Onderwijs

Voor diversiteit in de wetenschap hoef je geen partijen te turven

Onderwijsblog De kwestie Buikhuisen is het schoolvoorbeeld van uitdrijving uit de professie. Zijn wetenschappers sindsdien beter geworden? Dat is een onderzoek waard.

ANP ROBIN UTRECHT

Wetenschappers kunnen zwaar onder druk staan van conformistische collega’s. Berucht is de excommunicatie van de Leidse hoogleraar criminologie Wouter Buikhuisen die biologische oorzaken van misdaad onderzocht. Hij raakte zo geïsoleerd dat hij op doktersadvies zijn leerstoel verliet en in de antiekzaak van zijn vrouw ging werken.

Migratie is ook een gevoelig onderwerp. In de jaren tachtig werd Han Entzinger, hoogleraar immigratiestudies aan de universiteit van Utrecht hard aangevallen door medewerkers van de universiteit Utrecht. Hij moest weg. In een rapport voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid had hij namelijk ,,integratie’’ van vluchtelingen en minderheden voorgesteld. Dat mocht niet. Het werd een splijtend conflict. Het woordje ,,integratie’’, nu een cliché was toen taboe.

Vorig jaar voerden studenten van de vooraanstaande Berlijnse Humboldt universiteit actie tegen hun hoogleraar sociologie en migratie Ruud Koopmans. Zijn peilingen wezen erop dat discriminatie lang niet altijd de oorzaak was van de hoge werkloosheid van Turkse Duitsers. In Nederland zou immigratie-onderzoeker Jan van de Beek geen geld van NWO hebben gekregen ondanks een positieve beoordeling van zijn project. Nou krijgen überhaupt weinig aanvragers NWO-geld, dus het is onduidelijk hoe het precies zat.

Dissidente geluiden

Om het weren van dissidente geluiden te voorkomen heeft in de VS de socioloog Jonathan Haidt en Philip Tetlock (New York University) de Heterodox Academyopgericht, met honderden leden, waaronder de Harvardpsycholoog Steven Pinker en de historicus Mark Lilla (Columbia University). Door hun lidmaatschap beloven ze dat ze diversiteit aan inzicht en politiek aan de universiteit zullen stimuleren. Uit geciteerd sociologisch onderzoek blijkt dat er een beweging naar links is in de Amerikaanse academie.

Het is verbazend in het tijdperk Trump maar volgens onderzoek zijn de Amerikaanse universitaire medewerkers afgelopen jaren juist linkser geworden. Er zijn incidenten met medewerkers die in de problemen kwamen door afwijkende meningen of visies op onderzoek. Er zijn ook Safe spaces, waar geen tegenspraak mogelijk is, sprekers die worden geweerd. Afwijkende meningen worden gebrandmerkt als het creëren van een onveilige omgeving. In het Verenigd Koninkrijk heeft Spiked Online een ranking van universiteiten naar vrijheid van meningsuiting gemaakt.

Op de heterodox academy site worden academische kwesties, waar discussie over is besproken. Zo is er een stuk cognitief psychologen over de statistische verschillen tussen mannen en vrouwen in de top van de exacte wetenschappen naar aanleiding van een memo over dat onderwerp van een medewerker van Google die werd ontslagen. Wat is de stand van de wetenschap op dit punt? Wat weten we zeker, wat weten we niet?

Zo gepolariseerd links als in de VS is de Nederlandse universiteit niet. Elke partij en elke fractie in de Senaat heeft wel een aantal hoogleraren. Maar betekent dit dat elke wetenschapsbranche volledig vrij is van zelfcensuur? Zijn Nederlandse wetenschappers betere mensen geworden sinds de affaires Buikhuisen en Entzinger? Is er op alle faculteiten open discussie?

Onder de pet

Veel incidenten blijven onder de pet. Er is de druk van financiers die een bepaalde uitkomst niet onderzocht of gepubliceerd willen hebben, politiek benoemde bestuurders die vrienden in de onderzoeksorganisatie plaatsen. Onderwerpen die worden vermeden uit angst voor repercussies. Zou je de postmoderne ontmaskeraars van bijvoorbeeld gender studies met hun eigen methodes ter discussie mogen stellen? Volgens de schuldbewuste socioloog Bruno Latour eigenlijk niet.

Het is dus niet gek dat de vaste commissie voor de vrijheid van wetenschapsbeoefening van de KNAW onderzoek doet naar belemmeringen van de vrije wetenschap. Dat doen ze al in het buitenland maar Nederland mag ook wel eens aan de beurt komen. Dat onderzoek gebeurt op grond van een motie van VVD-Kamerleden Duisenberg en Straus. Het gaat over de vraag of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen. Uiteraard zal de faculteit business studies wat rechtser zijn dan psychologie maar het gaat om een open klimaat.

Ongelukkig is de wens van de motie dat ,,de vrije wetenschap nooit gehinderd mag worden door verschillen in morele of politieke meningen”.  Wetenschap is nooit helemaal neutraal en bij ethisch beladen onderwerpen als euthanasie of psychofarmaca voor psychiatrische diagnoses is ,,hinder door meningsverschillen” nodig. Dat is een teken van diversiteit van perspectief, waaronder politieke diversiteit. Die zou je kunnen onderzoeken door het turven van de politieke kleur van wetenschappers maar een rijtje partij-oriëntaties zegt niet zoveel. Belangrijker is een klimaat waarin andere perspectieven aan bod komen. In een grijs verleden was ik student-assistent van de dialectisch georiënteerde hoogleraar rechtsfilosofie Damiaan Meuwissen die een medewerker had aangenomen met methodologisch tegenovergestelde standpunten. Dat leverde boeiende discussies op. Dat is diversiteit aan perspectief.

De missie van de KNAW-commissie is ook niet om politieke kleur te turven maar om te onderzoeken hoe de wetenschappelijke vrijheid wordt belemmerd omdat de orthodoxie of de politieke of financiële druk de verkeerde kant uit gaat. Het onderzoek heeft in de meest brede zin plaats. De commissie gaat daar ook aanbevelingen over doen.

Hoe machtig zijn grote multinationals in de beïnvloeding van onderzoek? Er zijn departementen die druk uitoefenen om een bepaalde wenselijke uitkomsten in door hen gefinancierd onderzoek, in de wietteelt bijvoorbeeld. Materiaal genoeg.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.