Stedelijk Museum Amsterdam leende vervalste Mondriaan

Na onderzoek door een buitenstaander werd duidelijk dat het om een vervalsing ging.

Piet Mondriaan met de ‘Compositie’ en Nelly van Moorsel, de toekomstige vrouw van Theo van Doesburg, 1923. Foto archief Joop M. Joosten/’s-Gravenhage, RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

Door onkunde leende het Stedelijk Museum Amsterdam vorig jaar zonder het te beseffen een verloren gewaand meesterwerk van Piet Mondriaan. Na onderzoek door een buitenstaander werd duidelijk dat het om een vervalsing ging. Dat blijkt uit een boek van cultuurhistoricus Léon Hanssen, dat maandag verschijnt.

Directeur Beatrix Ruf had de eigenaar, een Zwitserse kennis van haar, twee jaar geleden bereid gevonden om het abstracte schilderij voor een paar jaar aan het Stedelijk uit te lenen. Afgelopen voorjaar zou het worden gepresenteerd op de Amsterdamse bijdrage aan het De Stijl-jaar 2017.

Mondriaanbiograaf Léon Hanssen herontdekte het schilderij én ontmaskerde het als een vervalsing. Een voorpublicatie uit zijn boek.

Door bemiddeling van het Stedelijk werd het schilderij februari vorig jaar eerst uitgeleend aan Bozar, een kunstencentrum in Brussel. Mondriaan-biograaf Léon Hanssen was stomverbaasd toen hij het schilderij daar zag. Dit was het uit 1923 daterende modernistische meesterwerk, dat in 1937 in München door de nazi’s werd tentoongesteld als een toonbeeld van ‘Entartete Kunst’. Een schilderij waarvan altijd was verondersteld dat het in de oorlog verloren is gegaan.

Bij navraag bleek dat Bozar en het Stedelijk niet op de hoogte waren van die beladen voorgeschiedenis. In de oeuvrecatalogus van Mondriaan staat weliswaar een zwart-witfoto en een uitgebreide beschrijving van het schilderij, maar Bart Rutten, de toenmalige conservator van het Stedelijk, had geen onderzoek gedaan naar de bruikleen. Dat had hij graag gewild, zegt hij, „maar daar is in de praktijk geen tijd voor”.

Het Stedelijk verzocht Hanssen, hoogleraar in Tilburg, de ontdekking voorlopig niet naar buiten te brengen en onderzoek te doen naar de eigendomsgeschiedenis van het schilderij. Toen de Zwitserse eigenaar hem verschillende onware verhalen over de herkomst had verteld, rezen bij Hanssen ernstige twijfels over de authenticiteit van het schilderij.

Bezwaren die door het Stedelijk aanvankelijk werden weggewuifd, aldus de cultuurhistoricus. Volgens toenmalig conservator Rutten was het werk „nog betrouwbaarder dan de koers van de Zwitserse frank”, een uitspraak, zegt Rutten, die hij zich nu niet meer kan herinneren.

Directeur Ruf wijst erop dat de Mondriaan eerder al was uitgeleend aan het Zentrum Paul Klee, een gerenommeerd museum in Bern. Ook vond zij de authenticiteit van de rest van de collectie van de Zwitserse verzamelaar „een belangrijke indicator” voor de authenticiteit van de Mondriaan.

Uit het boek van Hanssen blijkt dat het Stedelijk pas kritisch naar het schilderij keek na zijn bevindingen. Doorslaggevend was onderzoek door de restauratrice van het museum. Toen zij onbekende, door Hanssen aangeleverde zwart-witfoto’s van het originele schilderij vergeleek met het herontdekte schilderij, kwamen grote verschillen aan het licht. De signatuur stond op de verkeerde plek de zwarte lijnen verschilden wat betreft dikte.

Zwart-witfoto’s van het originele schilderij (rechts) en het herontdekte schilderij (links), waarbij de grote verschillen duidelijk aan het licht komen. De signatuur staat op de verkeerde plek, de zwarte lijnen verschillen wat betreft dikte. Foto Léon Hanssen en foto Hannover/Niedersächsisches Landesmuseum

Zentrum Paul Klee

Het Stedelijk besloot daarna, anderhalf jaar na het eerste gesprek met de Zwitserse verzamelaar, alsnog van de bruikleen af te zien. „Een ontzettend pijnlijke affaire”, aldus Rutten. „Ik praat niet over echt of niet echt, maar over de waarschijnlijkheid van echtheid. En die waarschijnlijkheid werd dusdanig vertroebeld door het onderzoek dat we besloten het niet te laten zien.” Hanssen schrijft in zijn boek dat het doek een onderschrift behoeft: ‘Ceci n’est pas un Mondrian’.

Het Stedelijk zegt niet te weten dat de Zwitserse eigenaar van plan was de Mondriaan direct na de bruikleen te verkopen bij een Duits veilinghuis, iets wat hij wel liet blijken aan Hanssen. Volgens kenners heeft een doek met zo’n bijzondere herkomstgeschiedenis een waarde van zeker 40 miljoen euro.

Conservator Bart Rutten, die op 1 mei in dienst trad als artistiek directeur van het Centraal Museum in Utrecht, koesterde plannen de Mondriaan aan te kopen voor het Centraal Museum. „Ja, als het schilderij echt was geweest”, zegt hij nu.

Bozar in Brussel, dat de vervalsing exposeerde en ook afdrukte in de catalogus en dat de restauratiekosten deels betaalde, heeft nooit meer iets van het Stedelijk gehoord, laat een woordvoerder weten.