Exitpoll: conservatieven winnen Noorse verkiezingen

In de peilingen gingen de conservatieven en sociaaldemocraten bijna gelijk op.

De Noorse premier Erna Solberg bracht maandag haar stem uit in Oslo. Foto Marit Hommedal

De Noorse parlementsverkiezingen lijken maandag gewonnen te zijn door de regerende Conservatieve Partij. Dat blijkt uit eerste exitpolls, die direct na het sluiten van de stembussen werden vrijgegeven. De Conservatieven haalden 26,7 procent van de stemmen, tegenover 26,4 procent voor de sociaaldemocratische Arbeiderspartij.

Twitter avatar Electograph Electograph 🇳🇴 #Norway | @tv2norge exit poll: @Hoyre largest party. 1 seat for @Raudt https://t.co/KTfftO7fmu

In de peilingen gingen de conservatieven en sociaaldemocraten zo gelijk op dat er wel van de “grootste verkiezingsthriller uit de geschiedenis” van het Scandinavische land werd gesproken. De Conservatieve Partij van premier Erna Solberg regeerde de afgelopen kabinetsperiode in een coalitie met de rechts-populistische Vooruitgangspartij.

Coalitie kan door

Die coalitie kan waarschijnlijk de komende vier jaar worden doorgezet. De Vooruitgangspartij werd met 15,7 procent van de stemmen de op twee na grootste partij van het land. Volgens exitpolls levert dit de twee partijen samen 88 tot 91 zetels op in het 169 zetels tellende parlement.

Noorwegen kent vanouds een hoge opkomst voor verkiezingen. Cijfers van boven de 75 procent zijn geen uitzondering. Bij de stembusgang van maandag leverden de Conservatieven 0,1 procent in. De sociaaldemocraten krompen met 4,4 procent.

Solberg had tijdens haar campagne vooral gepleit voor belastingverlagingen. Ook riep ze op om op haar partij te stemmen voor continuïteit in de politiek. Haar uitdager, de miljonair Jonas Gahr Store van de Arbeiderspartij, wilde de belastingen juist verhogen. Dat was volgens hem nodig om het sociale zekerheidsstelsel te versterker en om ongelijkheid te verminderen.

Maandag was er vooral veel aandacht voor het stemgedrag van de zogeheten ‘Utøya-generatie’. Dat zijn jongeren die ten tijde van de aanslagen van Anders Breivik in 2011 rond de 12 jaar oud waren en nu voor het eerst mogen stemmen. Uit onderzoek is gebleken dat deze groep politiek veel meer geëngageerd is dan eerdere generaties.