Zo word je zelf een David Attenborough

Natuurdocumentaires kijken is leuk, maar ze zelf maken is nog leuker. Aan een smartphone heb je al genoeg om je eigen Planet Earth te maken.

Foto Istock/Beeldbewerking NRC
  1. Verdiep je in je apparatuur

    Natuurfilmer Ruben Smit (45), die onder andere De nieuwe wildernis en De levende rivier maakte, gebruikt steeds vaker zijn iPhone 6S om natuurfoto’s en -films mee te maken, voornamelijk voor zijn socialmediakanalen. Belangrijk is het volgens Smit om de beperkingen van je apparaat te kennen. „De scherptediepte is bijvoorbeeld zeer groot bij smartphonelenzen: zowel voorin het beeld als achterin is alles scherp omdat er een vaste groothoeklens in zit. Daardoor kun je er goede totaalopnames mee maken, van landschappen bijvoorbeeld. Maar inzoomen op een edelhert op 50 meter afstand wordt lastig, daar heb je een telelens voor nodig.”

    Ook voor timelapses en slowmotionopnames zijn de meest moderne smartphones geschikt, benadrukt Smit. „Met mijn iPhone kan ik prachtige opnames maken van traag vallende sneeuwvlokken of van fladderende vlinders.” De smartphonefilms zijn in full HD – topkwaliteit – maar omdat ze sterker gecomprimeerd zijn dan op een gewone camera kun je ze niet zo goed bewerken. Te donkere beelden worden bijvoorbeeld niet mooi, dus zorg voor de juiste lichtomstandigheden. Als je geluid wilt opnemen, is een losse microfoon ideaal: dan wordt de geluidskwaliteit beter.

  2. Kies voor klein

    Er is één filmvorm waarvoor je smartphone bij uitstek geschikt is: macro-opnames. Oftewel: kleine dieren filmen vanaf een korte afstand. Natuurfilmer Roel Diepstraten (27), die filmde voor onder meer De nieuwe wildernis en Vroege vogels: „Je kunt allerlei opzetlenzen kopen voor je telefoon, maar voor het echte telelenzenwerk heb je toch een andere camera nodig.

    Je kunt bijvoorbeeld oefenen op regendruppels langs de rand van bladeren, of op bloemblaadjes. Wat wel belangrijk is: bij zonnig weer moet je zorgen dat je eigen schaduw niet zichtbaar is in het beeld. Diepstraten: „Wat dat betreft is een bewolkte, koude dag beter. Bij slecht weer zitten vliegende insecten vaak ook te schuilen tussen de vegetatie, dus kun je ze makkelijker vastleggen.”

    Zorg ook voor voldoende afwisseling in je beeld: close-ups van je hoofdrolspelers, maar ook overzichtsshots met meer afstand. Een vuistregel: eenderde van het beeld wordt gevuld door je hoofdpersoon, tweederde door de achtergrond.

    Kijk zoveel mogelijk met de dieren mee ‘het beeld in’: geef ruimte aan het gezichtsveld, zorg dat de meeste achtergrond zichtbaar is in hun kijkrichting, zodat je weet waar ze naartoe op weg zijn: een mier naar haar nest, een merel naar een regenworm. Zelfs al zie je niet waarnaar ze kijken, het komt dan toch natuurlijker over.

    „Een ideaal hulpstuk is de gimball”, zegt Smit. „Dat is een houder waarin je je smartphone klemt, waardoor je vanuit de hand heel vloeiende, niet-bewogen beelden kunt schieten. Dat zorgt voor een filmisch effect.” Filmen met statief kan ook.

  3. Weet wat je wilt vertellen

    „Een goed verhaal is onmisbaar.” Natuurfilmer Dick Harrewijn (31) is er duidelijk over: met wat voor apparatuur je filmt is eigenlijk van ondergeschikt belang, zolang je je kijkers maar geboeid houdt. En daartoe is het belangrijk van tevoren je verhaal te bepalen. „En natuurlijk geldt: hoe mooier de beelden, des te geboeider de kijkers. Met de juiste shots kun je een bepaalde sfeer creëren: mistflarden zorgen voor een heel andere kijkervaring dan een strakblauwe lucht. Maar uiteindelijk ben je nergens zonder spanningsboog. Ga op zoek naar de verhalen die nog niet verteld zijn. Breng bijzonder gedrag in beeld. Maar met een enkel shot ben je er nog niet. Weet jij een zeldzame vogel in een sloot vast te leggen? Heel mooi, maar er moet ook wat gebeuren. Als die vogel niet wegzwemt of een partner zoekt of wordt opgegeten, dan heb je geen verhaal.”

    Zelf heeft Harrewijn een iPhone 7. Daarmee maakt hij vooral filmpjes voor zijn vriendenkring. Voor de bioscoopfilms waaraan hij werkt (onder andere De wilde Veluwe en Holland – natuur in de delta) is de resolutie van een smartphonecamera te laag. „Maar voor tv zou ik er prima opnames mee kunnen maken.”

