Recensie

Eén paspoort voor vier mensen

Erich Maria Remarque

Wonderen bestaan, toont deze klassieker van Remarque, maar hij richt onze blik vooral op de bureaucratische nachtmerrie waarin vluchtelingen belanden. Zowel in Hitler-Duitsland als in het heden.

Op een avond in 1942 staat een man in de haven van Lissabon naar een schip te kijken dat de volgende dag naar Amerika zal vertrekken – het is zijn laatste kans aan de Duitse bezetting te ontkomen. Helaas heeft hij geen visum en geen geld. Er duikt een onbekende op die hem twee tickets aanbiedt op voorwaarde dat hij de komende nacht naar zijn verhaal zal luisteren. Zo begint De nacht in Lissabon van Erich Maria Remarque (1898-1970), die we vooral kennen van zijn oorlogsroman Im Westen nichts Neues (1929). Na de opkomst van de nazi’s, die zijn boeken als ‘volksfeindlich’ verbrandden, zocht de schrijver een veilig heenkomen in de Verenigde Staten. Over het lot van vluchtelingen schreef hij onder andere Die Nacht von Lissabon (1962), waarvan de vertaling nu herzien is uitgebracht.

De naar het schip starende man is de verteller van het verhaal. De onbekende die hem benadert heet Schwarz, althans, hij heeft een paspoort op die naam van een stervende vluchteling gekregen. Dat paspoort geeft hij uiteindelijk aan de verteller, die daarmee Amerika binnenkomt, en die het na de oorlog op zijn beurt aan een Russische emigrant schenkt.

In de loop van de nacht doet Schwarz zijn verhaal. Hij heeft, nadat hij als politiek gevangene in een Duits kamp is gefolterd, jaren in het buitenland gewoond. In 1939, als hij beseft dat de oorlog op uitbreken staat, besluit hij nog één keer terug naar Duitsland te gaan om zijn achtergebleven vrouw te zien. Hij snapt zelf niet goed waarom hij zijn leven waagt, want hij had een ‘middelmatig huwelijk’ en de familie van zijn vrouw is nazi-gezind. Illegaal in zijn vaderland aangekomen schrikt hij van de sfeer van propaganda daar: ‘Ik voelde me ineens veel eenzamer dan ik me ooit buiten Duitsland had gevoeld.’

Zijn vrouw, Helen, wil tot zijn verrassing met hem mee naar het buitenland. Samen vluchten ze via Zwitserland naar Frankrijk, waar ze na het uitbreken van de oorlog – als Duitse emigranten – in kampen worden geïnterneerd. Ze weten beiden te ontsnappen en vluchten in de chaos van het verslagen Frankrijk naar het zuiden, achtervolgd door de Gestapo, want Helens broer, een hoge nazi, wil de twee koste wat kost in handen krijgen. Na spannende verwikkelingen belanden ze in Lissabon, vanwaar ze kunnen oversteken naar Amerika – ware het niet dat Helen sterft aan de ongeneeslijke ziekte die ze voor haar man verborgen heeft gehouden.

In historisch opzicht is De nacht in Lissabon interessant omdat het een beeld geeft van de Via Dolorosa – de route van België tot de Pyreneeën die zoveel Europese vluchtelingen na 1940 aflegden. Verder wisselen de twee mannen – terwijl ze in het kaderverhaal van kroeg naar nachtclub gaan – filosofische observaties over het (emigranten)leven uit. Zo merkt Schwarz op dat alleen die oorlog in staat was diepe passie en ware tederheid in een saai echtpaar te ontsteken. Maar wat deze roman vooral biedt is onversneden Remarque – een groot schrijver, die overigens niet terugdeinst voor effectbejag. Helens ziekte en dood zijn melodramatisch, en de schrijver kijkt niet op een wonderbaarlijke ontsnapping meer of minder. Die laatste kritiek ontzenuwt hij behendig door ‘wonderen bestaan’ tot subthema te bombarderen. Een onweerstaanbare vakman.