Cultuur

Interview

Interview

Michael Ignatieff over de schoonheid van gewone deugden

Michael Ignatieff In zijn boek Gewone deugden onderzoekt de Canadese schrijver en essayist Ignatieff welke deugden bepalend zijn voor het beteugelen van de chaos in de wereld. „Een moreel individualisme kan goed zijn.”

Met zijn nieuwe boek Gewone deugden staat de scherpzinnige wereldbeschouwer Michael Ignatieff weer in de voorhoede van het intellectuele debat. Aan de hand van een reis naar de favela’s van Rio de Janeiro, het corrupte Zuid-Afrika van president Zuma, het Japanse Fukushima van na de kernramp, het door etnische spanningen verdeelde Bosnië en Myanmar, en de migrantenwijk Jackson Heights in New York brengt hij in kaart welke morele deugden mensen in een tijd van globalisering delen. Aan het einde van die reis komt hij tot de conclusie dat juist simpele deugden als vergevingsgezindheid, tolerantie, empathie en veerkracht bepalend zijn, waar of wie je ook bent.

Na een dramatisch verlopen intermezzo van vijf jaar in de Canadese politiek keerde Ignatieff (Toronto, 1947) in 2011 terug naar de Noord-Amerikaanse universitaire wereld, onder meer als hoogleraar mensenrechten aan Harvard. Toen hij twee jaar later rector werd van de Central European University in Boedapest, die wordt gefinancierd door de Amerikaans-Hongaarse filantroop George Soros, veranderde zijn leven drastisch. De Hongaarse premier Orbán wil die universiteit sluiten, omdat hij die beschouwt als een liberale, westerse ngo en dus als een staatsvijand.

Sindsdien staat Ignatieff op de barricaden om actief dezelfde morele waarden te verdedigen als waarover hij in zijn boek schrijft. „Ik sta in de frontlinie en dat voelt goed”, zegt Ignatieff in de woonkamer van zijn Amsterdamse uitgever. „De Central European University is een van die plaatsen waar je beseft waarom academische vrijheid belangrijk is en waarom institutionele vrijheid ertoe doet. Het is belangrijk dat er plaatsen zijn waar studenten kennis wordt bijgebracht. Om een oordeel te kunnen vormen in de politiek heb je die kennis nodig, want je moet onderscheid kunnen maken tussen wat waar is en wat niet. De traditionele functie van een onafhankelijke universiteit is dan ook belangrijker dan ooit tevoren.”

In Midden- en Oost-Europa neemt het nationalisme toe, krijgen regeringen steeds meer autoritaire trekjes, heerst een anti-migrantenstemming en willen landen geen vluchtelingen opnemen. Welke kant gaat het op?

„Allereerst wil ik opmerken dat die minzaamheid van West-Europa jegens Oost-Europa me niet bevalt. Alsof wij hier het tolerante, multiculturele, democratische deel van Europa vormen en zij autoritair, racistisch en achterlijk zijn. Dezelfde verontrustende ontwikkelingen als daar zie je hier ook.

„De EU is er om Europeanen vrijer te maken en moet daarom een balans zien te vinden tussen het Hongarije als soevereine staat, met het recht om zelf te beslissen wat het wil, en het Hongarije dat een democratie moet blijven. Het heeft verplichtingen op het gebied van het internationaal vluchtelingenrecht. Dat is geen kwestie van waarden of solidariteit, maar van recht.”

Over ons kamp, de liberale progressieven met een kleine letter L, maak ik me nog meer zorgen dan om Trump

Loopt Europa dan niet het risico om Hongarije van zich te vervreemden?

„Uiteindelijk niet. Democratie betekent niet alleen dat de meerderheid regeert, maar ook dat er minderheidsrechten bestaan, alsmede een vrije pers, een onafhankelijke rechtspraak, et cetera. En dat zijn geen abstracties. Democratie heeft een institutionele kant die gerespecteerd moet worden.

„Tegelijkertijd is het onzin om de Oost-Europese lidstaten vluchtelingenquota op te leggen, omdat zoiets voor het politieke systeem in die landen een cadeau is dat het niet verdient. Want als je die quota oplegt, verenigt het hele politieke systeem zich tegen Brussel.”

Hoe moet Brussel dat probleem dan wel aanpakken?

„Hongarije heeft het vluchtelingenverdrag van 1951 ondertekend. Als het lid van de EU wil blijven heeft het zich aan dat verdrag te houden. Dat moet je de Hongaarse regering duidelijk maken. Daarnaast moet je niet vergeten dat het deel van Europa dat ons het meest over vrijheid heeft geleerd juist Oost-Europa is: Boedapest 1958, Praag 1968, Warschau 1981. Het waren de Hongaren die het IJzeren Gordijn begonnen op te trekken. De Hongaren en de Polen hebben dan ook geen lessen in vrijheid nodig, maar wel een energiek politiek systeem dat op een dag, het kan vijftien of twintig jaar duren, een alternatief voor het huidige regime kan voortbrengen. Of dat een liberale democratie zal zijn weet ik niet.”

In Bosnië zag u grote spanningen tussen moslims en Serviërs. Is dat een gevolg van die versterkte lokale identiteit?

