Sint-Maarten in een koloniale knoop

Vier dagen op rij is door ministers in Den Haag crisisberaad gevoerd over een eiland op 7.000 kilometer afstand. Dat eiland heeft zeventien jaar geleden bij referendum duidelijk gezegd dat het niet bij Nederland wil horen. Nu hoort Sint-Maarten – Barendrecht qua inwonertal – nog wel bij het koninkrijk, maar niet meer bij Nederland.

Toch zijn er nu zo’n 400 Nederlandse militairen aan het werk, kijkt de koning of hij ook deze onderdanen kan bezoeken en zamelen mensen in Nederland in voor noodhulp.

Dat is de knoop die het kolonialisme al eeuwen geleden in de wereld heeft gelegd. Vorige maand nam minister Plasterk (Koninkrijkszaken) nog zakelijk afscheid van de Bovenwindse Eilanden. Eén natuurramp en daar ligt het brisante mengsel van schuld, verwijten en verantwoordelijkheid weer op zijn bureau. Je hoeft geen cultuurmarxist te zijn om deze gevoelens serieus te nemen, en ze maken alles precair wat toch al noodlottig is aan deze ramp.

Franse hulp was er al het hele orkaanseizoen, zeggen bewoners van Saint Martin. De Nederlandse overheid weifelt en twijfelt, de overheid van Sint-Maarten biedt onvoldoende steun.

Sint-Maartenaren zeggen bang te zijn voor plundering en opstandjes. Premier Rutte noemde de sfeer op het eiland vrijdag „grimmig” en stuurt militairen voor hulp én ordehandhaving. Het Amerikaanse televisiestation ABC laat getuigen aan het woord die een groep mannen met machetes een groot hotel in zagen gaan. Gasten zijn van handtassen beroofd, een die protesteerde werd in elkaar geslagen. Nederlandse militairen zetten een klopjacht in op bankrovers. Bewoners sluiten zich in hun huizen op.

Ik moet denken aan mijn verblijf op het Bovenwindse Montserrat, vijf eilanden verderop, eind jaren negentig. Daar barstte de vulkaan Soufrière uit en vaagde de hoofdstad weg. Overal lag as, overal trokken bewoners luiken en deuren dicht tegen inbrekers. Ze weigerden zich te laten evacueren. Onvoldoende drinkwater bracht hen ertoe illegaal water af te tappen.

De bewoners waren Britten – even ver van Londen verwijderd als de Sint-Maartenaren van Den Haag. De vulkaanuitbarsting zette de bevolking van Montserrat aan tot opstand – dagelijks waren er demonstraties tegen kolonialisme en voor de anarchie. Wat begon als natuurramp, eindigde in een emancipatiebeweging. De activisten kwamen in het parlement.

Zou dat op de Bovenwindse Eilanden ook kunnen gebeuren? Ik vraag het Clarisse Buma, directeur van een National Park op Sint-Eustatius. Zij herkent de weerbaarheid, de grote saamhorigheid op de eilanden. „En de verhouding met Nederland, die is niet zo goed.”

Twee keer per week schrijft Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) een column.