Op jacht? Afrikaanse wilde honden niezen daarover

Om te bepalen of ze op jacht gaan houden Afrikaanse honden een stemming – door te niezen.

Illustratie Irene Goede

Hatsjie! Hatsjie! Hatsjie! En weg zijn ze, de hele groep Afrikaanse wilde honden. Ze hebben met elkaar afgesproken: nu gaan we op jacht. Sterker nog, ze hebben erover gestemd. Er waren er genoeg die vóór stemden. Hoe dan? Met een nies. Nou ja, nies, eigenlijk meer een harde proest door hun neus. Niet per ongeluk, omdat hun neus jeukte, maar expres, om te zeggen: laten we gaan!

Afrikaanse wilde honden zijn geen weggelopen huishonden. Ze zijn echt een aparte, wilde soort, net als hyena’s, dingo’s en wolven. Misschien ken je ze uit Artis: vrolijke springerige honden met grote oren, lange poten en de kleuren van een lapjeskat. Afrikaanse wilde honden leven in groepen en jagen samen op dieren zo groot als een zebra. Van alle hondachtigen zijn zij de meest knusse groepsdieren: ze zijn vriendelijk tegen elkaar, ‘praten’ veel en begroeten elkaar heel vaak en uitgebreid. Met snuffels, knuffels en kefjes. En dus met niezen.

Ze niezen zo vaak dat biologen dachten: dat móet wel iets betekenen. Maar wat dan? De biologen keken vanuit een jeep naar 68 begroetingen in vijf families van wilde honden. Ze schreven precies op wie er nieste, hoe vaak, en wat er toen gebeurde.

En wat bleek? Hoe meer er geniest werd, hoe groter de kans dat de hele groep snel op jacht zou gaan. Het leek wel of de groep een bepaald aantal niezen ‘verzamelde’ om te kunnen vertrekken. Werd er niet geniest, dan was iedereen aan het relaxen.

Maar de ene nies is de andere niet. Als de belangrijkste hond van de groep niet nieste, dan waren er zo’n tien niezen nodig om de meute in actie te laten komen. Nieste de baas of bazin ook mee, dan waren drie niezen genoeg. De nies van de opperhond telde dus veel zwaarder mee!

Er zijn niet veel diersoorten waarvan we weten dat ze stemmen. Stokstaartjes gaan sneller lopen als minstens twee groepsleden roepen. En gorilla’s gaan naar een nieuwe eetplek als iedereen een paar keer heeft gegromd. Zij stemmen dus met hun stem. De wilde honden stemmen met hun neus. Ik ken nóg een soort die met een gebaar stemt. Jij ook? Steek je hand op als je het weet.

Bron: Proceedings of the Royal Society B, 5 september