„Het belangrijkste wat ik tijdens de reizen voor mijn boek heb geleerd is dat je niet moet generaliseren. Dat is precies wat een gewone deugd behelst: weigeren om te generaliseren. Ik neem mensen zoals ze zijn. Ik denk heus niet dat alle jonge mensen mooi zijn. Net zomin als ik vind dat mensen met gezichtsbeharing geweldig zijn of alle zwarten verschrikkelijk. Ik neem ze zoals ze zijn en beoordeel ze als individu.

„Ik heb het in Gewone deugden over een moreel individualisme dat goed kan zijn. Als die morele deugden werken, hoef je jezelf niet te rechtvaardigen volgens de een of andere universele standaard. Je rechtvaardiging put je uit je familie, je buurt, je vrienden. Je morele doel is de boel draaiende te houden en te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt.”

Toch zijn rechtse Europese politici behoorlijk goed in het generaliseren als het om de islam gaat.

„Als je zo over ‘de moslims’ praat als Wilders en Le Pen, ga je voorbij aan het feit dat die moslims individuen zijn. En daarmee schakel je gewone deugden als genade, compassie, gulheid uit. En juist dat is het gevaarlijkste wat Europa op dit moment kan overkomen. Wat overigens niet wil zeggen dat je generositeit onbeperkt moet zijn en je alle migranten moet helpen. Nederland is geen hotel. Deze maatschappij is gebouwd op vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Als je hier binnenkomt, dan zijn dit de regels.”

Hoe verklaart u de Amerikaanse president Trump?

„We zijn gaan denken dat politiek er niet meer toe deed. Maar politiek doet er altijd toe. In de VS konden honderdduizend kiezers de verkiezingen beslissen, met als consequentie dat er nu 30 miljoen mensen hun gezondheidszorg verliezen. Of neem Groot-Brittannië: de toekomst van dat land ligt onmiskenbaar in Europa, maar een slechte campagne van beide kampen heeft ervoor gezorgd dat de toekomst van minstens twee generaties Britten op het spel is gezet. Laten we alsjeblieft wakker worden. Politiek heeft werkelijk gevolgen.”

Bedoelt u dat Trump een ongelukkig incident is?

„Nee. Trump is een symptoom van iets dat al veel langer bezig is. De blik die we nu op hem hebben is obsessief. Het wantrouwen jegens de elite gaat in de Verenigde Staten jaren terug. Trump is het resultaat van veertig jaar afbrokkelend vertrouwen in de elite. De ongelijkheid nam toe, net als de corrumperende invloed van het geld op de politiek. Ieder land weet dat geld macht betekent, maar in de Verenigde Staten wordt het gezien als de vrijheid van meningsuiting. En dan de wapenlobby, die heeft het recht op wapenbezit tot religieus principe verheven.

„De economische ongelijkheid is terug op een niveau dat we sinds de negentiende eeuw niet meer hebben gezien. Het land wordt geregeerd door monopolies. Het is een compleet vastgelopen systeem.”

Wat moet er gebeuren?

„Het systeem is tegelijk heel solide. De grondwet vangt veel op. Het gerechtshof houdt hem in het gareel. Net als de vrije pers. En het federalisme werkt goed: de gouverneurs en de burgemeesters varen hun eigen koers. Wat de Verenigde Staten in 1786 ontworpen hebben is een machinerie om te voorkomen dat een despoot als Trump in het land alles overhoop kan gooien.”

Wat zou u zijn tegenstanders aanraden?

„Over zijn tegenstanders, ons kamp, de liberale progressieven met een kleine letter L, maak ik me nog meer zorgen dan om Trump. Wij hebben geen agenda om de problemen aan te pakken. Geen idee wat we aanmoeten met Facebook en Google en hun machtige monopolies. We hebben geen oplossing voor de toenemende ongelijkheid. In mijn gebied, de universiteit, zijn we onderdeel van het probleem. Universiteiten zijn de katalysator van ongelijkheid in de westerse wereld geworden. We hebben een haalbaar, inspirerend plan nodig dat gelijkheid nastreeft, dat het onderwijssysteem herstelt, dat anti-trust terug op de kaart zet. Als we zo graag kapitalisme willen, dan wil ik kapitalisme zien. Nu zien we monopolies. Hier liggen grote kansen, maar ik zie ons niks doen.”

Is een streven naar diversiteit een deugd die goed bij liberalen past?

„Er is een gekke en enigszins zorgwekkende manier waarop er met diversiteit om wordt gegaan. Progressieve liberalen hebben er de mond van vol, zonder dat het betrekking heeft op henzelf. Zonder bijvoorbeeld zelf in buurten met enige diversiteit te wonen. Het is een eis die aan anderen wordt opgelegd. Het andere bezwaar is dat diversiteit geen deugd op zich is. Diversiteit is een feit. Het wordt een deugd wanneer we ook werkelijk van elkaar leren, wanneer we samenleven met elkaar en iets delen.”

Wat is het verschil tussen gewone deugden en andere deugden?

„Ik wil het niet overdrijven, want gewone deugden kunnen beperkt zijn, afwijzend en provinciaal, maar ik wil het contrast laten zien met een soort liberaal universalisme. Ik wil graag een meer lokale benadering van wat we gemeen hebben.”