In gestrekte draf naar de Hercules

Orkaan Irma Het bereiken van Sint-Maarten is een flinke logistieke operatie, merkte onze verslaggever boven de Caribische Zee. Vanaf maandagavond volgt zijn berichtgeving ter plaatse.

Evacuees van Sint-Maarten komen met een Hercules C-130 van Defensie aan op Curaçao. Foto Niels Wenstedt/ANP

„Jullie willen naar Sint-Maarten, maar de vraag is of je er nu wilt zijn.” Marine-woordvoerder Bernd Roelink – in blauwe overall met glimmend duikersembleem – wilde ongeduldige Nederlandse journalisten de afgelopen dagen toch even waarschuwen.

Zonder hulp van Defensie zat het eiland op slot voor hulpverleners, familieleden en ook media sinds het overtrekken van orkaan Irma, eind vorige week. Een stuk of dertig journalisten uit Nederland en de Antillen wachtten al dagenlang op Curaçao op een vlucht. Maar hoe de situatie in het rampgebied écht is, en of het veilig genoeg is, konden ook de militairen niet zeggen. „In Nederland hadden we gebrekkige informatie vanuit Curaçao”, zegt Roelink. „En op Curaçao hebben we weer moeite met contact met Sint-Maarten.”

Journalisten staan niet boven aan het lijstje van Defensie. De prioriteit ligt vanzelfsprekend bij het transporteren van hulpgoederen, gewonden, zieken en andere evacués.

Een ramp zoals op Sint-Maarten brengt ook dilemma’s voor voorlichters van ministeries met zich mee. Het kabinet wil graag laten zien dat Nederland erbovenop zit, maar wil bijvoorbeeld ook evacués beschermen die niet op emojournalistiek zitten te wachten. Een bataljon journalisten invliegen, zo kort na Irma en José, kan ook gevoelig liggen in de publieke opinie, is de zorg. Tegelijkertijd is het zaak dat koning Willem-Alexander en demissionair minister Plasterk (Konkinkrijksrelaties, PvdA) het rampgebied zo snel mogelijk bezoeken, met camera’s erbij. Het leidt in politiek Den Haag tot zondagavond laat tot discussie. Is het beter om journalisten in groepjes van drie à vier verspreid door de week over te vliegen, of toch als groep?

Lees ook de column van Jutta Chorus: Sint-Maarten in een koloniale knoop

Maandagochtend is het zover. Alle journalisten op Curaçao die zich hebben aangemeld, moeten zich om zes uur in het donker bij de kustwacht op het vliegveld melden. Om zeven uur vertrekt er een Hercules. Iedereen is geadviseerd om zo veel mogelijk eten en drinken voor zichzelf mee te nemen. De verslaggever van dit stukje heeft op zondag een Aziatische supermarkt gevonden die open was en gehamsterd: tien flessen water, zoute crackers, groentesoep, fruitcupjes, knakworsten en slippers.

In de kantine van de basis neemt Bernd Roelink de presentielijst door en geeft hij de media een laatste briefing: „Voor wie het gemist heeft: als jullie daar aankomen, zijn jullie geheel op jezelf aangewezen. Wij zijn niet verantwoordelijk. Jullie zijn geheel vrij om te gaan en staan waar je wilt.”

Roelink is zelf ook nog niet op Sint-Maarten geweest en weet dus niet precies wat de situatie is, vertelt hij. Er zijn vijftig mariniers die het vliegveld bewaken. Hij heeft niet het idee dat het terrein wordt bestormd door de lokale bevolking. Defensie heeft een noodnummer dat journalisten kunnen bellen. „En wij zijn geen robots”, zegt hij. „We laten jullie niet afrotten. Als je je onveilig voelt, als je geen primaire levensbehoeften meer hebt, meld je dan bij ons.” Ook als je weer terug wilt.

We laten jullie niet afrotten. Als je je onveilig voelt, als je geen primaire levensbehoeften meer hebt, meld je dan bij ons

De ruimbagage wordt vastgesnoerd op grote pallets. In één lijn moeten journalisten over het platform, de parkeerplaats van vliegtuigen, naar het grijze toestel lopen. Tempo, zegt een militair: selfies voor een Hercules maken is leuk, maar kost tijd. Van binnen ziet zo’n propellerbeest eruit als een mobiel laboratorium of de achterkant van een podium: veel metaal, zeil, slangen, buizen en kabels. Er zijn bijna geen raampjes, maar aan de achterkant zit wel een groot laadluik, ook de nooduitgang. De gezagvoerder geeft wat veiligheidsinstructies en er gaan gele oordopjes rond.

De achterklep gaat dicht, de Hercules taxiet, tilt zijn neus op en stijgt nauwelijks voelbaar op. Ruim negenhonderd kilometer verderop, op twee uur vliegen, ligt Sint-Maarten: een witte vlek. De eerste prioriteiten voor deze journalist zijn een internet- of telefoonverbinding, de deadline en een slaapplaats.

De internetverbinding is gelukt – dit stukje tot u gekomen via een wifihotspot in Philipsburg, de hoofdstad van Sint-Maarten. Vanaf vanavond leest u de eerste indrukken ter plaatse.