Cultuur

Interview

Interview

Reinier Sijpkens op zijn muziekbootje de Notendop in de Amsterdamse grachten.

Foto's Bram Budel

Onder de brug beland, maar wel als kapitein

Reinier Sijpkens (55) belandde onder de brug, maar op een manier die niemand hem nadoet. Al 25 jaar is hij fulltime watermuzikant van Nederland. „Als ik dood ben, mogen ze me nog een keer door de grachten varen.”

Het is een a-typisch succesverhaal. Reinier Sijpkens studeerde rechten en eindigde onder de brug. Maar wél als kapitein, zegt hij er met een lach bij.

Deze maand staat de 55-jarige watermuzikant een kwart eeuw aan het roer van zijn Notendop, een piepkleine, rijk beschilderde muziekboot, waarmee hij de wereld over gaat, van Texel tot Valkenburg, maar ook van Brazilië tot Zuid-Korea. Behalve op Antarctica heeft Sijpkens op alle continenten opgetreden. Het BBC-programma An Art Lovers’ Guide riep hem onlangs uit tot een van de vijf culturele hoogtepunten van Amsterdam, een stad waar hij regelmatig ronddobbert.

Kunnen mannen maar één ding tegelijk? Sijpkens bewijst het tegendeel; hij is een acrobatisch eenmansorkest. Met zijn rechterhand draait hij aan een zelfgebouwd, drie-octaafs draaiorgel, met zijn linkerhand speelt hij op een trompet, een flügelhorn, een grote zeeschelp of op zijn vingers. Ondertussen houdt hij zijn bootje met een elleboog op koers. Hoewel hij tijdens optredens rondjes vaart en zijn publiek aankijkt („Dat hoort zo bij serenades”), heeft hij nog nooit een aanvaring gehad. Niet nadenken, gewoon doen, dan gaat het allemaal vanzelf, zegt hij met een glimlach.

Sijpkens geeft meestal slechts mini-concerten. Eén of twee verkorte versies van bekende, en niet al te experimentele muziekstukken. Stravinsky op het water, dat werkt niet, zegt hij. De zelfgemaakte arrangementen ‘kapt’ hij met de hand in de kartonnen muziekboeken voor zijn orgel, een soort ponskaarten, waarin hij ‘foute noten’ met plakband heeft afgedekt.

Voor zijn optredens zoekt hij een lege brug. Daar is ruimte voor publiek, en de onderdoorgang van de brug garandeert hem een mooie akoestiek. Met een luid ‘ahoy’ trekt hij de aandacht.

„Wilt u klassiek of jazz”, vraagt Sijpkens op een mooie herfstdag aan de voorbijgangers die in het centrum van Amsterdam de Groenburgwal oversteken. „Jazz”, roept een Duitse toerist.

„Miles Davis of Michel Legrand?”

Even later klinkt So What, de Miles Davis-klassieker. Na de laatste tonen steekt Sijpkens een hengel met een klompje omhoog, voor het ‘bruggeld’. Een van de toeristen merkt op dat je in Nederland tenminste nog Lebenskünstler treft.

Sijpkens is de enige fulltime watermuzikant van Nederland. „En misschien wel in de wereld”, zegt hij. Als Leidse rechtenstudent viel hij voor de peurbakken, de feestelijk uitgedoste vaartuigjes die met de Lakenfeesten door de grachten varen. Zo’n bootje leek hem een mooie versiertruc. „Daarin dineren onder een brug, dan zit je meteen in de comfortzone van mooie vrouwen.”

In een zelfgemaakt bootje deed hij samen met beeldend kunstenares Lia Laimböck mee aan de eerste Leidse Peurbakkentocht, als Romeo en Julia. „We wonnen een culinaire reis naar Parijs. Ja, en met Lia ben ik later getrouwd. De schilderingen op mijn boot zijn van haar.”

Meloenen

De rechtenstudie beviel hem steeds minder, zegt Sijpkens. „Ik wilde iets doen wat ik kan delen en wat energie geeft. Op een dag heb ik mijn studieboeken op straat gelegd. Voor het raam ben ik gaan wachten tot iemand ze meenam. Toen dat gebeurde, was ik vrij. Daarna ben ik de wereld overgetrokken met een act voor kinderen: muziek, mime, dans, goochelen. Kinderen in arme landen, in rijke landen, in dorpen en in steden, overal reageerden ze het zelfde.”

Toen hij zijn bootje niet meer nodig had om vrouwen te versieren, besloot Sijpkens in 1992 om met zijn draaiorgel het water op te gaan. „Vanaf de eerste dag was dat een succes.”

