Recensie

De jonge spionnen keren zich tegen de oude

George Smiley is de bekendste en beste fictionele Britse spion sinds Ian Flemings James Bond en hij is terug. Pas tegen het einde van Een erfenis van spionnen komen we hem, voor het eerst sinds 1990, in levenden lijve tegen, maar hij is ook in de rest van het boek alomtegenwoordig; tijdens verhoren en in teruggevonden geheime documenten.

Smiley is de anti-Bond, zoals zijn schepper John le Carré de anti-Fleming is. Smiley gaat slecht gekleed, is verre van atletisch, zit vooral achter zijn bureau en mag zijn uilige blik graag richten op het werk van ‘the lesser German poets’. Hij kwam in de befaamde Koude Oorlog-trilogie die begon met Tinker Tailor Soldier Spy (1974) al eens terug van pensioen om de Russische mol te vangen die zich had ingegraven in The Circus, Le Carré’s naam voor de Britse spionagedienst MI6. Maar dat was toen; in het heden zijn de oude Smiley en diens vertrouwde rechterhand Peter Guillam afgezwaaid. Hun generatie is verdwenen en met de jongens en meisjes die kantoor houden in hun postmoderne hoofdkwartier aan de Thames hebben ze niets te maken. Totdat het verleden Guillam inhaalt en hij ruw naar Londen wordt ontboden.

De erfenis waarmee deze oude spionnen te maken krijgen, betreft een rechtszaak die twee kinderen dreigen aan te spannen tegen de dienst vanwege gebeurtenissen in het holst van de Koude Oorlog. Toen werden de Britse spion Alec Leamas en zijn geliefde aan Oost-Duitse zijde bij de Berlijnse Muur doodgeschoten. Leamas werkte samen met Smiley en Guillam en had een jonge zoon. Zijn vriendin Liz Gold had een kind uit een eerdere relatie. Deze kinderen eisen nu opheldering en dreigen het parlement erbij te betrekken. Het probleem is dat de dienst de geëiste antwoorden zelf ook niet heeft: alles lijkt samen te hangen met een operatie genaamd Windfall, die vrijwel geheel uit de archieven blijkt te zijn verdwenen. Eén enkel spoortje wordt gevonden, dat recht naar Smiley en Guillam wijst. Die laatste wordt derhalve voortdurend en scherp verhoord over Windfall; de jonge generatie spionnen keert zich tegen de oude. Spanning is ruimschoots aanwezig; het is lang intrigerend onduidelijk welke kant Le Carré dit verhaal laat opgaan. Vooral de scènes in het oude safehouse van Windfall, waar ze de archieven zitten door te nemen, doen erg denken aan de sfeer in vroegere Smiley-boeken. En Guillam en Smiley blijken ook nog net zo vindingrijk en doortrapt als voorheen. Een erfenis van spionnen is een aangename nieuwe ontmoeting met de oude bekenden en verplichte kost voor fans van The Circus.