Column

Zijn we echt zo dom?

Boeiende week voor wie hongert naar vergezichten in de politiek: de film over GroenLinks-voorman Jesse Klaver beleefde alsnog een première in Carré. Eveneens in Amsterdam hield CDA-leider Sybrand Buma zowat tegelijkertijd de H.J. Schoo-lezing. Twee leiders van middelgrote partijen kregen de kans om hun ideeën te presenteren, een politiek visitekaartje af te geven. Wat is hun idee van Nederland? Wat te doen aan de groeiende tegenstellingen? Hoe gaan we de onzekere toekomst tegemoet? Wat willen we onze, nou ja, uw kinderen nalaten?

Boeiend, toch? Nog boeiender wordt het als je de twee naast elkaar legt.

Wat aan de lezing van Buma vooral opviel, was dat hij meer in het verleden dan in de toekomst geïnteresseerd lijkt. Vraag Buma of hij suiker in zijn thee wil, en hij begint tegenwoordig over de joods-christelijke wortels van onze beschaving. Waar hij in zijn vorig jaar verschenen boek Tegen het cynisme een breed perspectief probeerde te schetsen voor een conservatief-christelijke politiek, is het nu vooral regressief rechts wat de klok slaat. De verlichting is een dwaalleer, het idee van gelijkheid een dwaallicht. Cultuurrelativisme zet onze beschaving op het spel, we gaan ten onder aan een alles-moet-maar-kunnen mentaliteit.

Ik weet niet in welke kringen Buma verkeert, maar nooit kom ik een Nederlander tegen die vindt dat alles moet kunnen – ik kom alleen mensen tegen die dingen niet vinden kunnen. Vroeger werd die niksige frase gebruikt om afkeer van bijvoorbeeld homoseksualiteit te etaleren – waarvan de acceptatie, ik geef een voorbeeld, toch echt een verdienste van de Verlichting is. Betwist Buma dat?

Dat het Verlichtingsdenken correctie behoeft, vind ik ook – en Buma citeert me instemmend. Het wegvallen van een idee van gemeenschappelijkheid is een groot probleem, maar ik zou zeggen: kijk eens vooruit. ‘De gewone Nederlander’, stelt Buma, voelt dat hem van alles wordt afgenomen, hij voelt zich vervreemd van zijn omgeving; een nieuwkomer moet zich zodanig aanpassen dat je nergens meer aan ziet dat hij een nieuwkomer is – en eigenlijk had hij gewoon niet moeten komen. Alles wordt gezien in termen van dreiging en verlies. Iedere inleving in iemand met een andere achtergrond dan de jouwe wordt afgedaan als relativisme.

Nog iets: hoe vaak hebben we dit verhaal nu al gehoord? Edith Schippers vertelde het in de vorige H.J. Schoo-lezing, Maxime Verhagen vertelde het zes jaar geleden. Dat begint op zwelgen te lijken.

Ik heb niks tegen conservatisme. Ik heb wel iets tegen conservatisme dat iets wil bewaken wat er niet meer is – of er nooit is geweest. Het eerste is nostalgie, het tweede leidt tot haat tegen vermeende krachten die een terugkeer onmogelijk maken.

Wie de zoektocht naar een idee van gemeenschap in een pluriforme samenleving terugbrengt naar het staand zingen van het Wilhelmus, is cynisch bezig. Dat is geen visie, dat is bejaarden kietelen.

Wat zet Jesse Klaver daar tegenover? In de aanloop van Jesse, de film die Joey Boink van de jonge politicus maakte, ging het vooral over de dubbele pet die de maker op had gehad – hij was de ‘beeldregisseur’ van Klaver tijdens de campagne. Daarna ging het eindeloos over de vraag of de film propaganda was. Tegenover Eva Jinek legde Klaver zelf enthousiast uit dat er best nare trekjes van hem in zaten.

Jesse laat veel zien, maar hij gaat nergens over – op zich een prestatie. De grote thema’s die Buma aansnijdt in zijn lezing, de intellectuele inspanning, het streven om een politieke visie te ontwikkelen: geen spoor ervan in Boinks documentaire. Nergens een idee, een interessante gedachte, laat staan een visie. Lifestyle als politiek. Het schandaal van Jesse is dat de maker het kennelijk niet nodig vond ook maar iets van een politiek verhaal zichtbaar te maken. Alle inhoud is persoonlijke emotie, zoals de dood van Klavers moeder. Ik heb niks tegen buitenkant, zolang je maar voelt dat er ook een binnenkant is. Niks. Nada.

Dat je vervolgens Carré afhuurt en gaat zitten shinen met een film die, onbedoeld, een ontmaskering is – hoe vaak kun je in je eigen voet schieten?

Waar houden Klaver en Boink ons voor, zien ze ons als zo dom en oppervlakkig? Zo gaan we dus de toekomst tegemoet – met een centrum-rechtse partij die zich steeds meer verliest in verbeten nostalgie naar een verzonnen verleden en een linkse partij die zich volledig verliest in de persoonlijkheidscultus rondom iemand zonder veel persoonlijkheid. Dat kan niet alles zijn. Toch?

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats