Theoloog die Bijbel en God betwistte

Harry Kuitert 1924-2017 Theoloog Harry Kuitert verkocht honderdduizenden boeken over het christelijk geloof. God is echt dood, concludeerde hij zes jaar geleden.

Kuitert in 1983. Foto: ANP

Voor de moderne gelovige in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was Harry Kuitert, die vrijdag op 92-jarige leeftijd overleed, een Mozes die het volk uitleidde uit het ‘diensthuis’ van de gereformeerde zekerheden. De klassieke gereformeerden van toen voelden zich door hem hulpeloos en hopeloos achtergelaten in de woestijn van de secularisatie.

Als jong theoloog ontdekte Kuitert de beeldspraak van de bijbel. Eenmaal met emeritaat kwam hij tot het inzicht dat alles, inclusief God, verbeelding was. God is echt dood, concludeerde hij in zijn voorlaatste boek, dat in oktober 2011 verscheen. De kerk heeft alleen nog een afkickfunctie voor degenen die nog niet aan die gedachte gewend zijn.

Beroemd werd zijn oneliner: „Alle spreken over Boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van Boven komt.” In een interview met dagblad Trouw ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag formuleerde hij het zo: „Elke godsdienst is een erfenis uit de tijd van de religieuze mythe. Ben je eenmaal zover dat je de christelijke religie ziet als een product van verbeelding, dan kun je er veel gemakkelijker mee spelen. Het slechtste is als we er waarheid van maken.”

In 2008 sprak Frank Vermeulen met Kuitert: Pas op voor een godsdienstoorlog om het publieke domein

Watersnood

Harminus Marinus Kuitert werd in 1924 geboren in Drachten, waar zijn vader leraar aan de christelijke ulo-school was. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam trok hij in 1950 als gereformeerd predikant naar Scharendijke op Schouwen-Duiveland. Hij maakte er de watersnood van 1953 mee. Later schreef Kuitert: „De Zeeuwse boeren plachten bij catastrofes te zeggen: ‘Dominee, het wordt ons door geen vreemde aangedaan’, een bescheiden manier om God ter sprake te brengen en bedoeld als een vertroosting [...] Tussen verzet en overgave zal het geloof altijd wel heen en weer pendelen.”

In 1955 werd hij studentenpredikant in Amsterdam. Daar kreeg hij te horen dat de Bijbel de mens niets meer te zeggen had. Dat kon aan de Bijbel liggen of aan de mens, maar Kuitert koos voor een derde optie: de mens weet gewoon te weinig van de Bijbel en onbekend maakt onbemind. Het leidde tot zijn boek De spelers en het spel, waarin hij bijbelse begrippen toelichtte en misverstanden ophelderde.

De waarheid van de bijbelse woorden stond voor hem nog niet ter discussie. In 1957 deed hij zijn doctoraal theologie en vijf jaar later promoveerde hij cum laude op een dogmatisch onderwerp, De mensvormigheid Gods. In 1965 trad Kuitert als wetenschappelijk medewerker in dienst van de Vrije Universiteit, die hem in 1967 benoemde tot hoogleraar in de ethiek en inleiding dogmatiek. Dat stuitte op verzet van enkele hoogleraren die betwijfelden of hij wel helemaal recht in de leer was, want hij zette vraagtekens bij de historiciteit van het bijbelse scheppingsverhaal.

Kuitert publiceerde in een niet aflatend tempo boeken over het christelijk geloof, zoals Verstaat gij wat gij leest? (1968), Zonder geloof vaart niemand wel (1974), de bestseller Het algemeen betwijfeld christelijk geloof (1992), Jezus, nalatenschap van het christendom (1998), Voor een tijd een plaats van god (2002), Schiften (2004) en Hetzelfde anders zien (2005). Rond zijn 90ste verjaardag verscheen zijn laatste boek, Kerk als constructiefout (2014).

Striptease

Wie die boeken op een rijtje legt, ontdekt dat Kuitert geleidelijk steeds meer christelijke geloofsvoorstellingen als ballast opzij schoof. „Bij mij dringt zich onwillekeurig het beeld van een striptease op”, schreef VU-theoloog Johan Vos. „Kuitert begon zijn voorstelling in het gesloten zwarte pak van de gereformeerde theologie en eindigde in de doorschijnende lendendoek van de transcendent gekleurde humaniteit.” In vele publicaties werd hij de laatste jaren dan ook nadrukkelijk tot de vrijzinnige theologie gerekend.

Kuitert irriteerde en schoffeerde zijn eigen gereformeerde familie, maar schrok er ook niet voor terug om ‘de linkse kerk’ een flinke oplawaai te verkopen. In 1985, toen het politiek activisme in christelijk Nederland hoog oplaaide, schreef hij Alles is politiek, maar politiek is niet alles. Daarin betoogde hij dat geloven wat anders is dan het realiseren van maatschappelijk en politiek welzijn voor anderen. „Er is geen politiek die naar het Messiaanse rijk voert.”

In de loop der jaren heeft Kuitert vele honderdduizenden boeken verkocht. Het geheim van dat succes was niet alleen zijn heldere schrijfstijl, maar ook het feit dat hij een neus had voor ontwikkelingen die op komst waren, aldus zijn uitgever Ton van der Worp. „Hij liep vaak voor de troep uit.” Velen hadden ook het gevoel dat hij verwoordde wat bij hen zelf onderhuids leefde.

Daar kwam bij dat hij het goed deed op de televisie, charmant overkwam en in tegenstelling tot andere theologen heel persoonlijk schreef. Als hij na de verschijning van een boek ergens een lezing hield in een kerk, dan kwamen er in dat gebouw meer mensen dan op zondag. Daar genoot hij van.

Nooit adviseur

De relatie met de Gereformeerde Kerken bekoelde in de loop der jaren steeds verder. Kuitert voelde zich door die kerken tekortgedaan. Zo werd hij nooit gevraagd als adviseur door de synode of als deskundige in een kerkelijke commissie. Tot bij journalist Ischa Meyer beklaagde hij zich daarover. Zijn theologiseren heeft zich mede daardoor steeds verder van de gereformeerde traditie losgemaakt. Het publicitaire succes heeft hem in zijn opvattingen gesterkt.

Door zijn tegenstanders is Kuitert vaak afgeschilderd als een rationalistisch theoloog, die de volledige mondigheid van de gelovige predikte, geheel in de lijn van het denken van de Verlichting. Anderen zagen in hem niet alleen een rationalist, maar ook een mysticus. Ze wezen op het contrapunt in zijn theologiseren: de enorme belangstelling die hij altijd had voor literatuur in het algemeen en de poëzie in het bijzonder, waarin gezocht wordt naar woorden voor het onzegbare. Citaten in Kuiterts boeken uit het werk van van Gerrit Achterberg, C.O. Jellema, Jan Eijkelboom, Harmen Wind en ook de Chinese dichter Lu Xun lieten zien dat zijn theologisch rationalisme ook een achterkant had.