Goederen uitdelen kan alleen met een legerescorte

Zieken, ouderen en gezinnen mogen het eerst weg. Defensie selecteert, want zoveel vliegtuigen bereiken het verwoeste eiland nog niet. Maar de hulp komt op gang op Sint-Maarten. Een enkele toerist stapt alweer op de fiets.

Bewoners op het door orkaan Irma getroffen eiland Sint-Maarten proberen de draad weer op te pakken. Foto’s Arie Kievit / ANP

Jezus heeft de Amerikanen naar Sint-Maarten geleid, vertellen ze. En nu zitten Robert Powers en Ryan King sinds vrijdag vast in een loods op het Prinses Juliana-vliegveld. Met de inhoud van twee jumbojets: tachtig tot honderd ton aan water, tenten, hygiënekits en andere noodhulpgoederen, gedoneerd door de christelijke organisatie Samaritan’s Purse uit North-Carolina.

„We wachten op een escorte van de Nederlandse defensie”, zegt Powers. „We horen dat het nog niet veilig genoeg is, om het eiland op te gaan en de spullen te distribueren.” Het eerste toestel van Samaritan’s Purse is vrijdag al geland, het tweede is vandaag gekomen en blinkt op de landingsbaan.

Irma is weg en de brandende zon en zachte eilandwind zijn terug op Sint-Maarten. Journalisten uit Nederland en de Antillen konden maandag voor het eerst sinds de orkaan vanaf Curaçao met defensie meevliegen. Totaal verwoeste bouwwerken vormen hun eerste aanblik van het getroffen eiland door de open laadklep van een Hercules. Het aanhoudende gebrul van straalmotoren en propellers begeleidt de hectische chaos.

De huurauto was beschadigd maar deed het nog. Het verhuurbedrijf bestaat niet meer.

Er landen te weinig vliegtuigen om mensen te evacueren en hulpgoederen te brengen, vindt een marechaussee. Zelf snapt hij ook niet goed waarom. „Kijk, iedereen doet enorm zijn best en is heel druk bezig met zijn eigen ding”, zegt hij. „Maar hoe het op hoger niveau is geregeld, dat weten we ook niet.”

De veiligheid op het eiland is aan het verbeteren, stelt de procureur-generaal van Sint-Maarten, Roger Bos, terwijl hij op het vliegveld verslaggevers te woord staat. Nederlandse militairen mogen op het eiland arrestaties verrichten en hebben dat de afgelopen dagen ook gedaan, zegt hij. „Hoeveel weet ik niet. Het gaat vooral om mensen die dingen willen afpakken van andere mensen. In media lijkt het dan vaak direct alsof iemand een pistool op een ander richt. Dat hoeft niet het geval te zijn, maar het is wel bedreigend.”

Wachten op een vlucht

Nederlandse militairen bewaken de toegang tot het vliegveld. Buiten de hekwerken staat geen wanhopige massa Sint-Maartenaren die het eerste de beste toestel opeisen. Het zijn hoofdzakelijk toeristen, die al uren wachten onder rood-witte parasolletjes van Winair. Als een vlucht arriveert, selecteert defensie wie weg mag: zieken, ouderen en gezinnen eerst. Ze worden ‘opgelijnd’ achter de dikke stenen muren met stalen pinnen van het vliegveld – die staan nog overeind.

Gary Stubbs uit Arizona, gehuld in een T-shirt van Route 66, staat nu een uur of zes te wachten, vertelt hij over het hek. Via via hadden hij en zijn vrouw Vikki gehoord dat er vandaag Amerikaanse vluchten zouden arriveren. „De huurauto, een Hyundai, was beschadigd, maar deed het nog”, zegt hij. „We zijn hierheen gereden en hebben ’m netjes geparkeerd. Het verhuurbedrijf bestaat niet meer.”

Koning Willem-Alexander en minister Plasterk (Koninkrijksrelaties, PvdA) landen in een toestel van de Curaçaose kustwacht. De koning stapt uit, geeft premier William Marlin van Sint-Maarten twee schouderkloppen en laat zich voor de camera’s informeren door de gouverneur. Hij krijgt een snelle rondleiding. De bol zit nog op de verkeerstoren, maar verder liggen overal verwrongen staal en losse wandpanelen. Binnen staat een laagje water. De gevel van de terminal toont plukjes isolatiemateriaal, als vliegen op een autobumper.

De koning stapt uit, klopt premier Marlin op de schouder en laat zich voor de camera’s informeren.

Shedrock Dyer, die eigenlijk van de marketingafdeling van het vliegveld is, staat erbij met zijn stoffige werkhandschoenen. „Iedereen doet wat anders dan normaal. Het personeel is ingezet om op te ruimen, zodat we weer aan het werk kunnen”, legt hij uit. „Wanneer dat ook mag zijn.”

Een legertruck arriveert om een groepje verslaggevers naar ‘CP’ te brengen, het centrale commando dat is ondergebracht in de Asha Stevens Hillside Christian School in Little Bay. Bij de poort wordt de groep uitgezwaaid door een militair die luncht aan een plastic tafeltje met een mitrailleur erop.

Ontworteld landschap

Vanaf Welfare Road langs Koolbaai zie je een ontworteld landschap met tropische kleurtjes. Het lijkt alsof Irma de zwaartekracht heeft opgeheven, alles heeft gecentrifugeerd en weer heeft laten vallen. Kleine sportvliegtuigjes liggen hulpeloos ondersteboven, een flinke kajuitboot is midden op de autoweg geland, masten en de drijvers van een grote catamaran steken uit het water. Ramen, deuren, muren en daken van dichtgespijkerde huizen zijn spoorloos verdwenen. De bergen van Sint-Maarten, vorige week nog groen, zijn nu bruin: Irma heeft alle takken leeggeschud.

Foto Arie Kievit/ANP

Het centrale commandopunt ligt naast een atletiekbaan met geknakte lichtmasten en een tribune waar een grote hap is uitgenomen.

Maar in dat vreemde landschap zie je ook dingen die zo normaal zijn dat ze hier ineens opvallen. Bewoners hangen lui op hun veranda in de schaduw, kijkend naar de auto’s en scootertjes die nog gewoon rijden. Twee westerse toeristen fietsen op mountainbikes met rugzakjes een berg op. Agenten in Nederlandse uniformen controleren bij wegblokkades en rotondes passererende auto’s. Een groene moskee staat nog helemaal overeind, zelfs de halve maan op de minaret zit er nog op. Mensen dragen water en zwaaien vrolijk terug naar de legertruck die voorbijrijdt. Een Sint-Maartenaar steekt zijn beide armen lachend in de lucht en balt zijn vuisten.