Zorgen over intimidatie Eritrese vrouwen in azc’s

Asielzoekers

Wat is er toch aan de hand met de jonge Eritrese vrouwen in de asielopvang? Zijn ze door de duivel bezeten, of worden ze seksueel uitgebuit?

Vluchtelingen lopen rond bij de opvang in vakantiepark Oranje. Kees van de Veen

Een medewerker loopt door de gang in een asielzoekerscentrum en schrikt zich rot als ze geschreeuw uit een kamer hoort komen. Op de gang ruikt het naar verbrand rubber. Als ze de deur opent, ziet ze hoe een jonge man water door de neus van een jonge vrouw laat lopen. Hij lijkt seksueel opgewonden. Anderen kijken toe. In een reflex zet ze iedereen de kamer uit.

Wat heeft de medewerker van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) nu gezien? Is dit een onschuldig duivelsuitdrijvingsritueel dat alleen maar schokkend overkomt door het cultuurverschil? Een orgie waar iedereen vrijwillig aan meedoet? Of wordt dit meisje seksueel geïntimideerd? Hulpverleners in de asielopvang hebben het sterke vermoeden dat Eritrese meisjes zo beïnvloedbaar zijn dat ze alles zullen doen om hun duivel kwijt te raken.

In Eritrea kan iedereen door het boze oog getroffen worden, in Nederlandse asielzoekerscentra lijkt het alleen jonge vrouwen te overkomen. Lijkt, want niemand weet precies wat zich afspeelt onder de duizenden Eritreeërs die hun dictatuur zijn ontvlucht en hier terechtkomen. Gewend als ze zijn om iedereen te wantrouwen, trekken ze niet aan de bel als hun iets ergs overkomt.

Jonge, mannelijke priesters

Dus om preciezer te zijn: de enige signalen die hulpverleners krijgen over Eritreeërs die bezeten zijn door het boze oog, en een uitdrijvingsritueel ondergaan, gaan over jonge vrouwen. Het valt op dat die vrouwen zich extreem afhankelijk opstellen van de jonge, mannelijke priesters die hen verlossen. Dat baart de hulpverleners grote zorgen.

„Zelfs mensen die al twintig jaar bij het COA werken, hebben nooit eerder zoiets gezien”, zegt Desiree Horbach, afgestudeerd op dit onderwerp aan de universiteit van Tilburg. Samen met Conny Rijken, hoogleraar mensenhandel en globalisering, deed ze een verkennend onderzoek naar veiligheid en welzijn van meerderjarige Eritreeërs in de asielopvang. Hun studie verscheen vrijdag in het wetenschappelijke Tijdschrift voor veiligheid.

Een aanleiding voor hun onderzoek was het bericht, begin vorig jaar, dat ruim twintig Eritrese jonge vrouwen in het azc in Oranje zwanger bleken. Het COA zag destijds aanleiding dit in verband te brengen met hun bezoeken aan de Eritrees-orthodoxe kerk in Rotterdam. De vrouwen zwegen, niemand deed aangifte en de politie vond geen aanwijzingen voor een misdrijf. Wat er is gebeurd, is nog altijd onopgehelderd.

Voor hun onderzoek hebben Horbach en Rijken 33 medewerkers van het COA, Vluchtelingenwerk, de GGD, huisartsenzorg en beveiligers rond vier azc’s gesproken. Ze vroegen hun niet om te speculeren over wat er zou kunnen spelen in de Eritrese gemeenschap, maar ze vroegen: ‘Wat zijn je zorgen over deze mensen?’ In een tweede ronde werd deze vraag aan 115 COA-medewerkers voorgelegd.

Ze mochten alleen antwoorden op basis van hun eigen ervaringen, niet die van collega’s, of afgaan op geruchten. Concreter dan dit lukt het tot nu toe niet om betrouwbare informatie over Eritrese nieuwkomers in Nederland te verzamelen. „Schil voor schil proberen we zo de ui af te pellen”, zegt hoogleraar Rijken.

Gebrekkige integratie

De grootste zorg blijkt de gebrekkige integratie, waarover al vaker is geschreven. Eritreeërs van tussen de 18 en 23 jaar vormen de grootste groep in de opvang, maar lijken vaak nauwelijks bezig met hun toekomst. Ze hebben weinig belangstelling om de taal te leren of werk te vinden. Dat is waarschijnlijk niet verwonderlijk. In Eritrea vallen mensen van deze leeftijd vaak onder de dienstplicht, die volgens de Verenigde Naties in werkelijkheid kan uitlopen op jaren van dwangarbeid of seksslavernij.

„Nu kan ik nog een oogje in het zeil houden”, zei een hulpverlener tegen de onderzoekers. „Wat gebeurt er als ze straks alleen in een gemeente wonen? Weten ze waar ze naartoe moeten als ze hulp nodig hebben?” Waarbij trouwens de vraag is of ze gaan, aangezien ze instanties wantrouwen. En omdat veel Eritreeërs elkaar óók wantrouwen, dreigt sociaal isolement.

Lees ook deze eerdere reportage:

Uitdrijvingsrituelen

Op de tweede plaats staan zorgen over de uitdrijvingsrituelen en meer in het algemeen de rol van priesters. De kerk speelt een leidende rol in het leven van veel orthodoxe Eritreeërs. Voor mensen die hier net aankomen, kan de kerkgemeenschap een grote steun zijn. Maar als die relatie doorslaat, ontstaat er afhankelijkheid en ruimte om dat uit te buiten.

De priesters die op opvanglocaties de uitdrijvingsrituelen toepassen, zijn over het algemeen jonge mannen, van wie het onduidelijk is of zij door de kerken formeel zijn aangesteld. Onder hulpverleners bestaat een sterk vermoeden dat deze mannen de meisjes beïnvloeden en de duivel kunnen ‘oproepen’. Daarna lijken ze op de een of andere manier te profiteren van het uitdrijvingsritueel. Hoe, dat weet niemand zeker.

Signalen van mensenhandel

Verder maken de hulpverleners zich zorgen over signalen van mensenhandel. Sommige meisjes die bij familie of vrienden buiten de opvang op bezoek gaan, zijn telefonisch onbereikbaar en gedragen zich daarna moe en teruggetrokken. Ze liggen dagen in foetushouding op bed. „De hulpverleners zien dit gedrag echt alleen bij Eritreeërs”, aldus onderzoeker Horbach.

Veel meisjes zijn schaars gekleed als ze het azc verlaten. Een respondent zegt in het onderzoek: „Hoe ze zich kleden, hoe ze zich gedragen, ze lijken gefocust op seks.” In combinatie met hun kwetsbaarheid en afhankelijkheid is dat zorgwekkend, vindt hoogleraar Rijken. Het valt op dat meisjes nieuwe iPhones hebben, die ze van hun toelage niet kunnen betalen. Ze zijn er volledig op gefixeerd en willen altijd bereikbaar zijn.

Er zijn dan ook zorgen over Eritrese mannen die zich bij de azc’s melden. Een voorbeeld is een man die meisjes ophaalt en zich bij navraag voordoet als tandarts. Later wordt hij ook bij andere azc’s gesignaleerd. „Hulpverleners in de opvang die dit soort dingen zien, melden dat”, zegt Horbach. „Maar hoe moet dit als de meisjes zelfstandig wonen? Andere gemeenschappen melden tekenen van mensenhandel zelf ook bij hulpinstanties, maar Eritreeërs niet.”