Een muzikaal leider die museumdirecteur werd

Foto ANP

Zijn leven lang pendelde Pieter van Empelen tussen theaters en bouwplaatsen, piano’s en schepen, musea en muziek. In de jaren zeventig werd hij bekend als mede-oprichter, componist en pianobegeleider van de invloedrijke cabaretgroep Don Quishocking, was daarna directeur van het Maritiem Museum Prins Hendrik in Rotterdam en speelde als bouwcoördinator een voorname rol bij de verrijzenis van het Hermitage-museum in Amsterdam. Maar ook in die latere jaren bleef hij tevens actief als cabaretregisseur. Youp van ’t Hek, wiens eerste solovoorstellingen door Van Empelen werden geregisseerd, noemde hem „m’n praatpaal, m’n dramaturg, een heel goede vriend”. Hij stierf zondag, na een hersenvliesontsteking, 74 jaar oud.

Hoewel hij als jongeman circusartiest wilde worden – bij voorkeur koorddanser – ging hij eerst elektrotechniek studeren aan de TH van Eindhoven. Twee jaar later stapte hij over naar de studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Daar ontmoette hij George en Ank Groot, Jacques Klöters en Fred Florusse met wie hij het studentencabaret Don Quishocking oprichtte. In 1968 wonnen ze het Cameretten-festival. Van Empelen fungeerde als muzikaal leider. „Als componist begreep hij heel goed de betekenis van de teksten”, aldus Florusse. „Zijn muziek raakte precies aan de woorden”.

Een klassieker werd zijn melancholiek getoonzette liedje De oude school, op een tekst van Willem Wilmink.

Na tien succesvolle DQ-jaren verlegde Van Empelen zijn koers. Hij werd benoemd tot directeur van het Maritiem Museum in Rotterdam door ongevraagd een adviesrapport over de toekomst van het museum in te dienen. „Het maritiem museum is veel te netjes voor een stad als Rotterdam”, vond hij. In die functie leidde hij de verhuizing naar de nieuwbouw aan de Leuvehaven.

Kort na de opening van het nieuwe museum, in 1986, vertrok hij omdat het project was afgerond. In de jaren negentig kwamen er nog twee nieuwe projecten op zijn pad: de coördinatie van de bouw van het Cobra-museum in Amstelveen en van de Hermitage in Amsterdam – geheel binnen de tijd en het afgesproken budget. Zijn hang naar precisie typeerde hem; enthousiast kon hij vertellen over zijn speurtocht naar de juiste ventilatieventieltjes voor de Hermitage, om condens in de dubbele ramen te voorkomen.