Recensie

De strategie van de trol

Milo Yiannopoulos

In zijn boek legt deze conservatieve blogger uit hoe hij iedereen op de kast jaagt. Zijn ideeën boeien maar matig, het inkijkje in zijn politieke strategie is fascinerend.

Milo Yiannopoulos spreekt in augustus 2016 bij de Young British Heritage Society in Londen. Foto Darragh Mason Field/Barcroft Images

Milo Yiannopoulos (1984) is de grootste trol van het internet. Althans, dat vindt hij zelf en met die boodschap opent hij zijn nieuwe boek Dangerous. Een trol, volgens de definitie van de Urban Dictionary, is iemand die provocatieve berichten in een discussie plaatst met het doel zo veel mogelijk tweedracht te zaaien. Yiannopoulos ziet het als zijn roeping: ‘Trollen gaat over het vertellen van waarheden die sommige mensen niet willen horen. Het gaat om voor schut zetten, grappen maken en het gek draaien van je tegenstanders. Je zorgt voor een hilarisch, vermakelijk, publiek spektakel.’ En: ‘Het leukste van trollen is: de meeste linkse mensen weigeren te accepteren dat ze getrold worden.’

Yiannopoulos is half Grieks en geboren in Groot-Brittannië. Ooit begon hij als theatercriticus, om met een omweg te belanden bij Breitbart. Daar kwam Yiannopoulos’ behoefte om onrust te stoken volledig tot recht. Breitbart werd, met Milo Yiannopoulos als paradepaardje, een invloedrijke politieke blog. Tot het huwelijk dit voorjaar op de klippen liep. Er dook een filmpje op waarin Yiannopoulos seks tussen oude mannen en minderjarigen verdedigde. Volgens hem is dat niet altijd pedofilie, want soms vindt die seks plaats met wederzijdse goedkeuring. Zoals bij hemzelf, toen hij op de middelbare school genoot van de avontuurtjes die hij had met oudere mannen.

Nu is hij de gevallen trol. Tijdens zijn studententijd werd hij al van Cambridge gestuurd, later werd hij van Twitter verbannen, bij Breitbart werd hij ontslagen om het pedofilieschandaal en uiteindelijk trok ook uitgever Simon & Schuster zich terug voor de publicatie van dit boek. Het verscheen in eigen beheer.

Flamboyante dandy

Zijn populariteit wordt er niet minder om. Overal waar hij verschijnt trekt hij volle zalen. En altijd is er tumult. Alle misbaar die hij losmaakt zegt hij als een last te dragen. Want vroeger, zo schrijft hij in de introductie van het boek, bepaalden conservatieven hoe we moesten praten. Nu zijn de rollen omgedraaid. ‘Conservatieven zijn niet langer de culturele elite die zich bezighoudt met het censureren van dissidente linkse media. Nu is links de culturele elite, druk met het censureren van dissidente conservatieven. Met het resultaat dat er op internet een jonge groep rebellen is opgestaan, dapper en subversief.’ En dan, om te laten zien wat voor ijdele trol hij is: ‘Ik ben hun meest gevaarlijke faggot.’

Hij heeft er alle hoofdstukken van zijn boek naar genoemd:

1. Waarom progressief links me haat

2. Waarom alt-right me haat

3. Waarom Twitter me haat

Et cetera.

Wanneer ik een boek bespreek voor deze bijlage, plaats ik van tevoren altijd de omslag op sociale media. Meestal levert dat weinig reacties op. Bij dit boek daarentegen kreeg ik woedende verwijten. Hoe kon ik dit een podium geven? Ik was een nazi, of Yiannopoulos in ieder geval, en ik daarmee een colloborateur. Een collega zei dat ik ‘roer in donkerbruine soep’.

Dat fascineert: hij roept zelf dat zijn ideeën te gevaarlijk zijn om gelezen te worden en zijn tegenstanders bevestigen dat. Alsof ze samen een marketingstrategie bedacht hebben. Types als Milo Yiannopoulos krijgen ontzettend veel aandacht door de dynamiek van radicaal-rechtse herrieschoppers aan de ene kant en de linkse gewoonte om er luidkeels schande van te spreken aan de andere kant. Yiannopoulos hoeft maar een wenkbrauw op te trekken en hij vult je tijdlijn. Op dezelfde manier domineerde deze zomer Thierry Baudet de Nederlandse media. Reden te meer om Yiannopoulos eens goed te lezen. Niet alleen omdat ik wel eens wilde weten wat zijn politieke ideeën dan zijn, maar ook uit interesse voor de strategie van de trol die de politieke elite in de VS en in Nederland tot waanzin drijft.

Iedereen z’n eigen feestje

Gloeiend heet is zijn politiek helemaal niet. Het is bekende, lauwe prak: net als veel anderen creëert hij met nauwkeurig uitgezochte statistieken een beeld waarin het ontzettend goed gaat met de wereld. Er is minder armoede in de wereld, minder kindersterfte, meer mensen dan ooit kunnen lezen en schrijven. De cijfers over armoede op het platteland, explosieve economische ongelijkheid en structurele uitsluiting van minderheden slaat hij voor het gemak over. Voor Milo is het leven een feestje. De halfbakken ideeën van Ayn Rand die hij telkens aanhaalt, over ontsnappen aan de middelmaat, blijven alleen inspirerend voor mensen die aan de goede kant van de kloof staan. Zoals Milo Yiannopoulos en zijn volgelingen.

Het boek is veel interessanter als politiek strategisch boek. Zijn manier van discussiëren, het trollen, komt diep uit de internetcultuur. Alle scheldpartijen en pesterijen zijn bedoeld om de hypocrisie van de idealisten bloot te leggen. Van mooie principes als de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst komt volgens hem weinig terecht zodra ze op de proef gesteld worden. Wanneer hij gerenommeerde columnisten tegengas geeft, dan wordt hij op persoonlijke gronden afgezaagd. Yiannopoulos stuurt recht op de dilemma’s af, terwijl het de gewoonte is in het Amerikaanse publieke debat om dilemma’s uit de weg te gaan of ze weg te masseren. En briesend van het ongemak proberen zijn tegenstanders hem te laten ontslaan, of hem het podium te ontzeggen. Terwijl, als ze even diep zouden adem halen, zijn verhalen makkelijk door zouden kunnen prikken.

Milo Yiannopoulos staat voor een politiek discours dat definitief veranderd is, of dat nou leuk is of niet. Juist daarom is zijn boek een aanrader. Bovendien is het geestig en direct geschreven, op een manier die hoort bij de blogwereld waar hij vandaan komt. Je leest het met een mengeling van afschuw en fascinatie. De uitdaging is om het hoofd koel te houden. En dat lukt niet als we bij voorbaat in zijn klauwen lopen.