Parijs kent nog een paar geheimen (en dit zijn ze)

Parijs is nog altijd populair, maar er bestaan nog geheimtips, weet .

  1. Foyer de la Madeleine

    Het zit recht onder de neoclassicistische, op een Griekse tempel gelijkende kerk op de Place de la Madeleine, in de catacomben, en is het leukste restaurant van Parijs. Alleen
    open voor de lunch tussen 12.00 en 14.00 uur, menu 9 euro, kaas of dessert 1 euro extra. Wie voor het eerst komt, moet een lidmaatschap van 7 euro betalen, want het gaat hier om een goed doel, bedoeld om de behoeftigen te laven en te voederen (zij kunnen er voor 1 euro terecht), ooit in 1842 begonnen door de nonnen van de kerk erboven. Bediend wordt er door vrijwilligers (vriendelijkere mensen vind je nergens) en het is nog lekker ook, want een van de donateurs is Fauchon, de beroemdste traiteur van de stad. Reserveren is niet mogelijk, en toch zit het elke lunch vol, alle 300 couverts. Tijdens het studentenoproer van 1968 konden de studenten hier gratis eten.

  2. Goedkope driesterrenlunch

    Van een heel andere orde is het recentelijk geopende restaurant Ore van Alain Ducasse (drie Michelinsterren). Ore betekent mond in Latijn, want jawel, elk pondje gaat door het mondje. Het zit in een vleugel van het Château de Versailles, is open van 9 tot 17.30 uur voor ontbijt, lunch en fabelachtige afternoontea (omdat het kasteel ’s avonds sluit is er dus geen diner) en behalve de setting midden in het imposante klatergoud van Lodewijk XIV zijn ook de prijzen opmerkelijk. Geen chic gedoe, obers in hemdsmouwen, eenvoudig van inrichting en gewoon een goddelijke croque-monsieur met Comtékaas voor 16 euro, een soufflé voor 12 euro (duurt een kwartier om te bereiden, maar is meer dan het wachten waard), of een hoofdgerecht rond 20 euro.

    De afternoontea is lekkerder dan ik ooit in Engeland tegenkwam (eat your heart out Fortnum & Mason) en kost 35 euro. En dat alles op prachtige zonnekoningborden die het stelen meer dan waard zijn. Kopen kan ook trouwens.

  3. Onbekend museum

    Het heet Fondation Custodia (weer Latijn, dit keer betekent het bewaren), zit in een schitterend achttiende-eeuws stadspaleis en is nota bene Nederlands. Hier huist de kunstcollectie van Frits Lugt en zijn vrouw Jacoba Klever die hun vermogen in 1947 hebben bestemd voor het collectioneren en bewaren van vooral Nederlandse en Vlaamse zeventiende-eeuwse prent- en tekenkunst (o.a. Rembrandt en Lucas van Leyden). Er zijn ook niet minder dan zo’n 40.000 kunstenaarsbrieven, uniek in de wereld. Denk daarbij aan namen als Michelangelo die zijn mecenas Cosimo de Medici schrijft, of Rembrandt die Constantijn Huygens adviseert. De collectie is wereldberoemd, zit in dozen en hangt achter gordijnen en is alleen op afspraak te bezoeken. Soms zijn er exposities, zoals de recente van tekeningen van Rembrandt die wereldwijd door de belangrijkste kunstcritici werd bejubeld als uniek en een openbaring. Vanaf januari 2018 worden er ook weer rondleidingen gegeven.

  4. Kruip-door-sluip-door

    Geen wonder dat geen toerist het kent, deze tent zit in een daglichtloze kelder midden in een onbeduidende woonstraat. Je komt binnen door eerst diep te buigen (het straatdeurtje is zelfs nog te laag voor Japanners) en dan een eng trappetje af te dalen. Het heet Shu, is zo Japans als maar kan, en serveert drie menu’s waar geen woord Frans aan te pas komt. Vanaf 42 euro per menu, inclusief een selectie heerlijke kushiage (vis, vlees, groente in gefrituurd brooddeeg) en een ochazuké (rijstsoep met groene thee) die ik zelfs lekker vond terwijl ik noch van rijst noch van groene thee hou. Wel reserveren, het is piepklein.