Catalanen zoeken begrip en steun met wereldwijde lobby

Streven naar onafhankelijkheid

Catalaanse separatisten mobiliseren het volk, maar onderschat ook hun lobbywerk niet.

Catalaanse vlaggen in Sabadell, een voorstad van Barcelona, waar deze maandag opnieuw gedemonstreerd wordt voor de Catalaanse onafhankelijkheid. FOTO Emilio Morenatti/AP

‘Spanje is geen democratisch regime, we zullen antwoorden met volle straten”, stelde de Catalaanse regiopresident Carles Puigdemont vorige week nadat ‘Madrid’ het constitutionele hof inschakelde om een referendum over onafhankelijkheid te verbieden. Het mobiliseren van massa’s hebben de Catalaanse separatisten door een uitstekend werkende propagandamachine tot specialiteit verheven. De Nationale Assemblee van Catalonië (ANC) vindt zichzelf zelfs wereldkampioen in het organiseren van vreedzame megaprotesten.

Voor de zesde keer op rij wordt de Catalaanse feestdag van 11 september – waarop herdacht wordt dat Catalonië in 1714 bij Spanje werd gevoegd – door de ANC benut als een demonstratie tegen de centrale regering in Madrid. Maandagmiddag zullen naar verwachting opnieuw meer dan een miljoen mensen in de binnenstad van Barcelona om 17.14 uur om onafhankelijkheid schreeuwen. La Diada del sí, zo wordt deze editie genoemd. Het – ‘ja’ – verwijst naar het verboden referendum van 1 oktober.

De Catalanen doen er alles aan om buiten Spanje wél sympathie te vinden voor hun zaak. De voorbije jaren zijn tal van organisaties opgericht die de strijd voor een onafhankelijk Catalonië ondersteunen. Van de wereldwijd gewortelde ANC met haar veertigduizend leden tot de publieke diplomatie van Diplocat. En van cultuurbewaker Omnium tot de Vereniging van Gemeenten voor de Onafhankelijkheid (AMI). De één bespeelt grote massa’s, de ander gaat juist diplomatiek te werk. De boodschap is eenduidig: de Catalanen willen zelf over hun toekomst beslissen.

Demonstranten in de Baskische stad Bilbao houden Catalaanse vlaggen en Baskische vlaggen omhoog tijdens een protest zaterdag vóór het referendum.

Foto Vincent West/Reuters

Geen weg terug

Als internationale correspondenten niet naar Barcelona komen, dan brengt de Catalaanse lobby wel een bezoek aan Madrid. Natàlia Esteve, vice-voorzitter van de ANC, schetste daar vorige week hoe haar ‘land’ „hoe dan ook” afstevent op het referendum van 1 oktober. „Ik ga ervan uit dat de Catalanen rustig hun stem uit kunnen brengen. Er is geen weg terug. Spanje zal het slachtoffer worden van zijn eigen mislukte tactiek”, stelde Esteve zelfverzekerd.

Esteve beschrijft de ANC als „een politieke lobby” om „mensen te kunnen mobiliseren” en „Catalaanse instituties te beschermen”. De organisatie is met 550 afdelingen wijd verspreid in Catalonië, maar heeft daarnaast vertegenwoordigingen in veertig landen, ook in Nederland. „Van oudsher kent Catalonië een sterke verenigingscultuur. Catalanen voelen zich snel verbonden met elkaar. Onze organisatie draait volledig op vrijwilligers. We kunnen gebruikmaken van specialisten op tal van gebieden. Juristen, economen, historici, journalisten. De sociale media zijn voor ons een groot wapen.”

De ANC streeft de Catalaanse onafhankelijkheid na, maar is niet verbonden aan een politieke partij. De projecten worden gefinancierd uit de contributie van de leden en via fondsenwerving en merchandising. Esteve: „Mensen vanuit het hele politieke spectrum voelen zich verbonden. Dit zijn de burgers van Catalonië. De massa die wordt gemobiliseerd is vaak zo groot dat ‘Spanje’ daar niets tegenin kan brengen.”

De oproep van premier Rajoy om te stoppen met de voorbereidingen van een referendum wordt door de ANC niet serieus genomen. Het is de bedoeling dat de straten van Barcelona op maandagmiddag volstromen met separatisten in fluorescerende gele shirts. Ze moeten op El Paseo de Gracia en La calle de Aragón een groot levend kruis gaan vormen. Behalve de top van de ANC zullen ook vertegenwoordigers Òmnium en AMI de mensenmassa toespreken. Alles is wereldwijd live te volgen via sociale media.

Maar Martí Estruch Axmacher, hoofd communicatie van Diplocat, wil zich tijdens de La Diada op de achtergrond houden. Hij is gastheer voor zes journalisten uit Zuid-Amerika die op kosten van de publiek-private lobbyclub de nationale feestdag van Catalonië meemaken. „De journalisten zijn tot niets verplicht. Als ze niets publiceren gaan we niet zitten klagen”, stelt Estruch Axmacher, die in het verleden ‘ambassadeur’ van Catalonië in Berlijn was.

Estruch Axmacher zegt dat Diplocat in het leven is geroepen om „publieke diplomatie” te bedrijven. Naast de Catalaanse overheid zijn er organisaties als universiteiten, grote bedrijven en zelfs voetbalclub FC Barcelona bij betrokken.

Klassieke diplomatie

„Omdat Catalonië formeel geen land is, ontbreekt het aan de klassieke diplomatie”, zegt Estruch Axmacher. „Maar door verschillende evenementen te organiseren en internationale media uit te nodigen, proberen we onze stem in het buitenland toch te laten horen. Zo drukte The New York Times onlangs een opiniestuk af van de Catalaanse parlementsvoorzitter Carme Forcadell. Een succesje voor Diplocat.”

Vooralsnog ontbreekt het regiopresident Carles Puigdemont aan openlijke politieke steun vanuit het buitenland; een speciale persman voor de internationale media heeft daar nog niet veel verandering in kunnen brengen. Voor maandagmorgen heeft hij wederom de correspondenten bijeengeroepen om duidelijk te maken dat Catalonië, zoals hij steeds zegt, „een democratische en politieke oplossing” zoekt en over zijn eigen toekomst wil beslissen.

Premier Rajoy blijft onvermurwbaar. Hij is niet gevoelig voor de argumenten van de Catalanen en zwicht ook niet voor volle straten in Barcelona. Rajoy voert nauwelijks een lobby. „De democratie zal zijn werk doen om de eenheid van Spanje te beschermen”, stelt hij kortweg.