Een eiland vol angstige vragen

Sint-Maarten

De situatie op Sint-Maarten is nog nauwelijks verbeterd, zeggen ooggetuigen. De sfeer is nog altijd grimmig volgens evacués.

Martin Bureau / AFP

Vijf dagen na orkaan Irma, en een tweede orkaan verder, is de situatie op Sint-Maarten nog nauwelijks verbeterd, volgens ooggetuigen. „Het is allemaal erg ongecoördineerd”, zegt de Australische toeriste Chris Werweck, die zondag met haar man Ivo en dochter is geëvacueerd.

Ze heeft vier dagen niet geslapen, zegt ze met natte, rode ogen in de aankomsthal van het vliegveld van Curaçao. „Mobiele telefoons doen het niet aan de Nederlandse kant, we hadden wel dekking aan de Franse kant. De voorraden raken op, mensen worden ongeduldig. Er zijn te weinig hulpverleners, te weinig mensen. Ze hebben daar hulp nodig, veel hulp.”

Politieagenten uit Sint-Maarten en mariniers uit Nederland staan op straathoeken om de openbare orde te bewaken. Met 550 militairen in het gebied is de veiligheid verbeterd na plunderingen in de afgelopen dagen, zei premier Rutte zondag op een persconferentie. Maar volgens geëvacueerde toeristen lukt het nog nauwelijks om grip te krijgen op de „grimmige sfeer” waar defensie al dagen van spreekt.

„Mariniers staan het verkeer te regelen’’, zegt Erik Jacht uit Leusden die ook net van Sint-Maarten is gevlogen. „Beveiligers drinken een colaatje terwijl er wordt geplunderd. Ik heb het halve eiland gezien met een vriend. Het is overal zo.”

Sint-Maarten gaat een nieuwe week in, nog grotendeels afgesneden van de buitenwereld. Families van ambtenaren en toeristen worden sinds afgelopen weekend geëvacueerd, maar de lokale bevolking blijft achter.

Veel onduidelijk

Hoe het gaat met Sint-Maartenaren in afgelegen gebieden, wát de omvangrijke schade precies is, hoe veilig het is om over straat te lopen: het blijven angstige vragen. Of koning Willem-Alexander, die zondag met minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) op Curaçao arriveerde, op korte termijn Sint-Maarten kan bezoeken, is onduidelijk. Het officiële dodental is opgelopen naar vier slachtoffers, maakte het kabinet zondag bekend.

De luchtbrug tussen Curaçao en Sint-Maarten, hemelsbreed ruim 900 kilometer of zo’n twee uur vliegen, is in ieder geval heropend. Orkaan José heeft „nauwelijks impact” gehad op het zwaar beschadigde vliegveld van Sint-Maarten, volgens Bernd Roelink van de marine.

De twee Hercules-transportvliegtuigen die vanuit Nederland zijn gearriveerd, konden zondag alweer twee pendelvluchten per toestel uitvoeren. De KDC-10, het grootste transportvliegtuig van de luchtmacht, keerde zondag terug naar Nederland. Ook beschikt defensie over twee Dash-propellervliegtuigen van de kustwacht van Curaçao.

Ook het Nederlandse Rode Kruis kon tot zondag moeilijk inschatten wat de noden op het eiland precies zijn. Een team van zes man moest de afgelopen dagen wachten op een vlucht van defensie in een hotel in Willemstad. Ook zij waren afhankelijk van berichten van de 26 lokale Rode Kruis-medewerkers van Sint-Maarten en Curaçao op het eiland.

Dat 70 procent van de huizen verwoest zou zijn, zoals ook premier Rutte zei, is „een slag in de lucht” van lokale hulpverleners, zegt woordvoerder Iris van Deinse van het Nederlandse Rode Kruis. „Daar moet je niet te veel waarde aan hechten. Je kunt het ter plaatse pas echt goed inschatten.” Met drones die 3D-beelden kunnen maken en data-analisten willen de hulpverleners de komende week in kaart brengen over wat voor ramp we het precies hebben.

„Er is vooral behoefte aan voedsel, horen we terug”, zegt Van Deinse. „Ook aan drinkwater, maar we horen vooral dat eten een probleem is. Er is behoefte aan rijst, ingeblikt voedsel en andere producten die lang houdbaar zijn.” Lokale hulporganisaties, scholen en kerken op Curaçao zamelen voedsel, kleding en geld in.

Gastgezinnen op Curaçao

De situatie op Sint-Maarten verschilt waarschijnlijk sterk van wijk tot wijk – laaggelegen of hooggelegen, rijk of arm – vertelt conrector Marion Thomasia-Keiren van het Radulphus College op Curaçao. De school heeft een zusterverband met het Milton Peters College op Sint-Maarten. Er wordt een actie op touw gezet om leerlingen van Sint-Maarten de komende periode in gastgezinnen onder te brengen op Curaçao.

In een appgroep van vrienden met contacten op Sint-Maarten kreeg conrector Thomasia-Keiren afgelopen woensdag een rapportage per wijk:

„Beacon Hill: nog geen informatie

Belair: Huizen lijken ok.

Betty Estate: Daken weg. Verhalen over plunderingen.

Pointe Blanche: Daken weg. Mensen ok. Onbegaanbaar. Verhalen over containers die in de haven drijven.

Dutch quarter: Blijkbaar niet goed.”

Verhalen over plunderingen

De verhalen van ooggetuigen over grootschalige plunderingen blijven terugkomen – ondanks de kritiek in Nederland dat media zich hier te veel op zouden richten. Pascalle Wong-A-Foe zag de plunderaars een dag na Irma naar haar dorp in Sint-Maarten komen. „Eerst met plastic zakken, daarna kwamen ze terug met gereedschap, en toen met trucks en bussen”, vertelt de sales agent van de lokale vluchtmaatschappij Inselair veilig op Curaçao.

Ze woont in Cole Bay, op tien minuten rijden van de hoofdstad Philipsburg, waar grote warenhuizen van supermarkten, elektronicawinkels en andere ondernemingen zijn gevestigd. „Ze wisten precies waar ze moesten zijn. Alles namen ze mee. IJskasten, computers, speelgoed, boodschappen.”

Het gebeurde overal op het eiland, vertelt ze. „Ik heb een ritje over het eiland in de auto van een vriend gemaakt.” Ook Frontstraat, een beetje de P.C. Hooftstraat van Sint-Maarten, was leeggeplunderd.