Recensie

De hele Shakespeare als vettige klucht

Theater

‘Het verzamelde werk van Shakespeare (verkort)’ belooft alle 37 werken van Shakespeare in krap twee uur. Wat overblijft is karikaturaal spel en onderbroekenlol.

Foto Joris Smit

Alle 37 stukken van Shakespeare in 150 minuten: dan weet je dat er een loopje met de klassiekers van de grootste toneelschrijver wordt genomen. Maar Het verzamelde werk van Shakespeare (verkort) door het Nationale Theater voert de aanpak door tot er niets over blijft dan een melige klucht.

Drie acteurs, Peter, Jan en Kris (gespeeld door Jappe Claes, Vincent Linthorst en Bram Suijker) openen met de aankondiging dat het werk van Shakespeare een tegenwicht vormt voor de terreur van de iPhone en de geestdodendheid van de televisie: leve de Shakespeare-jihad, hallelujah. Maar dan komt Jappe Claes op met blonde pruik, plukkend aan een witte roos: Romeo. Suijker in jurk klimt in een loge voor de balkonscène en dan rollen ze over het toneel, in seksuele poses. Maar Julia wil niet zoenen, want seks hoort pas bij de tweede date.

Onderling discussiëren Jan, Peter en Kris soms wel over hoe saai of slecht een stuk van de Britse bard is, maar deze klucht beoogt geen terloopse satire of stiekem doorkijkje in het werk. De komisch bedoelde ontheiliging hangt aan elkaar van karikaturaal spel met hoge toontjes, belegen grapjes en onderbroekenlol, waarbij een acteur bijvoorbeeld in zijn boxershort graait en zegt: „Ik geloof dat ik hier ergens een fluit heb.”

Titus Andronicus wordt opgevoerd als kookprogramma, waarbij de kok een hoofd in de oven kan doen. Na nog meer verkleedpartijen, koddige muziekjes en wisselingen van pruiken wordt Othello een rap, worden alle komedies samengevoegd en kan er met het hoofd van Macbeth worden gegolfd. Dat al die vettige humor niet geheel onverteerbaar wordt, ligt aan het feit dat de acteurs in de regie van Theu Boermans zich er met volle energie ingooien.

Na de pauze is er alle tijd voor een ingeblikte Hamlet. Maar er verandert niets. „Ga naar bed Fellatio, uh, Horatio.”