  4. Ken je hoofdrolspelers

    „Kijk, een merel.” Diepstraten wijst tussen de beukenbomen. We lopen nog geen kwartier door een bos in de buurt van Soest, en hij heeft al tien diersoorten gespot – vogels, een spin, mieren, diverse vlinders. Dieren filmen is niet alleen een kwestie van goed om je heen kijken, benadrukt Diepstraten, filmend met zijn Samsung Galaxy 7 Edge. „Het gaat vooral ook om een goede voorbereiding. Als jij weet dat een vlinder als het groot dikkopje graag nectar haalt bij koekoeksbloemen of bramen, of dat de boomklever een vogel is die zaden vastklemt tussen de bast van een boom om ze beter te kunnen kraken, dan weet je waar je op moet letten. En dus ook waar je je camera moet richten.” Niet iedereen is een geboren bioloog, maar op websites van de Vlinderstichting en Vogelbescherming is bijvoorbeeld allerhande informatie te vinden. „Al doende leer je het landschap lezen. Je weet welke dieren op welk moment van de dag actief worden, hoe je roofvogels in de lucht van elkaar onderscheidt. Het is een cliché, maar oefening baart kunst.” Harrewijn: „Vroeger waren alle grote natuurfilmers ook bioloog. Tegenwoordig is het dankzij internet veel makkelijker om informatie op te zoeken. Ook wat dat betreft is een smartphone handig bij het filmen: je kunt altijd online dingen nalezen. Veel mensen denken dat je als natuurfilmer in een hutje zit te wachten tot je een mooi beeld kunt schieten. Maar een goede voorbereiding is onontbeerlijk. Weet waar de dieren leven, eten, poepen.”

  5. Laat je deodorant thuis

    Ook belangrijk in het kader van een goede voorbereiding: de juiste uitrusting. Zorg dat de accu van je smartphone vol is en dat je warm genoeg gekleed bent om het een paar uur vol te houden. Diepstraten: „Vaak zie je mensen in volledige camouflage-uitrusting de natuur in trekken, maar dat is overdreven. Dieren zien hun omgeving heel anders dan wij – veel soorten nemen bijvoorbeeld UV-straling waar, maar kunnen juist weer minder goed kleuren onderscheiden. Vaak worden ze eerder afgeschrikt door plotselinge bewegingen dan door kleur. Een stier reageert ook niet op een lap omdat-ie rood is, maar omdat-ie heen en weer wordt gezwaaid. Loop dus behoedzaam, maak zo min mogelijk geluid en let op van welke kant de wind komt: van het dier naar jou toe is beter dan andersom.”

    Wat geuren betreft: doe geen sterk ruikende deo of parfum op. Maar compleet geurloos op avontuur gaan zal hoe dan ook niet lukken. „Zelfs als je onder de douche bent gestapt van tevoren draag je je eigen geur mee.”

  6. Respecteer je omgeving

    „Boven alles ben je te gast in de natuur – ook als die zich in je eigen achtertuin bevindt”, zegt Roel Diepstraten. Met andere woorden: verstoor de dieren niet. „Breek geen takken af omdat je dan mooier beeld hebt, stamp niet rücksichtslos door een poeltje heen omdat je per se die ene vogel in de verte wil vastleggen. Als je in een natuurgebied filmt, houd je dan aan de regels: niet bijvoeren, voldoende afstand houden tussen jezelf en de dieren.”

    Ga eens ‘s nachts de natuur in, dan zie je zo veel meer

    Harrewijn: „Dit punt is essentieel. Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken. Je brengt de dieren soms letterlijk in levensgevaar als je niet weet wat je doet. Veel filmers kozen er vroeger voor om nesten te filmen – daar konden ze makkelijk dichtbij komen. Maar blijf – zeker als beginnende natuurfilmer – uit de buurt van nesten. Jonge vogels zijn heel kwetsbaar, en verstoring betekent meestal hun dood.”

  7. Heb geduld

    Belangrijker nog dan de juiste camera is het vermogen om te wachten: de natuur laat zich nu eenmaal niet regisseren en soms duurt het uren voordat je het perfecte plaatje voor je hebt. Harrewijn: „Het licht vroeg in de ochtend of aan het eind van de dag is het mooist.” Diepstraten: „Het kan handig zijn om regelmatig naar dezelfde plek te komen: dan kunnen de dieren aan je wennen en jij leert de plek ook beter kennen. Maar zeker bij beweeglijkere soorten, zoals vogels, blijft het een kwestie van geduld en geluk hebben.”

    Ook achteraf, bij het monteren, is enig geduld noodzakelijk. Diepstraten: „Vaak is het vooral lastig om een keuze te maken in al het beeld. Zorg dat je voordat je gaat filmen al een scenario in je hoofd hebt, zodat je weet welke shots daarbij passen.”