Cultuur

Interview

Interview

Foto's Frank Ruiter

Vastgoedvrouw Maya Meijer (73): ‘Ik ben pas na mijn veertigste begonnen hè’

Lunchinterview Projectontwikkelaar Maya Meijer wil van Paleis Soestdijk een recreatiepark maken. „Als ik dit voor jou doe, dan doe jij dit voor mij… Dat spel, dat vind ik heerlijk.”

Hoe zal ik Maya Meijer (1944) eens omschrijven, de vrouw die nog geen drie maanden geleden Paleis Soestdijk kocht? Ik lunch met haar in de binnentuin van kunstenaarssociëteit Pulchri in Den Haag. Daarboven, op de eerste verdieping, is haar kantoor. Op pumps stapt ze de tuin in, zwierig gekleed als Audrey Hepburn, klassiek opgemaakt als Catherine Deneuve. Met haar kalme zakelijkheid heeft ze iets van Claire Underwood uit House of Cards, en in de verte doet ze denken aan presidentsvrouw Brigitte Macron.

Zoiets? Mmh, bij benadering. Ze is geen actrice, en ook geen vrouw-van of de-vrouw-achter. Allang niet meer. Misschien is het motto dat haar echtgenoot voor haar bedacht veelzeggender: Think as a man, act like a lady, look like a young girl and work as a horse.

Punt is, er zijn niet zoveel vrouwen zoals zij. Hoeveel vrouwen kopen verlaten fabrieksterreinen (Westergasfabriek in Amsterdam) en leegstaande landgoederen (Voorlei in Leidschendam, Doornburgh in Maarssen) om die weer tot leven te wekken? Hoeveel Nederlandse vrouwen werken er überhaupt in projectontwikkeling en vastgoed? Maya Meijer ‘zit’ er al jaren in, de eerste vijfentwintig jaar van haar huwelijk als vrouw-van. Haar echtgenoot Ton Meijer begon in 1970 een zelfstandig vastgoedbedrijf (Meijer Aannemers Bedrijf) waarmee hij grote opdrachten in binnen- en buitenland uitvoerde: de stadscentra van Zoetermeer, Almere, Amstelveen, Les Halles in Parijs. En zij, nou ja, bemoeien wil ze het niet noemen, maar zij was wel altijd „zéér geïnteresseerd” in zijn projecten. „Bij ons thuis ging het gesprek vaak over zijn werk.” Zij had er natuurlijk niet voor doorgeleerd, hij trouwens ook niet, maar ze had er wel kijk op hoe je van gebouwen en gebieden plekken maakt waar mensen graag vertoeven.

Maya Meijer kent wél een vrouw zoals zij. Haar moeder. Die is 97 geworden. Die volgde de politiek en de beursnoteringen, ze deed aan fitness, reed nog auto, en was tot op het laatst voorzitter van de vereniging van eigenaren van haar appartementencomplex. „Lief en leuk mens”, zegt Maya Meijer. „Heel verzorgd, chic en heel kritisch. Ze zag alles. En wat ze ervan vond, kreeg je meteen te horen.” Ze schudt haar hoofd. Nee, zo direct, zo uitgesproken als haar moeder is ze zelf niet.

Bloemen en het linnengoed

Maya Meijers vader leidde het Parkhotel in Den Haag, haar moeder trouwde er zogezegd bij in. Zij deed de meubilering, de stoffering, de bloemen en het linnengoed. En zij nam het vrouwelijk personeel aan. Dus, zeg ik, ze had een werkende moeder? „Zo zag ze zichzelf niet, hoor. Ze was van de generatie die het zielig vond als een getrouwde vrouw moest werken. Zo’n vrouw die elke ochtend met jas en hoedje bij de bushalte stond, dat vond mijn moeder sneu.” Haar moeder runde het hotel alsof het een uitgebreid huishouden was. „We woonden er in een super gaaf appartement aan de tuinzijde van paleis Noordeinde.” ’s Winters, want in de zomer woonden ze in Wassenaar.

Foto’s Frank Ruiter

Ze giechelt. „Ze was strikt, maar niet rigide. Het meeste vond ze wel oké, zolang je je maar aardig gedroeg en deed wat je beloofde. En bij elk ongemak of pijntje zei ze dat het wel over zou gaan voor we een jongetje waren.” Maya heeft nog een anderhalf jaar jonger zusje. „Mijn maatje, maar zó totaal anders dan ik.” Hoe anders dan? „Ze weet vreselijk veel. Alles over haar etnografica-collectie bijvoorbeeld. Ze is handig, technisch ook. Ik kan wat te eten klaarmaken, maar zij kan echt koken. Ze is geen uitgaander. Ze houdt niet zo van dat sociale gedoe.” En zij, Maya, wel? „Iets meer.” Openingen, ontvangsten, een enkele benefietavond. „Ik ben luchthartiger.” Even later komt ze daarvan terug. „Ik lijk misschien wat luchtig. Maar dat komt, ik weet hoe ellendig de wereld kan zijn. Je komt, je bent hier even en je gaat. Je moet er het beste van zien te maken. Wat Spinoza zegt: accepteer het leven zoals het zich presenteert.” Ouder worden hoort ook bij het leven, zeg ik. Ja, ja, zegt ze. „Dat doe ik dus zo leuk en mooi mogelijk.”

