar concurreren om de gunst van onvruchtbare stellen. Op hun websites zie je vrolijke mama’s met hun baby’s en de boodschap is: dit is voor iedereen weggelegd. Mensen zijn bereid alles wat ze hebben te betalen om maar niet kinderloos te hoeven blijven. In Australië, waar de kosten voor IVF grotendeels door de overheid worden vergoed, heb je een beursgenoteerde onderneming die vruchtbaarheidsklinieken exploiteert, Virtus Health. Artsen worden beloond als ze meer dan 400 IVF-cycli per jaar doen.”

Mensen zijn bereid alles wat ze hebben te betalen om maar niet kinderloos te hoeven blijven

En de risico’s, zegt u, worden onderschat.

„Het grootste risico van IVF zijn de meerlingen. In dit deel van de wereld – België, Nederland, Zweden, Finland – wordt sinds een aantal jaren serieus geprobeerd nog maar één embryo terug te plaatsen, maar overal waar IVF commercieel is zijn het er twee of meer, voor een zo groot mogelijke kans op een zwangerschap. Ik vind dat erg. Vroeggeboorte, groeivertraging, cognitieve en neurologische afwijkingen, sterfte, zwangerschapsvergiftiging bij de moeder – de kans op complicaties bij meerlingen is veel groter dan bij eenlingen. Maar ook bij IVF-eenlingen zijn er aanwijzingen dat er een verhoogd risico is op geboorteafwijkingen en later op obesitas, diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, bepaalde vormen van kanker. En we weten nog niet hoe het verder gaat, Louise Brown is nog geen veertig.”

Maar de risico’s bij eenlingen zijn klein…

„…en vallen weg tegen de enorme wens om een kind te krijgen. Mensen zijn ontzettend slecht in het inschatten van risico’s, zeker als die zich pas later in het leven voordoen.”

Dus blijven vrouwen hun zwangerschap uitstellen en als het dan niet snel lukt naar de dokter gaan.

„En bied dan maar eens weerstand. Artsen willen helpen, ze vinden het lastig om te zeggen: wacht nog even. Veel aantrekkelijker om te zeggen: we kunnen iets doen en het komt goed. Wat vaak niet zo is. In Nederland hanteren gynaecologen gelukkig wel de richtlijn om paren die het onvoldoende geprobeerd hebben te adviseren nog een tijdje zelf door te gaan. IVF is een zware en risicovolle behandeling, waarom zou je eraan beginnen als het ook anders kan?”

U eindigde uw oratie in 1992 met het motto ‘een slimme meid heeft haar zwangerschap op tijd’.

Lees ook dit opiniestuk: Moeders, wacht niet op De Ware

„Mijn ideaal is nog steeds dat de maatschappij zo is ingericht dat jonge vrouwen niet worden belemmerd om hun carrière te combineren met het krijgen van kinderen.”

Uw boze droom van grote aantallen vijftigplusmoeders is niet uitgekomen. Het blijven uitzonderingen.

„Maar dat kan veranderen. Het is pas sinds een jaar of tien mogelijk eicellen zo in te vriezen dat ze niet beschadigd raken. Tot nu toe kwamen de zwangerschappen van vrouwen boven de vijftig tot stand met een gedoneerde eicel. Nu kun je wachten tot na je vijftigste en zwanger worden van een genetisch eigen kind.”

Wat heeft u erop tegen? U werd, zei u in 1992 in een interview met NRC, op uw drieënvijftigste weer vader.

Hij aarzelt. „Voor vrouwen is het misschien wat onnatuurlijk om zich voort te planten op de leeftijd waarop ze al grootmoeder kunnen zijn. Maar wetenschappelijk kan ik dit standpunt moeilijk verdedigen.”