Commentaar

Wantrouwen NPO in rest van journalistiek is misplaatst

Is buitenlands eigendom van Nederlandse mediabedrijven een bedreiging voor de vrije pers? Shula Rijxman, voorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) vindt van wel. ,,In eigen land zien we de zeggenschap over mediabedrijven naar een steeds beperkter groep buitenlandse mediabedrijven verschuiven,” schrijft zij in De Volkskrant. ,,De vrijheid van het woord, de vrijheid van expressie, pluralisme – wat eens vanzelfsprekend leek, blijkt veel brozer en kwetsbaarder dan we dachten.” Gevraagd om toelichting, stelde zij: „We mogen ons gelukkig prijzen dat die aanwijzingen er momenteel nog niet zijn. Maar er is geen enkele garantie dat het zo blijft.”

Het is droevig dat de voorzitter van de NPO zo weinig vertrouwen toont in de onafhankelijkheid van de rest van het veld, de journalisten die daar werken en de redactiestatuten die hun onafhankelijkheid bewaken. Inderdaad: Nederlandse media zijn de afgelopen tijd meer in handen gekomen van buitenlandse eigenaren. Dat geldt met name voor kranten en hun websites. De Vlaamse mediabedrijven De Persgroep en Mediahuis spelen daar een flinke rol. Mediahuis, eigenaar van NRC, kocht dit jaar nog de Telegraaf Media Groep (TMG).

Al deze media zijn commerciële ondernemingen. Doet het er toe of zij Friese of Limburgse eigenaren hebben of Vlaamse? Zij verdienen geld met onafhankelijke journalistiek en hebben een publiek dat bereid is daarvoor te betalen. Dat gebeurt in een markt waar moet worden geconcurreerd met een zeer grote, door de staat met honderden miljoenen per jaar gesubsidieerde speler. Dat geldt te meer voor internet, waar de private media het steeds meer van moeten hebben, maar waar de publieke concurrent zijn waar gratis weggeeft.

Daar wordt zelden over geklaagd, terwijl het in de meeste andere bedrijfstakken ondenkbaar zou zijn. Het steekt dan des te meer dat de baas van deze overheidsconcurrent zich vervolgens publiekelijk zorgen maakt over de onafhankelijkheid van de rest, omdat die grotendeels in buitenlandse handen is. Dat hier vooral een Fins (Sanoma) en twee Vlaamse bedrijven worden bedoeld, getuigt overigens van weinig vertrouwen in het Europese project.

De onafhankelijkheid van deze krant is verankerd in een stevig redactiestatuut dat volledig wordt onderschreven door de eigenaren. Dat er volgens Rijxman nooit garanties zijn is een zwak argument; die zijn er voor een publieke omroep ook niet. Het zou de NPO-voorzitter sieren vertrouwen te hebben in de onafhankelijke concurrentie. Competitie houdt de journalistiek en zijn ondernemingen scherp, en sterk. Dat geldt hopelijk eveneens voor de speler die hors concours mag opereren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.