Gouden Leeuw voor fantasyfilm over vismens: The Shape of Water

Het filmfestival in Venetië is afgesloten met de uitreiking van de prijzen: de Gouden Leeuw ging naar een Hollywoodregisseur Guillermo Del Toro

Guillermo Del Toro won de Gouden Leeuw met zijn sprookje The Shape of Water. Foto Domenico Stinellis / AP

De Mexicaans-Amerikaanse regisseur Guillermo Del Toro won zaterdag op het Lido van Venetië de Gouden Leeuw met zijn prachtige, waterige sprookje The Shape of Water. Over de liefde van een stomme schoonmaakster Elisa, die valt voor een vismens die rond 1960 gevangen wordt gehouden in een geheim militair instituut voor onderzoek en vivisectie.

“Ik ben 52 jaar, weeg 137 kilo en heb tien films gemaakt”, zei Del Toro geëmotioneerd nadat hij de filmprijs in ontvangst had genomen. “Er komt een tijd dat je als verteller iets anders wilt doen.” Al zijn bij Del Toro monsters en misfits altijd de helden - en dat heeft mogelijk te maken met zijn gewicht van 137 kilo.

Hij gold vooraf al als favoriet in de filmcompetitie van het festival van Venetië; toch verrast het deze fantasyfilm uit Hollywood met de hoogste prijs aan de haal te zien gaan. Want de barokke, duistere stilist Del Toro is een Hollywood-insider die naast arthorror als Pan’s Labyrint blockbusters als Hellboy maakte. De Gouden Leeuw ging de afgelopen jaren steevast naar experimentele, obscure films uit verre landen: vorig jaar het bijna vier uur lange Fillippijnse Ang babaeng humayo, in 2015 het Venezoleaans-Mexicaanse Desdé Alla.

Een grimmig humoristische verhaal vol haarspeldbochten

Dit jaar gaf directeur Alberto Barbera de jury die keus niet. Het 74ste filmfestival kende een sterke, afwisselende maar ook conventionele competitie, met een sterke nadruk op de formidabele vloot Amerikaanse Oscarkandidaten, waar ditmaal overigens geen geheide winnaar tussen zat als La La Land, Birdman of Gravity. Naast Del Toro valt Three Billboards outside Ebbing, Missouri Oscar-kansen toe te dichten.

De Britse filmauteur Martin McDonagh won voor deze film de prijs in Venetië voor het beste scenario; een grimmig humoristische verhaal vol haarspeldbochten. Maar ook de razende performance van Frances McDormand, een moeder die het niet pikt dat de verkrachter en moordenaar van haar dochter nog steeds losloopt, lijkt Oscarmateriaal. Net als de jonge Charlie Plummer, die de Venetiaanse belofteprijs won met zijn jongen-vindt-paard roadmovie Lean on Pete.

Onder Alberto Barbera is het Lido uitgegroeid tot de eerste stop van het Oscarseizoen: op het filmfestival in Cannes is Hollywood bang te vroeg te pieken. Maar Hollywood wil ook wel eens in de prijzen vallen. Was het misschien daarom dat het door de filmkritiek op handen gedragen, maar esoterische Zama, het vervolg op Lucretia Martels arthouse-sensatie The Headless Woman, hier buiten de competitie draaide? Want dat was exact de grensverleggende, exotische outsider die doorgaans de Gouden Leeuw voor Amerikaanse neus wegkaapt.

Venetië blijft de tweede viool spelen

De goedlachse Barbera stelde zich daarmee wel bloot aan het verwijt van seksisme: slechts één van zijn 21 competitiefilms kende een vrouwelijke regisseur. Maar door vijf vrouwen – vier actrices, één regisseur – te selecteren in de negenkoppige jury onder de Amerikaanse actrice Annette Bening vaccineerde hij zich min of meer tegen dat verwijt.

Wat betreft niet-Amerikaanse kwaliteitsfilms blijft Venetië toch tweede viool spelen achter Cannes. Alleen het Israëlische drieluik Foxtrot, over Israël, oorlog, schuld en noodlot, had Cannes vermoedelijke graag gehad, maar regisseur Samuel Maoz heeft warme herinneringen aan het Lido, waar hij in 2009 de Gouden Leeuw won met zijn debuut Lebanon. Ditmaal ging hij met de tweede prijs (Grand Prix) naar huis.

Ook prijzen voor arthouse en derde wereld

Verder vielen vakbekwame genrefilms in de prijzen, zoals Jusqu’à la garde van de Franse nieuwkomer Xavier Legrand, die zowel beste debutant (trillende lip) als beste regie (tranen met tuiten) won. Zijn thriller over huiselijk geweld, waarin een de manipulerende, narcistische bullebak Antoine zijn ex en gezin belegert, snoert bekwaam je keel dicht. Vakwerk leverde ook Warwick Thorntons ‘Austern’ Sweet Country, die de ‘derde prijs’ won, of Special Jury Prijs. Aboriginal Sam schiet begin vorige eeuw uit noodweer de racistische verkrachter neeer en is dan een posse onder een John Wayne-Clint Eastwood-type te slim af in de outback: een spannende, maar sentimentele western.

Charlotte Rampling won de ‘Volpi Cup’ als beste actrice met Hannah, een uitgebeende, strenge film waarin ze als sociale paria door het beeld schuifelt omdat ze haar voor pedofilie veroordeelde echtgenoot trouw blijft. De Libanese acteur Kamal El Basha werd beste acteur voor het hoekige, wat didactische Libanese rechtbankdrama The Insult, waarin hij een Palestijnse opzichter Yasser speelt, wiens fittie met de christen Tony over een illegale afvoerpijp het hele land dreigt te destabiliseren. En zo viel ook arthouse en derde wereld in de prijzen.