Cultuur

Interview

Interview

Iraanse vrouwen gingen vrijdag de straat op om aandacht te vragen voor het geweld tegen de Rohingya. Honderden Rohingya zijn de afgelopen tijd gedood.

Foto AFP Photo

Rohingya worden opgejaagd als vee

Tejshree Thapa Azië-researcher Human Rights Watch

Aanvallen vanuit helikopters, doorgesneden kelen: voor de Rohingya kwam de hulp te laat, zegt de Azië-researcher van HRW.

„We zijn veel te laat. Vorig jaar waarschuwden we vanuit Human Rights Watch al dat het verkeerd ging in Birma, en dit is nu het resultaat”, zegt Tejshree Thapa resoluut. Namens Human Rights Watch Azië, waar ze senior researcher is, was ze de afgelopen negen dagen in de vluchtelingenkampen aan de grens tussen Birma en Bangladesh. Vanaf het vliegveld in de Bengaalse hoofdstad Dhaka, vertelt ze door de telefoon hoe geschokt ze is door de grote aantallen vluchtelingen. Zo’n massale uittocht had ze nog nooit eerder gezien.

Negen dagen liep ze rond in het vluchtelingenkamp bij de stad Cox’s Bazar en langs de grensrivier Naf, waar Rohingya de grens overstaken van Birma naar Bangladesh. „Ze kwamen van alle kanten, in boten of lopend. Toen ik bij een van de grensovergangen langs de Naf stond, zag ik wel honderden mensen tegelijk aankomen, terwijl je aan de andere kant van de rivier rookwolken boven dorpen zag hangen.”

Niemand houdt officieel bij hoeveel vluchtelingen de grens inmiddels zijn overgestoken, maar de Verenigde Naties laat vrijdag weten dat het aantal inmiddels op meer dan een kwart miljoen ligt. Human Rights Watch had het in een rapport over etnische zuivering en riep vrijdag de VN-Veiligheidsraad sancties in te stellen tegen Birma.

Lees ook: Aung San Suu Kyi, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede en leider van Birma, erfde een verdeeld land en een militaire macht die zich moeilijk laat beteugelen. Haar autoritaire optreden verdient stevige kritiek, betoogt Minka Nijhuis, maar wel met oog voor de complexiteit van haar taak. Van Beauty naar Beast, dat is te simpel gedacht

Eerder deze maand meldde de mensenrechtenorganisatie al dat satellietbeelden en warmtesensoren tonen dat er veel dorpen in brand worden gestoken. „De regering van Birma mag dan zeggen dat ze zich verdedigt tegen de aanvallen door militante Rohingya, maar dat is iets anders dan mensen zomaar aanvallen of verjagen door hun dorpen in brand te steken”, zegt Thapa.

In alle verhalen hoorde ik hoe Birmese militairen dorpen ineens hadden omsingeld en in brand hadden gestoken.

De meeste vluchtelingen sprak ze in het kamp bij Cox’s Bazar. Ze zijn verward over de oorzaak van de recente opleving van het geweld. „Ze snappen niet waarom ze nu ineens opgejaagd worden, eigenlijk begrijpen ze niet eens wat er precies gebeurt. In alle verhalen hoorde ik hoe Birmese militairen dorpen ineens hadden omsingeld en in brand hadden gestoken. Ook waren er militairen gaan schieten. In een overvol ziekenhuis in Cox’s Bazar zag ik mensen met schotwonden. Sommige wonden waren al aangetast door bacteriële infecties.”

Uitgeput

Van de Arakan Rohingya Salvation Army, had volgens haar geen enkele Rohingya-vluchteling gehoord, van aanvallen op de politie door deze Rohingya-rebellengroep evenmin. „Sommigen waren zo uitgeput dat ze geen besef hadden van waar ze terecht waren gekomen, laat staan dat ze begrepen wat er precies speelde. Ze voelden zich opgejaagd alsof ze vee waren.”

Tejshree Thapa sprak in het grensgebied met tientallen vluchtelingen. Als voorbeeld noemt ze een vrouw die zich met haar kinderen in de bossen buiten haar dorp had verstopt toen ze militairen zag komen. Toen ze na een tijdje terugkeerde, lagen er minsten veertig doden, onder hen bevonden zich kinderen, maar ook haar vader, van wie de keel was doorgesneden.

Wat de vrouw vertelde, is typerend voor de meeste verhalen die Thapa hoorde. Bijna alle vluchtelingen vertelden hoe ze het dorp uitvluchtten toen ze de militairen zagen komen. In sommige gevallen voerden de soldaten aanvallen uit met helikopters.

De Rohingya beseffen dat ze illegaal zijn in Bangladesh.

In de kampen moeten de vluchtelingen het vooral hebben van de hulp door de lokale bevolking. Thapa: „De regering van Bangladesh laat hen toe, maar de Rohingya vrezen dat ze op een bepaald moment niet meer welkom zullen zijn. Ze zijn illegaal, en dat beseffen ze. Al decennia vluchten er Rohingya naar Bangladesh, maar niet in deze hoeveelheden. Er zijn nog geen spanningen en de vluchtelingen die al jaren binnenkomen, zijn goed geïntegreerd. Kinderen kunnen naar lokale scholen. Maar hoe los je dit op wanneer je binnen een maand meer dan 70.000 vluchtelingen moet opvangen?”

Armsten helpen de armen

Thapa maakt zich zorgen om hoe de regering en de bevolking van Bangladesh uiteindelijk reageren. „Ik vind het schokkend dat een van de armste landen nu de armsten moet helpen, dat arme mensen nog armer worden gemaakt. Internationaal komt de hulp nauwelijks op gang terwijl er een voedseltekort is, een groot gebrek aan schoon drinkwater en een tekort aan medicijnen zijn.”

De Birmese leider Aung San Suu Kyi kwam niet verder dan zwijgen en de mededeling dat er sprake was van veel fake news. Volgens Thapa is het enige antwoord daarop dat de Verenigde Naties, journalisten en hulporganisaties nu Birma binnengelaten moeten worden. Een militaire interventie heeft geen zin en een VN-resolutie gaat er ook niet komen, omdat China elke resolutie met deze strekking met een veto zal blokkeren. Toch hoopt ze dat er uiteindelijk iets zal gebeuren. „Bij het geweld tegen Rohingya vorig jaar heeft de internationale gemeenschap niet ingegerepen. Wat er nu gebeurt, is veel erger en grootschaliger. Dat mag absoluut niet nog een keer gebeuren.”