Opinie

Wat Trump kan leren van JFK

Er zijn leerzame overeenkomsten tussen de Cubaanse raketcrisis van 1962 en de confrontatie met Noord-Korea, schrijft . Trump moet Kim diplomatieke ruimte bieden om een nucleaire catastrofe te vermijden.

Krantenvoorpagina’s na de aankondiging van een Amerikaanse zeeblokkade om te voorkomen dat Russische schepen met raketten Cuba bereiken (23 oktober 1962). Foto Everett Collection/HH

Als we de oorlogstaal van de huidige presidenten van Noord Korea en de Verenigde Staten serieus nemen, staat de wereld aan de rand van de afgrond.

Gelukkig, hoor je Washington-watchers wel zeggen, weet Trump zich omringd door ervaren generaals in zijn kabinet. Of zij inderdaad zo’n geruststellende, temperende invloed hebben, is de vraag. Het was juist generaal James Mattis, de minister van Defensie, die na de jongste kernproef zei dat een nieuwe dreiging van Kim Jong-un beantwoord zal worden met een „massief militair antwoord”. Feit is ook dat de Amerikaanse legertop de president diverse militaire opties heeft aangereikt, inclusief de meest huiveringwekkende.

Het doet me denken aan de Cubaanse rakettencrisis van 1962. Ook toen liepen de gemoederen op tot bijna het kookpunt. Toen Sovjet-raketinstallaties op het eiland waren gefotografeerd, sprak Kennedy de volgende tekst uit: „De Verenigde Staten volgen de politiek dat elke lancering van een raket met kernlading vanuit Cuba tegen enige natie van het westelijk halfrond moet worden beschouwd als een aanval van de Sovjet-Unie op de Verenigde Staten, een aanval die een vergelding op grote schaal vereist tegen de Sovjet-Unie.”

Als Kim niet inbindt, moet Trump dat doen. Er is geen alternatief.

De context was natuurlijk anders. Maar er zijn beslist ook een paar leerzame overeenkomsten. Wat opvalt, is dat Kennedy in oorlogszuchtig taalgebruik niet onderdoet voor Trump die Kim eerder met „fire and fury” dreigde. Maar achter die oorlogsretoriek ging bij Kennedy wel een diep besef schuil dat er ten koste van alles een diplomatieke oplossing moest komen, ondanks de druk van generaals om te kiezen voor militaire opties waaronder een invasie van 140.000 Amerikaanse militairen. Uiteindelijk beslissen presidenten. Kennedy wenste niet de verantwoordelijkheid te nemen voor een verdere escalatie. Eén nucleair wapen op Amerika ter vergelding zou minstens 600.000 doden tot gevolg hebben.

Achteraf besefte Kennedy, zo vertelde hij later aan hofhistoricus Arthur Schlesinger, dat tijdens snel oplopende spanning ook onvoorziene incidenten grote consequenties kunnen hebben. Lagere Amerikaanse en Russische commandanten hebben bij bijna-botsingen van elkaar provocerende vliegtuigen op het punt gestaan een nucleair wapen af te vuren, zo weten we achteraf.

Kennedy begreep dat hij zijn tegenstander Chroesjtsjov rationeel moest benaderen en probeerde zich zo goed mogelijk in hem te verplaatsen. Een flexibele zeeblokkade van Russische schepen met meer raketten op weg naar Cuba zou Chroesjtsjov diplomatieke ruimte geven in wat dertien cruciale dagen zouden worden. Ook bood Kennedy ten slotte aan om Amerikaanse raketten van een NAVO-basis uit Turkije weg te halen.

Noord-Korea laat zich niet straffeloos meer uitlachen, schrijft Korea-expert Remco Breuker.

Om een ongekende catastrofe te voorkomen, zou ook Trump diplomatieke flexibiliteit moeten vertonen. In plaats van zijn Twitter-spervuur moet Trump met Kennedy’s kalmte vaststellen dat achter het bizarre gedrag van Kim rationeel denken schuil gaat. Er is op korte termijn geen enkel realistisch scenario om Noord-Korea zich van nucleaire wapens te laten ontdoen. Maar hij wil ze alleen, net als de Sovjets, ter afschrikking gebruiken. Zodra hij ze welbewust inzet, betekent dat het onmiddellijke einde van zijn bewind.

Washington zou, eventueel op initiatief van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties of een neutraal land als Zwitserland, onderhandelingen moeten aangaan met Pyongyang, waarbij wederzijdse concessies worden gedaan. Een tijdelijke bevriezing van verdere sancties en een niet-aanvalsverklaring van de Verenigde Staten, hoe absurd dat ook klinkt, geeft Kim de kans zich weer glorieus aan zijn volk te presenteren. Als tegenprestatie moet Noord-Korea zijn kernwapenprogramma bevriezen. Het ‘zesmogendhedenoverleg’ – van de VS met Noord- en Zuid-Korea, Japan, Rusland en China – moet worden vlotgetrokken. Dat moet ook een inspectieregime vaststellen.

Ook in 1962 was de tijdgeest vol haat- en paniek gevoelens. Menig betrokken militair en ambtenaar, en niet alleen in Washington, nam voor de spoedvergaderingen die ook ’s nachts doorgingen, afscheid van zijn gezin.

Als Kim niet inbindt, moet Trump dat doen. Er is geen alternatief. De situatie gebiedt het. Het is een veilige aanname dat Kim nog veel meer risico wil nemen om zijn zin te krijgen dan het duo Chroesjtsjov en Castro destijds.

Trump heeft gezegd Kennedy te bewonderen omdat deze met zijn ‘New Frontier’ grenzen verlegde; het was als het ware diens ‘America First’. Hij roemde Kennedy’s communicatieve gaven. Als iemand de publieke opinie kan bespelen, weten we nu, dan is het Trump wel. Na de eerste stap, waarschijnlijk in het geheim, kan de Amerikaanse president zich presenteren als Vredesvorst die de wereld van de ondergang heeft gered. Een groot leider die deed wat vrijwel niemand voorspelde.