‘Wees bereid te sterven in Birma’, zeggen radicalen

Rohingya Radicaal-islamitische organisaties elders in Azië misbruiken het conflict rond de Birmese Rohingya om in eigen land jihadisten te mobiliseren. In Indonesië zoekt de radicale FPI moslim- vrijwilligers voor de strijd.

Rohingya-vluchtelingen ontvangen voedsel van lokale hulporganisaties in Bangladesh. Foto Danish Siddiqui/Reuters

Vrijwilligers konden zich vorige week in Jakarta melden om naar Birma te vertrekken om de Rohingya-moslims te helpen. De belangrijkste eis: bereid zijn om te sterven als martelaar.

Het idee kwam van de Indonesische radicale moslimorganisatie FPI en er zouden zich kandidaten hebben gemeld. Een woordvoerder van FPI zei eind vorige week tegen lokale media dat ze tienduizend vrijwilligers hebben geregistreerd. Als de Birmese én de Indonesische regering het geweld tegen de Rohingya niet stoppen, waarschuwde hij, verklaart FPI de oorlog aan Birma.

Kansen

Of dat aantal ‘vrijwilligers’ klopt en of er iets van het plan terecht komt valt nog te bezien. Maar dit voorbeeld maakt wel duidelijk dat radicale islamitische organisaties, vooral in Zuidoost-Azië, kansen zien in de Rohingya-crisis. Ze gebruiken het geweld tegen de Birmese moslims om hun eigen positie te versterken.

In het westen van Birma is het leger al ruim twee weken bezig met een vergeldingsactie tegen Rohingya’s, omdat groepen moslims politieposten hadden aangevallen. Het aantal Rohingya dat vanuit de Birmese deelstaat Rakhine naar Bangladesh is gevlucht, is gestegen tot bijna 300.000. Het aantal doden loopt in de honderden.

Hoe langer het geweld duurt, hoe reëler het risico dat radicale moslims elders in Zuidoost-Azië het geweld tegen de islamitische Rohingya’s proberen te ‘wreken’ met aanslagen op Birmese doelen zoals ambassades, of op boeddhisten. „Daar zijn wij zeker bang voor”, zegt Matthew Smith, oprichter van mensenrechtenorganisatie Fortify Rights, die vooral in Birma werkt. „Als de regering de rechten van Rohingya zo blijft schenden, dan ben ik niet verrast als dat aanslagen uitlokt.”

Een leider van Al-Qaeda Jemen riep vorige week moslims in Indonesië, India en Maleisië op te strijden tegen „de vijanden van Allah” in Birma. Er zijn geen aanwijzingen dat ARSA, de groep Rohingya die achter de aanvallen op de politie zit, banden heeft met Al-Qaeda of Islamitische Staat (IS). Wel zien deskundigen het risico dat IS zal gaan rekruteren onder de Rohingya. Een groep die zolang onderdrukt is, is gevoelig voor radicalisering.

Illegale migranten

De islamitische Rohingya hebben weliswaar een andere godsdienst dan de boeddhistische meerderheid van Birma, toch vormt dat niet de kern van het conflict in Rakhine. „Etniciteit, religie, grote armoede in de regio, het speelt allemaal mee”, zegt Smith. Het geloof speelt zeker mee: in andere delen van Birma neemt intolerantie tegen moslims óók toe, rapporteren mensenrechtenorganisaties. Maar de onderdrukking van Rohingya draait vooral om de vraag of zij wel of niet in Birma thuishoren. Birma ziet hen als illegale migranten uit Bangladesh.

We spraken een onderzoeker van Human Rights Watch over de Rohingya: 'Ze worden opgejaagd als vee'

Extremistische organisaties hebben er evenwel belang bij het conflict in Rakhine als een louter religieuze strijd neer te zetten: boeddhisten tegen moslims. Die boodschap slaat aan.

Zoals in Jakarta, waar betogers vorige week drie keer demonstreerden bij de Birmese ambassade. Één van de sprekers is bijna in tranen als ze vertelt hoeveel verdriet de crisis haar doet. De wereld houdt zich stil, roept ze. „Pas als het géén moslims zijn, schreeuwen ze over mensenrechten.” De Rohingya zijn onze broers en zussen, gaat ze verder. „Laat Allah alsjeblieft degenen straffen die onze broers en zussen zo slecht behandelen.”

Binnenlandse politiek

In Indonesië worden de demonstraties ook ingezet voor binnenlandse politieke doeleinden. De meeste mensen kwamen opdagen bij een bijeenkomst van de radicale FPI en andere clubs, die eerder achter manifestaties zaten tegen de toenmalige – christelijke – gouverneur van Jakarta. Nu zetten ze de regering van president Widodo onder druk.

De centrale boodschap is steeds dat de Indonesische harder moet optreden tegen Birma. Terwijl juist de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken als één van de weinigen naar Birma is gegaan en daar een toezegging los kreeg dat er hulp naar Rakhine zou gaan.

Vrijdag was het weer zover: de FPI wilde bij de Borobudur-tempel gaan protesteren, hét boeddhistische symbool van Indonesië. De politie hield hen tegen. Dus weken de duizenden opgetrommelde mensen uit naar een moskee in de buurt van de tempel.

Het is niet de eerste keer dat de onderdrukking van de Rohingya internationale gevolgen heeft. Toen in 2012 gevechten uitbraken tussen boeddhisten en moslims in Rakhine, leidde dat in andere landen tot dreigende taal en soms tot geweld. In India werd een belangrijke boeddhistische tempel geraakt, in Maleisië en Indonesië kwamen opgeteld twaalf boeddhisten om het leven.

Voorlopig is het in Indonesië gebleven bij een molotovcocktail die naar de Birmese ambassade is gegooid. Er vielen geen gewonden. Hoe valt escalatie te voorkomen? Matthew Smith zegt dat er vooral een einde moet komen aan de crisis zélf. Ja, zegt hij, ze hebben aanwijzingen dat ook de Rohingya van het ARSA mensenrechten schenden. Maar het grove geweld komt toch echt van het Birmese leger. „Zolang de protesten vreedzaam verlopen, vind ik dat iedereen die besluit de straat op te gaan, groot gelijk heeft.”