Genieten zolang het nog duurt

Wielersucces

Met drie Nederlanders in de top-10 was de Vuelta de succesvolste grote ronde in dertig jaar. Maar na deze generatie komt de droogte.

V.l.n.r.: Robert Gesink, Sam Oomen, Bauke Mollema, Wilco Kelderman, Tom Dumoulin (boven), Steven Kruijswijk en Wout Poels. Foto’s ANP

De kwaliteit droop in de zweetdruppels van zijn uitgemergelde lijf, toen hij zijn fiets zaterdag op de flanken van de Alto de L’Angliru naast die van zijn kopman stuurde, en versnelde in de binnenkant van een haarspeldbocht. Het binnenbochtje van Wout Poels was een demonstratie van oneindig veel mogelijkheden. Het leverde hem een zesde plaats op in het algemeen klassement van de Vuelta. Als knecht. Het was zijn beste prestatie ooit in een grote ronde, en dat na een seizoen vol blessureleed. Hij wil en kan veel meer. Het is afwachten wanneer Team Sky hem eindelijk kopman maakt.

Daarachter was Steven Kruijswijk zijn Vuelta aan het redden. Hij begon verkouden, maar krabbelde op en vocht zich op de zwaarste beklimming van Europa naar plek negen in het klassement, zijn beste klassering sinds zijn bijna-Giro-winst vorig jaar.

En dan had je Wilco Kelderman, die weliswaar een podiumplek verspeelde op die gevreesde berg in Asturië, maar eindelijk weer eens drie weken fietste op een plek waar hij thuishoorde, vond hij zelf niet in de laatste plaats.

Sterk in de breedte

Drie Nederlanders in de top-10 van een grote ronde, dat was niet meer gebeurd sinds de Giro van 1987, toen Erik Breukink (derde), Peter Winnen (achtste) en Johan van der Velde (negende) hetzelfde lukte. En dan deed Giro-winnaar Tom Dumoulin nog niet eens mee, laat staan Bauke Mollema en Robert Gesink. In potentie rijden er in de komende jaren zomaar zes of zeven Nederlanders in de top-10 van een grote ronde.

Geen enkel ander land is in de breedte in grote rondes momenteel zo sterk, blijkt uit cijfers van Procyclingstats, een Nederlands bedrijf dat wielerdata bijhoudt. Sinds 1945 hebben we nooit zoveel verschillende renners in de top van het klassement van grote rondes gehad: vijf.

Geniet er maar van zolang het duurt, is het advies van experts. Nog een jaar of tien, dan is het gedaan. Want nieuw Nederlands rondetalent wordt amper nog ontdekt, laat staan begeleid naar de top.

Tussen 1995 en 2016 gebeurde dat bij het Rabobank Development Team, onder andere met Arthur van Dongen – nu ploegleider bij Team Sunweb – aan het roer. Hij voorspelt een mooi decennium, maar schetst voor daarna een treurig beeld van het vaderlandse topwielrennen, let wel: als het om het klassement van een grote ronde gaat. „Al vijf jaar lang loopt het aantal wielrenners bij de jeugd drastisch terug. Minder kwantiteit betekent automatisch ook minder kwaliteit. Daarvan zie je het resultaat in de uitslagenlijst van de Tour de L’Avenir van dit jaar [een meerdaagse etappekoers voor renners onder 23 jaar, red.]. Daar deden we totaal niet mee.”

Eerste Nederlander na negen etappes door Frankrijk was Pascal Eenkhoorn, op de veertigste plaats, ruim veertig minuten achter de winnaar uit Spanje. Bauke Mollema was in 2007 namens Nederland de laatste winnaar van de Ronde van de Toekomst.

Vorig jaar trok Rabobank de stekker uit het opleidingsteam, waar op Wout Poels na alle succesvolle ronderenners van nu werden ontdekt en begeleid, of beter gezegd: waar renners van zichzelf leerden dat ze konden klimmen en die capaciteiten vervolgens uitbreidde. Dat kan alleen in buitenlandse wedstrijden.

Grischa Niermann, vier jaar lang actief bij het Development Team: „Het is zo belangrijk dat wielrenners al op jonge leeftijd de kans krijgen te klimmen. In Nederland is alles plat, dus moet je wedstrijden rijden in het buitenland. Het Development Team reed een prachtig programma, maar dat gebeurt nu niet meer. Ik denk dat er veel jongens zijn die op de vlakke waaierkoersen in Nederland en België voortdurend uit het wiel worden gereden en er dan maar gewoon mee kappen, niet wetende dat ze bergop bij de besten ter wereld horen.”

Er wordt momenteel nog wel gescout in Nederland, door de nationale wielerbond KNWU bijvoorbeeld, en ook wel door LottoNL-Jumbo. Maar dat gaat met een budget dat niet in de buurt komt van de miljoenen die Rabobank de laatste jaren in talentontwikkeling stak.

Ik denk dat er veel jongens zijn die op de vlakke waaierkoersen in Nederland en België voortdurend uit het wiel worden gereden en er dan maar gewoon mee kappen, niet wetende dat ze bergop bij de besten ter wereld horen

‘Beste opleiding ter wereld’

„Een miljoen per jaar heb je toch wel nodig”, zegt Piet Kuijs, de voorbije decennia dé talentenscout van Nederland. „Zodat je die etappekoersen in het buitenland kunt rijden. Zo’n meerdaagse kost zo 5.000 euro per persoon. En dáár komen de talenten bovendrijven, en kun je verder gaan ontwikkelen. Wij hadden met het Development Team een naam opgebouwd. We werden uitgenodigd voor de grote etappekoersen, we hadden de beste opleiding ter wereld. Zoiets kost tijd en geld.”

Dat is er nu niet meer. Geen bedrijf dat centen pompt in een project dat amper exposure oplevert. Opleidingsteams rijden hun wedstrijden een niveau lager, zonder camera’s, zonder pers. Wie had er voor deze Vuelta van Sam Oomen gehoord, laatste ‘product’ van de opleiding van Rabobank? Alleen kenners wisten dat dat 22-jarige kereltje uit Brabant in zijn eerste grote ronde hoge ogen kon gaan gooien – al moest hij opgeven. Die kan nog jaren mee. Daarna moeten we het hebben van uitzonderlijke talenten, à la Wout Poels, die hun weg linksom of rechtsom wel vinden.