Als kind was hij al een performer, vertelt Sijpkens. Zijn grootmoeder speelde knap piano, maar zijn ouders waren in het geheel niet muzikaal. Lachend: „Mijn moeder heeft tijdens de zwangerschap alleen meloenen gegeten. Ik zeg altijd dat dat de verklaring is.”

Hij noemt zich een performer, die passanten een blijvende herinnering wil bezorgen. „Ik probeer van mijn optredens altijd een sociale happening te maken, het is beslist geen solo-act. De historische monumenten, de bruggen, het water, mijn publiek, ik betrek ze bij mijn performance.”

In Amsterdam speelt hij vanaf het water vaak samen met de beiaardier van de Westertoren, de Zuidertoren en de Oudekerkstoren. Belangstellenden lopen dan vaak met hem mee en kunnen in korte tijd drie verschillende carillons horen. Ook is Sijpkens dol op improviseren. Als zich eens een merel meldt, probeert hij daar een duet mee te spelen.

„Zo’n dartelend bootje, dat past bij de grachten van onze historische steden”, zegt hij. „De sterke punten van onze cultuur heb ik in de loop der jaren in mijn boot verwerkt. Mijn Notendop is Nederland in een notendop. Hoe ik in mijn bloemenbootje de strijd met het water aanga, de orgelklanken, mijn klomp, het is allemaal oer-Hollands.”

Sijpkens treedt regelmatig op bij staatsbezoeken. Hij heeft twee compleet uitgeruste bootjes. Eén set is vaak in een container op weg naar een optreden ver weg. „Of ik een cultureel ambassadeur ben? Zoiets zeg je niet van jezelf. Maar als ik namens Nederland in Zuid-Korea of Tasmanië in mijn bootje stap, word ik supertrots op ons land.”

Sijpkens in Utrecht tijdens de start van de Tour de France:

1 kilo muntjes

Vaak vragen passanten hem of hij kan leven van wat hij doet. „Steeds minder mensen hebben kleingeld op zak. Van het kilo bruggeld dat ik op een dag ophaal, kan ik zeker niet leven. Gelukkig – ik heb twee studerende kinderen – word ik jaarlijks ook voor een stuk of vijftig evenementen geboekt. Als watermuzikant word je niet rijk. Maar ik ben vrij, en ik voel me rijk. Ik doe veel om niet. En dat gaat me gemakkelijk af, omdat dit werk me meer energie geeft dan het me kost.”

Vanuit zijn boot ziet hij ook alleen maar vrolijke gezichten. „Als mijn orgel goed klinkt en mijn boot ziet er goed uit, dan voel ik me zeker en zie ik de wereld door een roze bril. Die houding levert altijd respons op: als je openstaat voor een mooi moment is de kans dat je het krijgt ook groot.”

Met het aanvragen van vergunningen is hij lang geleden gestopt. „In het begin deed ik dat braaf elk jaar. Tot Schelto Patijn, de toenmalig burgemeester van Amsterdam, me belde. Omdat ik zoveel ‘feel good’ in Amsterdam had verspreid, schonk de Amsterdamse raad me een vergunning voor het leven. Fijn. Omdat ik voor koningin Beatrix en het kabinet had opgetreden, heb ik die Amsterdamse levensvergunning van toepassing verklaard voor het hele land. Ik breng serenades aan alle steden waar ik optreed. En als je iets geeft, mag je ook wel iets cadeau krijgen, toch? Steeds maar weer vergunningen aanvragen, dat swingt niet.”

Alle deuren opengegaan

Op de vraag naar het effect van zijn optredens vertelt Sijpkens een anekdote over een topman van een Amerikaans bedrijf, die zich bevrijdde van de ketenen van zijn werk na een serenade van de Music Boat Man. „Zijn assistent nam later contact met me op. Zijn baas had me in de gracht zien spelen. Daardoor waren alle deuren bij hem opengegaan. In het vliegtuig op weg naar huis had hij besloten om terug te gaan naar zijn vrouw en zijn baan op te geven.”

Zijn pretenties zijn klein, zegt Sijpkens. „Ik wil inspireren. Doe iets met je talent en je passie, en werk niet alleen voor een hypotheek. Zeker in een tijd van aanslagen en andere narigheid is het zaak om het leven te vieren. Zolang ik een kleine bijdrage kan leveren aan de spontaniteit en de vrijheid, lijkt het me zinvol om te blijven doen wat ik doe.

„Zolang ik me er goed bij voel en het geen beschamende vertoning wordt, blijf ik met een hoedje op aan mijn orgeltje draaien. Hopelijk tot ik er dood bij neerval. En daarna zal ik in deze boot worden begraven. Eerst mogen ze me dan nog een keer door de grachten varen, en daarna is het klaar. Die gedachte geeft rust.”

Sijpkens in de grachten van Amsterdam: