Opgevoed: Ons dochtertje is snel en lang boos

Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week: Een dochter die snel en lang boos is.

Illustraties Martien ter Veen

Vader: „Mijn dochter van vijf kan van het ene op het andere moment ontzettend boos worden. Als een vriendinnetje iets verkeerd doet, draait ze als een blad aan een boom om van een vrolijk meisje naar een woedend kind, en schreeuwt ze: ‘Ik wil nooit meer met je spelen!’ Meestal blijft ze lang in die boosheid hangen.

„Het kan ook gebeuren als ze haar zin niet krijgt, als we haar geen snoepje of ijsje willen geven. Ze wordt dan echt razend op ons, of op opa en oma, je ziet haar gezicht samentrekken van woede. ‘Ik zou je wel wat áán willen doen!’ dát straalt ze uit.

„Liefst zou ze krabben en slaan, maar ze beheerst zich. Soms zie ik haar radeloosheid, dan zeg ik: ‘Sla maar effetjes’, en mag ze op mijn been slaan.

„Haar teleurstelling is al even intens. Ze wil haar zusje van twee heel graag knuffelen, maar die heeft daar vaak helemaal geen boodschap aan. Dan drúípt de teleurstelling ervan af, en gaat ze lang zitten mokken. Ik zou haar gunnen dat ze wat eerder over haar woede heen stapt. Moeten wij haar daar met opbeurende of vermanende woorden doorheen helpen of is het beter dat ze er zelf uitkomt?

„Ze heeft deze buien nu zo’n anderhalf jaar, iets nadat haar zusje geboren is. Die wilde ze soms ook wat aandoen. Is dat normaal? En hoe gaan wij daar mee om?”

Naam is bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Aandacht delen

Bas Levering: „Dit gedrag is helemaal niet uitzonderlijk en heel goed te begrijpen. Voor een kind is het niet zonder meer een vreugdevolle aangelegenheid als er een zusje of broertje bijkomt. Het had het rijk alleen en moet ineens de aandacht delen. Ouders van een pasgeboren baby hebben vaak niet in de gaten hoezeer ze al hun belangstelling naar de jongste laten uitgaan. Daar staat zo’n eerste dan verloren bij. Dat wekt jaloezie.

„Uit onderzoek weten we dat jonge kinderen heel agressief kunnen zijn. De top ligt rond het tweede levensjaar en daarna neemt het af. Er is geen opzet in het spel. Hoe gemeen het er ook uitziet, het is louter onmacht. Je moet wel zien te voorkomen dat zulk gedrag een gewoonte wordt.

„Een kind van vijf moet er aan wennen niet meer in het centrum van de wereld te staan. Blijf haar rustig uitleggen waarom niet altijd alles kan en mag, en probeer haar op een lichte manier uit die boosheid of teleurstelling te halen. Haar helemaal aan zichzelf overlaten vind ik geen goed idee, maar hard ertegen in gaan evenmin, want dat voedt haar boosheid alleen maar.

„Ik zou haar niet op uw been laten timmeren. Boosheid reageren we niet op elkaars lichaam af.”

Obstakels

Marga Akkerman: „Laten we onderscheid maken tussen emoties en gedrag. Een kind mag voelen wat het wil, alleen in hoe het dat laat merken moet het opgevoed worden. Dit is een kind met een flink temperament, dat de duur van haar buien zou moeten leren bekorten. Omdat ze zich ondanks haar woede al weet te beheersen, denk ik dat zij ook vanzelf wel gaat inzien dat haar langdurige gemok een beetje kinderachtig is.

„Ouders willen hun kind graag gelukkig zien, maar het is een misvatting te denken dat boosheid en teleurstelling voorkomen moeten worden. Het is juist fijn om van je ouders te leren hoe ermee om te gaan, want boosheid en teleurstelling komen tóch. Er is geen leven zonder obstakels.

„Een goede benadering is om haar gevoelens onder woorden te brengen en haar vervolgens de tijd te geven om zelf te kalmeren. U kunt zeggen: ‘Ik zie dat je boos bent en dat begrijp ik. Kom er maar rustig van bij’. Als dat gelukt is, even opmerken dat het fijn is dat ze weer mee kan doen.”