Eén massaschool in Maastricht? Dan maar naar België

Onderwijs

Zuid-Limburg ziet zijn bevolking krimpen. In Maastricht zoekt het middelbaar onderwijs een oplossing in één heel grote organisatie. Gevolg: nog minder leerlingen.

„Het middelbaar onderwijs in Maastricht is aan het droogkoken”, zegt Eugenie Verhey, lid van de ouderraad van het Sint-Maartenscollege in die stad. De cijfers spreken volgens haar boekdelen. Dit net begonnen schooljaar gaat 46 procent van de pubers in Maastricht naar elders voor onderwijs – in Meerssen en Gulpen, of in de Voerstreek en Lanaken in het aangrenzende België. „Ouders ontvluchten de chaos en kiezen voor rust en structuur. Onbegrijpelijk dat dit kan gebeuren in een stad waar op schoolgebied alles aanwezig is, tot aan een goed functionerende universiteit toe.”

Trek naar België is er altijd wel een beetje geweest. Ouders kozen ervoor vanwege wat strengere docenten of de vaste begin- en eindtijden en vakanties. Maar nu gaat het veel verder. Atheneum Alicebourg in Lanaken zag de laatste jaren het aandeel Nederlandse leerlingen groeien tot zo’n 40 procent.

Veel is terug te voeren op plannen van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), verantwoordelijk voor 21 scholen, 28.000 leerlingen en zo’n 3.000 personeelsleden. De koepel kondigde in 2010 aan in Maastricht te streven naar het inruilen van drie scholengemeenschappen voor één organisatie met drie domeinen (vmbo, havo, vwo) en aparte gebouwen voor elk. De Vrije School, die ook onder LVO valt, bleef erbuiten.

‘Verouderde vierkante meters’

Guido Beckers, voorzitter van de centrale directie van LVO Maastricht: „Het bestaande aanbod viel niet te handhaven. Door krimp loopt het leerlingenaantal tussen 2008 en 2025 terug met 20 procent. We zaten met te veel en verouderde vierkante meters.”

Ouders en leraren reageerden kritisch. Viel er straks nog wel wat te kiezen in Maastricht? Leek dit niet te veel op wat autofabrikant Henry Ford ooit zei: de T-Ford is in elke kleur leverbaar, zolang het maar zwart is?

Volgens LVO stond de domeinenaanpak juist garant voor meer maatwerk en variëteit. Met de diverse schooltypes, elk geconcentreerd op één plek, kon LVO ‘state-of-the-artonderwijs’ bieden.

Risico’s van schaalvergroting

De Onderwijsraad wees in het verleden bij herhaling op de risico’s van schaalvergroting. In 2008 stelde dit landelijke orgaan in een rapport voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) naar samengaan van scholen te laten kijken. Maastricht werd in dat stuk genoemd als voorbeeld van een stad met een onderwijsmonopolie. Het domeinenplan van LVO moest toen nog komen.

Inmiddels is de organisatie bezig met uitvoering van haar plan. Tanja Dohmen, lid van de medezeggenschapsraad (mr) van het Sint-Maartenscollege en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van LVO, klaagt over voortdurende „mist”. Waar het naartoe gaat en wanneer blijft onduidelijk, zegt ze. „Plannen worden ook steeds aangepast. Wie kritisch is, wordt weggezet als lastig. Beslissingen van de school-mr worden bij herhaling genegeerd.”

Volgens Eugenie Verhey past LVO een salamitactiek toe. „We krijgen steeds een nieuw plakje en je twijfelt ondertussen nog of het aan het einde niet in plaats van een worst een vis blijkt te zijn. LVO is voor alle betrokkenen groot en ongrijpbaar en gaat maar door.”

Docenten op de betrokken scholen mopperen eveneens over de aangekondigde plannen en „onduidelijkheid” over de precieze uitvoering. Uit angst voor represailles van de schoolleiding willen ze niet met naam en toenaam in de krant.

„Wie wat aan te merken heeft op de voorstellen, krijgt te horen dat hij niet van de hoed en rand weet of het niet snapt”, zegt Peter Habets. Hij was 38 jaar lang economiedocent op het Sint-Maartenscollege en ging dit jaar met pensioen. „Wie kritisch blijft, wordt bedreigd of geïntimideerd. Dan wordt gesuggereerd dat er geen plaats meer voor je is in de organisatie.”

Plannen aanpassen

Directievoorzitter Beckers zegt „heel erg onrustig” te worden van het woord ‘angstcultuur’. „We zoeken juist heel erg de dialoog met alle betrokkenen. De communicatie was de afgelopen jaren misschien niet altijd goed en de plannen zijn te veel van bovenaf opgelegd. Dat doen we nu anders. Ondertussen doen we dieper onderzoek naar de beweegredenen van ouders om hun kinderen naar buiten Maastricht te sturen.”

‘Nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs’ en het wegtrekken van leerlingen zijn voor LVO aanleiding de plannen nog eens tegen het licht te houden. Misschien blijft de bestuurskoepel inzetten op domeinen. Wellicht komen er toch twee scholengemeenschappen. Een tussenvorm met domeinen, maar eerst een onderbouw op elk van de Maasoevers, is ook denkbaar. „Aan het eind van dit kalenderjaar komen we met een definitief voorstel. De uitvoering daarvan, inclusief nieuw- of verbouw, zal daarna nog zo’n vier tot vijf jaar kosten.”

Oud-docent Habets is benieuwd naar de bijgestelde plannen. „Zelfs als ze in de goede richting gaan, is het vertrouwen nog niet meteen terug. Het duurt bovendien nog jaren voordat alles op orde is. En bedenk ook dat keuzes voor scholen buiten Maastricht lang kunnen doorwerken. Als de oudste naar bijvoorbeeld België gaat, volgen de andere kinderen vrijwel automatisch.”

Beckers gelooft wel in een omslag. „8 à 10 procent van de ouders die bewust voor een school buiten Maastricht kiest, dat zou ik normaal vinden – 46 procent niet. En dan moeten er uit aangrenzende regio’s ook meer ouders bewust voor Maastrichtse middelbare scholen kiezen.”