Opinie

Bij mediation kan een slachtoffer al zijn emoties kwijt

Een rechtszaak kan voor een slachtoffer en zijn naasten een zware belasting zijn. Mediation is daarentegen vaak voor alle partijen bevredigender, schrijft Janny Dierx.

Foto ANP

Openhartig toonde Folkert Jensma in zijn column ‘De Rechtsstaat’ van 2 september (Een slachtoffer bij de zitting is onbeschermd) hoezeer de polariserende communicatie op een strafzitting hem bij de strot greep. Hij woonde de strafzaak bij van twee verdachten van uitgaansgeweld. Hun slachtoffer was Jensma’s zoon. De vader beschrijft hoe hij zonder weerwoord moest aanhoren dat de advocaat van de verdachten de schuld van het hele gebeuren in de schoenen van zijn zoon probeerde te schuiven. En hoe hij “schrok, en schrok en schrok” van de in de rechtszaal vertoonde stills van camerabeelden waarop precies te zien was hoe erg zijn zoon werd mishandeld. En hoe de beelden die de vader de adem benamen, de politierechter tot de uitspraak brachten dat het bewijs van de mishandeling van de zoon niet overtuigend genoeg was voor een veroordeling. Vrijspraak, dus.

Het siert deze columnist, was het alleen al omdat dezelfde Jensma nog geen vijf jaar geleden schreef dat „de slachtofferlobby” bezig is om het strafproces „stuk te maken”. De columnist vond dat emoties van slachtoffers niet thuishoren in de rechtszaal en dat de rechter de rol van ‘trooster van slachtoffers’ niet past. Misschien denkt de vader daar inmiddels wat genuanceerder over, nu hij aan den lijve ondervond hoe frustrerend het is als je achterin de rechtszaal met je emoties geen kant op kunt. Zowel vader als columnist hebben een punt.

Tot aan het begin van de negentiende eeuw was het in Nederland gebruikelijk dat burgers ongewenst gedrag van de één ten opzichte van de ander onderling regelden. Herstel door schikken en schadevergoeding was gulden regel. Rond 1800 was ons land nog vergeven van zogenaamde ‘vredegerechten’ waar alledaagse conflicten van ‘de gewone man’ zo nodig werden beslecht. Dit veranderde onder invloed van codificatie van de Napoleontische wetboeken van strafrecht. Tegenwoordig vinden we het vanzelfsprekend dat de staat het monopolie heeft op vergelding, door strafoplegging. De ‘mis-daad’ wordt vooral als inbreuk op de publieke rechtsorde gezien. De overheid grijpt in, los van de wensen van het slachtoffer. Tot 2011 kwam de term slachtoffer in ons hele wetboek van strafvordering niet voor. Het strafrecht richt zich vooral op de verdachte. Bewijs van de daad staat voorop. Daarnaast is strafrecht steeds minder ultimum remedium en vaker het eerste waar mensen naar grijpen. Ouders van twaalfjarige kinderen doen eerder aangifte als hun bloedjes ‘slachtoffer’ worden in een vechtpartij dan dat ze voordoen hoe zoiets vreedzaam de wereld uit kan worden geholpen.

Weten we eigenlijk niet al lang dat het strafproces voor slachtoffers een teleurstelling kan zijn? Dat de manier waarop veel strafadvocaten hun cliënten verdedigen een geweldige bron van nieuw slachtofferschap is? Via mediation kan het heel anders, en beter. De afgelopen twee jaar hebben ruim honderd mediators bemiddeld bij bedreigingen en vernielingen in burenruzies, bij huiselijk geweld, zedenzaken, verkeersongevallen, bij fraude en financieel misbruik, agressie tegen politiemensen en publieke dienstverleners, en allerlei ander grensoverschrijdend gedrag. In tegenstelling tot het strafproces, nodigt mediation niet uit tot verdere escalatie, tot ingraven met juridische verweren en innemen van strategische procesposities. Mediation is verantwoordelijkheid nemen voor het eigen aandeel en dialoog. Dat gaat gepaard met indringende gesprekken over de (im)moraliteit van gedrag en over de gevolgen van wat er gebeurd is. Slachtoffers zijn bijvoorbeeld angstig geworden. Ze durven hun werk niet meer te doen of de straat niet meer op. In een mediation wordt over de impact en nasleep gepraat. Dat zijn heftige, emotionele gesprekken. Zo’n directe confrontatie is heel wat anders dan de strafzitting, zelfs als een slachtoffer ‘spreekrecht’ heeft. Spreekrecht is éénrichtingsverkeer, waarbij een verdachte meestal niks en de rechter weinig terugzegt.

Een verdachte die meedoet aan mediation erkent altijd een eigen aandeel in het gebeurde.

Bij mediation wordt over alles gepraat, ook als slachtoffer en dader beiden een aandeel hadden in de escalatie. Vrijwel altijd volgen afspraken over herstel, toekomstig gedrag en schadevergoeding. Vrijwel altijd draagt mediation bij aan het herwinnen van een beetje vertrouwen in de mensheid. Soms gaat een slachtoffer zelfs met een verdachte mee naar de strafzitting om aan de rechter uit te leggen dat geen prijs meer wordt gesteld op voortzetting van de strafzaak. Natuurlijk kan er sprake zijn van welbegrepen eigenbelang. Jonge student-verdachten begrijpen de ochtend na de wandaad echt wel dat justitiële documentatie hen in de weg gaat zitten als ze een zogenaamde Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) nodig hebben voor opleiding, stage of werk. Door een vrijspraak komen daders er goed mee weg. Voor een slachtoffer is zo’n ervaring met het justitiële systeem een ontgoocheling.

Mediation

Het is in het geval van Jensma jammer dat openbaar ministerie en politierechter nalieten de strafzaak naar mediation te verwijzen. Dat gebeurde de afgelopen jaren in 2300 andere strafzaken wel, voorafgaand aan een zitting. In 79 procent van de gevallen leidde dit tot een geslaagde mediation. Officier van justitie en rechter houden vervolgens op grond van artikel 51h strafvordering rekening met de uitkomst. In veel gevallen is de schade tijdens de mediation al vergoed, hoeft geen straf of schademaatregel te worden opgelegd, hoeft de rechter de emoties van het slachtoffer niet meer aan te horen en hoeft niemand te worden getroost.

Aan mediation kleeft niet het nadeel dat tegenstanders van emoties in de rechtszaal altijd noemen. Emoties van slachtoffers verstoren een eerlijk proces tegen een verdachte, die op dat moment nog niet schuldig is bevonden door de rechter. Een verdachte die meedoet aan mediation erkent altijd een eigen aandeel in het gebeurde. Een mediation is ook alleen geslaagd als beide partijen het erover eens zijn dat het geslaagd is. Als dat niet het geval is, (her)neemt het strafrecht zijn loop.

Een doorverwijzing naar mediation hoort niet van toeval afhankelijk te zijn. Ik hoop dat de plannen van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor modernisering van het wetboek van strafvordering voorzien in een volwaardige plaats voor mediation in het strafproces en de bekostiging ervan. Want op de begroting van het ministerie staat – vijf jaar na de invoering van artikel 51h strafvordering – nog altijd geen structureel geld voor mediation in strafzaken. Het wordt tijd dat de vaders en zonen en de moeders en dochters van Nederland niet langer verstoken blijven van vreedzamere oplossingen. De zaak die Jensma zo indringend beschreef was een klassieke gemiste kans.