Zij doen misschien wel niets met hun diploma

Interview Ze zijn universitair opgeleid, maar kiezen er toch voor bierbrouwer of slager te worden. Volgens Richard Ocejo kiest een groeiend aantal millennials voor een carrièrepad zonder zekerheid, maar met directe voldoening.

Jurjen van der Schans (links) en Nick Verdegem Foto’s Annabel Oosteweeghel, met dank aan Het Groene Paleis

Een kapper, slager en een bierbrouwer lopen een bar in en bestellen gezamenlijk een cocktail bij de barman. Dat klinkt als een goed begin van een slechte grap. Maar het is ook een goede samenvatting van het boek Masters of Craft: Old Jobs in the New Urban Economy van de Amerikaanse socioloog Richard Ocejo (36).

In het boek beschrijft Ocejo, hoogleraar aan de City University of New York, de opkomst van ‘nieuwe’ ambachten in grote steden en de rol die ze spelen in onze moderne samenleving. „Waarom kiezen jonge hoogopgeleide mensen in grote steden ervoor om slager te worden?”, vraagt Ocejo in een hip restaurant in de New yorkse wijk Soho, terwijl hij een royale hap van een op ambachtelijke wijze bereide hamburger neemt. „Dat is toch van oudsher een beroep met een lage status?”

Iets tastbaars

Dat komt deels doordat jonge mensen van nu zich los willen worstelen van de vluchtigheid van een moderne baan, legt Ocejo uit. Modern werk is werk dat zich enkel afspeelt op een computer, of alleen bestaansrecht heeft in de cloud. Het levert geen tastbare producten op en is ook nog eens steeds vaker op freelance basis. „Een goede baan betekent tegenwoordig: je hoofd gebruiken en creatief en autonoom zijn. Je moet je eigen merk zijn, een plan hebben voor jezelf.”

Ze richten zich liever op het produceren van iets tastbaars – gemaakt met hun eigen handen, voor mensen die ze zelf kunnen zien

Hoewel dat voor sommige mensen misschien bevrijdend klinkt, kan het ook heel beangstigend zijn, zegt Ocejo met een serieuze blik. „Er is dan namelijk geen vangnet als je faalt of een fout maakt. Jij draagt de risico’s.”

Omdat veel millennials – de generatie geboren tussen 1980 en 2000 – constant onder die druk staan doen ze liever iets waar ze ondanks al die onzekerheden toch plezier uit kunnen halen, legt Ocejo uit. „Ze richten zich liever op het produceren van iets tastbaars – gemaakt met hun eigen handen, voor mensen die ze zelf kunnen zien.” Zoals het mixen van ingewikkelde cocktails of het ontwerpen van een nieuwe koffiefrisdrank. „Het zijn geen bijbanen of tijdelijke afleidingen. Mensen investeren echt in zo’n ambacht, ze gaan er helemaal in op”, zegt Ocejo. „Want als je het parttime zou doen, kom je er niet als cocktailmaker. Deze mensen werken niet meer alleen voor het geld, zoals toen ik opgroeide.”

Het stigma van de hipster

Dat standpunt wordt ondersteund door cijfers van het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid. Het aantal fulltime barmannen en kappers zal in de periode 2014 tot 2024 in de Verenigde Staten met zeker 10 procent stijgen, het aantal slagers met 5 procent. Het zijn volledige banen, die in 2016 minder dan 30.000 dollar per jaar opleverden. Jonge Amerikanen geven hun goedbetaalde banen kortom op om zo’n carrièredroom na te jagen.

In zijn boek probeert Ocejo het stigma van de ‘hipster’ overigens weg te wassen. Een varken opsnijden is een ambacht, bewuste fijnproevers leggen daar geld voor neer. De masters of craft verdringen de Marokkaanse slager op de hoek daarom niet. Niet direct, althans. Makelaars en projectontwikkelaars doen dat natuurlijk wel door de huren omhoog te gooien, omdat jonge hoogopgeleide blanke mensen de buurten intrekken.

Daarnaast bedienen deze ambachtslieden een heel ander publiek: millennials die grof geld neerleggen voor een knipbeurt, om na afloop met de kapper een zelf gebrouwen biertje te kunnen drinken aan de bar in dezelfde kapperszaak. Jan modaal zal naar de buurtkapper blijven gaan.

Dezelfde sociale kring

Ocejo begon zijn onderzoek naar deze ‘nieuwe oude’ banen tien jaar geleden in de New yorkse wijk Soho, toen daar hippe bars openden, die een nieuw soort barpersoneel aantrokken: experts die hun eigen cocktails maakten en deze slecht betaalde baan zodoende weer cool maakten. De socioloog werkte als twintiger zij aan zij met hen. In 2014 schreef hij ook al een boek over het fenomeen: Upscaling Downtown: From Bowery Saloons to Cocktail Bars in New York City. Daarna liep Ocejo in het kader van zijn onderzoek stage bij een brouwerij en deed hij geruime tijd klusjes bij een kapper en een slager.

Wat opvalt in het onderzoek van Ocejo is dat de nieuwe beroepen vooral vervuld worden door mannen. Blanke mannen, welteverstaan. De werkelijke redenen hiervoor blijven in zijn boek echter een beetje vaag. Tijdens het eten van zijn hamburger durft hij er gelukkig wel dieper op in te gaan. „Deze beroepen hebben met elkaar gemeen dat de beoefenaars hun vaardigheden etaleren aan een publiek.” En dat is volgens Ocejo vooral aantrekkelijk voor mannen. „Ze verdienen er respect mee.”

In de nieuwe ambachten blijkt bovendien ook bar weinig plek te zijn voor minderheden. Zoals eerder gezegd zijn de beoefenaars toch voornamelijk blank. „De nieuwe ambachtslieden zijn niet intolerant”, benadrukt Ocejo. „Maar dit zijn wel beroepen waarin je in een bepaalde rol moet passen: als kapper heb je tattoos, een baard, hippe kleding.” Achtergrond is daarbij een belangrijke factor. „Mensen die kiezen voor zo’n ambacht komen vaak uit dezelfde sociale kringen en komen zo aan de ideeën voor hun baantjes.”

Maar is het dan niet zonde dat al die hoogopgeleide millennials niets doen met hun studies, en maar haar gaan knippen? „Ik weet niet wat de lange termijneffecten daarvan zijn. Van die barmannen weet je dat ze geen kanker zullen genezen. Maar zij die zich bezighouden met biologisch eten, dragen wel bij aan een alternatief voor een ongezonde voedselindustrie. Kappers laten je goed voelen. En dat doen ze bovendien met een stuk meer passie voor hun werk.”