Ouder worden doe ik dus zo leuk en mooi mogelijk

Dus dat is wat ze doet, het beste ervan maken? „Liefst beter”, zegt ze. Neem het terrein van de Westergasfabriek, aanvankelijk een project van het bedrijf van haar echtgenoot, maar toen MAB werd verkocht aan Bouwfonds in 2004, behield het echtpaar de gasfabriek met z’n vervuilde grond en lege fabrieksgebouwen zelf. „Het was geen project dat je even snel oplapt en doorverkoopt.” Daar moest niet alleen veel geld in, maar ook tijd en aandacht. Deftige Haagse dame koopt alternatief rafelrandje stad? Ze lacht: „In het begin werd ik een beetje vreemd aangekeken.” Maar dat ging snel over toen het rafelrandje een druk bezocht uitgaansgebied werd en de buurt eromheen er ook door opknapte. Vaak openingslocatie van het Holland Festival, televisieprogramma’s DWDD, Jinek en Pauw worden er opgenomen. Er is een veganistisch restaurant, een speelparadijs en het internationale hoofdkantoor van Tony Chocolonely is er gevestigd. „Er moet een goede mix zijn tussen cultuur en commercie. Elke week spreek ik wel iemand die graag wil huren. In de voormalige villa zit nu een yogastudio. Leuke vrouw, restaurantje erbij, yoga binnen en buiten. Misschien niet meteen rendabel, nee. Zo iemand moet je dus op weg helpen.” Niet eindeloos natuurlijk, want ook „énige plannen” moeten op den duur hun eigen broek ophouden.

Best idealistisch

Bij projectontwikkeling, zegt ze, gaat het niet om de deuren of de muren alleen. „Het gaat om hoe je wil leven. Wat mensen samenbrengt.” Ideeën daarvoor doet ze overal op. Een artikel over muziekfestival Lowlands bijvoorbeeld. „In beperkte tijd worden op 140 hectare voorzieningen gebouwd voor ruim 50.000 mensen. Dat is stedenbouwkundig waanzinnig interessant.” Of laatst was ze in een winkel in New York die was ingericht als tijdschrift. „Een shop met mode, boeken, eten, techniek. En elke maand verandert alles.” Net zo divers moet ook het vroegere paleis Soestdijk worden, met restaurants, een escaperoom, een hotel. Het wordt een „etalage voor innoverend en ondernemend Nederland”. Klinkt prachtig, zeg ik, maar ik zie het niet voor me. „Nee?”, zegt zij. Begripvol: „Zoiets moet groeien.” Aan haar nu de taak om de mensen (architecten, restaurateurs, programmeurs) erbij te zoeken die kunnen realiseren wat zij wel voor zich ziet. „Samen maken we Nederland een beetje mooier.” Eigenlijk, zegt ze, ben ik best idealistisch.

Lees ook deze longread over hoe het driedaags kampeerfeestje Lowlands uitgroeide tot een baanbrekend popfestival

Ze is net terug van vier weken vakantie in het familiehuis in Frankrijk. Normaal gaat ze een weekend, twee weken hooguit. Het was „heerlijk”, alle vier de kinderen zijn langs geweest, inclusief haar dertien kleinkinderen. Maar het werk ging wel door. „Ze kunnen de tent om me heen afbreken zonder dat ik het doorheb. Ik kan me prima afsluiten.” Met haar dochter heeft ze net een juwelenlijn opgezet met handgemaakte sieraden, Chicken and Egg. Haar zoons – twee in Londen, één in Den Haag – zitten ook in vastgoed en projectontwikkeling. „Ieder heeft z’n eigen bedrijf”, benadrukt ze. Hun vader en zij hebben de jongens op weg geholpen, meer niet. „Ze doen het zelf en werken hard. Alsof ze willen laten zien: wij kunnen het ook.” En dan zegt ze, nauwelijks hoorbaar: „Net als ik.”

Ze is nooit moe, zegt ze, en haar energie is „onstuitbaar”. Dat gewerk vindt „Ton”, haar echtgenoot, soms „ongezellig”. Maar zij wil dóór. Alsof ze de tijd wil inhalen. „Ik ben pas na mijn veertigste begonnen hè”, zegt ze. Ze trouwde op haar 21ste, had voor haar 25ste drie kinderen. „Ik had toen geen benul natuurlijk, maar achteraf gezien was het ideaal. Ik had genoeg hulp en oppas, en alle tijd voor het gezin.” Ze was net gaan studeren, rechten, toen ze in verwachting raakte van haar dochter. Toen die 5 was, en zij 42 heeft ze – keurig in vier jaar – haar master kunstgeschiedenis gehaald.

Lang niet iedereen in haar wereld begreep waarom ze nou zo nodig naar de universiteit moest. Was het een hobby? Tijdverdrijf voor de vrouw van een succesvolle projectontwikkelaar? Welnee, het was ambitie. Ze studeerde af op de Duitse kunstverzamelaar Peter Ludwig, eigenaar van een internationale chocoladefirma. „In alle steden waar hij zich vestigde, regelde hij leuke plekken om zijn kunst onder te brengen. Hoe hij dat versierde … als ik dit voor jou doe, dan doe jij dit voor mij, en dan wil ik weer … Dat spel, dat vind ik ook heerlijk.”

Ze is kunstliefhebber, altijd geweest. Ze bewonderde de kunstverzameling van haar schoonvader. Jarenlang organiseerde zij de beeldententoonstelling Den Haag Sculptuur op de Lange Voorhout, vaak officieel geopend door koningin Beatrix zelf.

Ze neemt een hapje van haar Caesarsalade, dept haar lippen droog, en zegt vanachter haar servet dat ze zelf ook nog geschilderd heeft. „Mijn vader hing mijn schilderijen op in het restaurant van het hotel.” Restaurant Queens Garden, destijds één Michelinster. „Honderdveertig gulden per stuk. Verkocht nog best aardig.”

Had ze een universitair diploma nodig om aan het werk te kunnen? Dat niet. Was het een brevet van vermogen? „Een beetje.” Het begin van een „inhaalslag”, dat zeker. „Maar als ik zo oud mag worden als mijn moeder, heb ik nog wel even.”