De Nederlandse media zijn niet langer Nederlands

Media-industrie

Belgisch, Duits of Fins. Veel Nederlandse media hebben buitenlandse eigenaren. Een gevaar voor de persvrijheid? De NPO vindt van wel.

'Ik Hou van Holland' (RTL 4) is een van de programma's waarin Talpa inspeelt op het 'oranje-gevoel' van de kijker. Foto Talpa

Misschien kijkt u Heel Holland Bakt, leest u ‘de krant van wakker Nederland’ en luistert u naar 100%NL. Oer-Hollandse namen die niet doen vermoeden dat de makers in buitenlandse handen zijn. De producent van Heel Holland Bakt is onderdeel van een Duits mediaconcern, De Telegraaf heeft sinds juni dit jaar een Belgische eigenaar en het moederbedrijf van 100%NL is voor 60 procent in handen van een Oostenrijker.

Buitenlandse eigenaren zijn eerder regel dan uitzondering in de Nederlandse mediasector. Sinds de overname van TMG door Mediahuis zijn vier van de zes grote mediaorganisaties in Nederland in buitenlandse handen; 90 procent van de dagbladmarkt – ook NRC – is van twee Belgische bedrijven. Bij de televisie schommelt het aandeel van commerciële zenders met buitenlandse eigenaren al jaren rond 50 procent. Vrijwel alle grote Nederlandse tv-producenten zijn de afgelopen jaren opgeslokt door multinationals.

Hoe erg is dat? Hebben de buitenlandse bazen wel oog voor het Nederlandse maatschappelijke belang?

Vanuit de laatst overgebleven grote onafhankelijke media-organisaties – Talpa en NPO – klinken bezorgde geluiden over de machtsconcentratie bij buitenlandse mediabedrijven. Bij zijn poging TMG te kopen hamerde John de Mol (Talpa) erop „een Nederlands onafhankelijk multimediabedrijf” te willen creëren, inspelend op nationalistische gevoelens die deze zomer opleefden bij vijandige overnames van Nederlands ‘erfgoed’ als PostNL en Unilever. Saillant genoeg steunde het personeel van TMG níet het weinig kansrijke bod van De Mol, maar kozen zij voor het Belgische Mediahuis. Het was voor de TMG-journalisten minder van belang van welke kust de kapers kwamen, zolang ze maar rust zouden brengen.

Shula Rijxman, bestuursvoorzitter van de NPO, beet onlangs hard van zich af in de Volkskrant. Zij suggereerde dat de onafhankelijke journalistiek gevaar loopt in buitenlandse handen. „In eigen land zien we de zeggenschap over mediabedrijven naar een steeds beperkter groep buitenlandse bedrijven verschuiven. De vrijheid van het woord, (…) blijkt veel brozer en kwetsbaarder dan we dachten.”

Zijn er aanwijzingen dat buitenlandse eigenaren hier de vrijheid van het woord beperken? Rijxman antwoordt per mail op vragen van NRC: „We mogen ons gelukkig prijzen dat die aanwijzingen er momenteel nog niet zijn.” Rijxman onderstreept en cursiveert in de mail ‘nog niet’. „Maar er is geen enkele garantie dat het zo blijft.”

Volgens het Commissariaat voor de Media, dat toeziet op de pers, heeft de verkoopgolf van de laatste jaren geen negatieve gevolgen voor de nieuwsvoorziening. „Ook wanneer een markt in handen is van enkele partijen kan er nog een divers aanbod zijn. Wel wordt het risico op een afname groter”, aldus een zegsman.

Die verschraling is nu al zichtbaar, zegt Thomas Bruning van journalistenvakbond NVJ. „De Persgroep heeft in de regiojournalistiek zo veel macht, dat in veel gebieden geen sprake meer is van concurrentie. Ook tarieven voor freelancers komen door machtsconcentratie onder druk te staan, en dat heeft uiteindelijk gevolgen voor de inhoud.”

Net als bij TMG leeft bij NRC niet het idee dat ‘de Belgen’ een gevaar vormen. NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch: „Het redactiestatuut van NRC bepaalt heel helder dat NRC onafhankelijk is en blijft. Mediahuis heeft in de voorbije drie jaar nog nooit geprobeerd om aan die onafhankelijkheid te tornen. Sterker: de signalen die ik krijg gaan in de richting van het versterken van die onafhankelijkheid. Wat mij betreft is het dus niet enkel nonsens wat Shula Rijxman uitkraamt, ze probeert naar ons toe een vijandig klimaat te scheppen. Je vraagt je af of dat wel haar rol is.”

Mediahuis-topman Gert Ysebaert: „Het waarborgen van onafhankelijke journalistiek staat niet alleen in ons missiestatement, we hebben het ook formeel vastgelegd in de redactiestatuten. Het is bovendien in ons eigen belang dat de onafhankelijke journalistiek blijft bestaan, want dat is waar we ons geld mee verdienen.”

Grote media-uitverkoop

De grote media-uitverkoop, die begon na 2000 met de overnames van Endemol en de tijdschriften van VNU, past in een langer lopende, internationale consolidatiestrijd. In een krimpende markt zoeken bedrijven schaalvoordelen via fusies en overnames. Ook denken veel media dat alleen grote spelers op de advertentiemarkt een vuist kunnen maken tegen het machtige duo Google en Facebook.

Zijn er verder geen gevaren? Het waren immers buitenlandse eigenaren die de laatste decennia de grootste rampen veroorzaakten in de Nederlandse mediasector. De Britse investeerder Apax zadelde de uitgever van onder meer NRC op met een grote schuld. Mecom, ook Brits, voerde een afbraakbeleid bij Wegener zodat het haar eigen schulden kon aflossen.

„Het buitenlandse eigenaarschap was hierbij niet doorslaggevend”, zegt media-econoom Joost Poort van de Universiteit van Amsterdam. „In principe hadden Nederlandse bedrijven ook zo’n afbraakbeleid kunnen voeren.” Al is het wel gemakkelijker saneren in een land waar het hoofdkantoor niet staat, zegt Poort. „Dan heb je minder kans op politieke druk.”