Nederland neemt de regie over op Sint-Maarten - voor even

Sint-Maarten is sinds zeven jaar een land binnen het koninkrijk met een autonoom bestuur. Maar nu orkaan Irma het eiland zo zwaar getroffen heeft, neemt Den Haag er noodgedwongen de touwtjes weer stevig in handen.

Het marineschip Zr. Ms. Zeeland is afgemeerd in de haven van Sint-Maarten. Het schip is daar om hulp te verlenen na de orkaan Irma. Foto ANP/Gerben van Es/Ministerie van Defensie

Sint-Maarten is Nederlands, maar ook weer niet. Sinds de nieuwe staatkundige verhoudingen zeven jaar geleden van kracht werden, is het bestuur een stuk ingewikkelder geworden. Dat blijkt nu in de nasleep van de ramp als gevolg van orkaan Irma.

Het kostte minister Plasterk (Koninkrijksrelaties, PvdA) donderdag de nodige moeite om William Marlin, de minister-president van Sint-Maarten, aan de telefoon te krijgen, vertelde hij bij Nieuwsuur. Dat had alleen praktische oorzaken: de telefoonverbindingen op het eiland waren verbroken of zeer instabiel. Toen Plasterk de premier uiteindelijk te pakken kreeg, zei Marlin hem dat „heel slecht” gaat op het eiland. Ook zijn eigen situatie was niet florissant: er zat geen dak meer op zijn kantoor en hij kon niemand bereiken.

Sint-Maarten werd in oktober 2010 tegelijk met Curaçao een autonoom land binnen het koninkrijk, een status die Aruba al sinds 1986 had. Het kleine eiland (circa 40.000 inwoners) kreeg meer zelfstandigheid en Den Haag kwam meer op afstand te staan.

In 1995, toen de orkaan Luis het eiland zwaar trof, was dit in eerste instantie een zaak voor de Nederlands-Antiliaanse regering op Curaçao, waar alle eilanden toen nog onder vielen, en de regering in Den Haag. In de nieuwe verhoudingen moet Sint-Maarten zich rechtstreeks tot Den Haag richten. Na een ramp zoals Irma moet Sint-Maarten officieel een verzoek om hulp indienen bij Nederland. In zo’n verzoek moeten specifieke wensen over de gevraagde hulp staan.

Ook bestuurlijke bijstand

Zo’n officieel verzoek kwam er deze week niet. Het openbaar bestuur op Sint-Maarten is namelijk amper meer functioneel door de orkaan. „Het bestuur kan zeer moeizaam de eigen taken uitoefenen”, zei premier Rutte vrijdag op een persconferentie. Hij kondigde aan dat Nederland binnen het koninkrijk zijn verantwoordelijkheid zal nemen en naast militaire ook bestuurlijke bijstand zal gaan leveren op het eiland.

Waaruit die precies gaat bestaan was vrijdag nog onduidelijk. Dat Defensie de afgelopen dagen al volop in actie kwam is logisch: Sint-Maarten heeft geen eigen krijgsmacht. In het sinds 2010 van kracht zijnde Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden staat dat de verdediging een taak is van het Koninkrijk. Lees: Nederland. Dat gaat ook op voor het beschikbaar stellen van militairen bij een ramp zoals nu.

Maar de bestuurlijke bemoeienis van Nederland met Sint-Maarten ligt gevoeliger. Sinds Sint-Maarten een autonoom land werd, liepen de spanningen met Den Haag geregeld hoog op. Minister Plasterk greep onder druk van de Tweede Kamer een paar keer hard in, tot ergernis van de eilandbewoners. Zo werd Sint-Maarten dit jaar nog door de minister verplicht om een Integriteitskamer in te stellen die de banden tussen de georganiseerde misdaad en het openbaar bestuur moet onderzoeken.

Frans deel

Naast de gewijzigde verhouding tussen Nederland en Sint-Maarten speelt bij de bestuurlijke coördinatie nog mee dat het eiland een noordelijk Frans deel heeft. Rutte, die vrijdag opnieuw met de Franse president Macron zou spreken, zegt dat Nederland en Frankrijk „intensief samenwerken en daar ook mee doorgaan”. Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) zal dit weekeinde tijdens een al eerder afgesproken overleg in Talinn met sommige collega-ministers uit andere EU-lidstaten de mogelijkheden van hulpverlening bespreken. De VS hebben ook hun hulp aangeboden.

Het meeste diplomatieke contact met Frankrijk verloopt via de ambassades in Den Haag en Parijs omdat de communicatie op het eiland nog erg moeilijk is. Het Nederlandse en Franse leger wisselden voorafgaand aan de orkaan informatie met elkaar uit en kunnen elkaar nu bijstaan.

Dat de hulpverlening en informatievoorziening op het Franse deel iets sneller op gang kwam dan in het Nederlandse deel heeft te maken met de andere status van Saint-Martin. Het noordelijke deel van het eiland is een Franse gemeente, die deel uitmaakt van een volledig Franse departement, dat in permanent contact staat met Parijs. Op Saint-Martin is ook de Franse gendarmerie standaard aanwezig.