Opinie

Big Tech, een digitaal wereldrijk wankelt

Seksschandalen en vrees voor privacy-inbreuk halen de glans van de techsector, schrijft . Het betere kapitalisme dat Silicon Valley zou voorstaan lijkt ver weg.
Pac-Man is op de grond geverfd bij bij de jaarlijkse Google I/O conferentie in Mountain View, CA. Michael Short

Nog maar tien jaar geleden deed Silicon Valley zich voor als een slimme ambassadeur van een moderner en menslievender soort kapitalisme. Het werd algauw de lieveling van de elite, de internationale media en de alwetende stam van whizzkids. Wie zorgen uitte over hun minachting voor privacy, kon altijd als technofoob worden weggezet – de publieke opinie was immers op de hand van de technologiebedrijven.

En er wás ook veel te bewonderen: als dynamische, vernieuwende industrie leek Silicon Valley een manier gevonden te hebben om scrolls, likes en clicks om te zetten in verheven politieke idealen. Mede daardoor konden democratie en mensenrechten naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika worden geëxporteerd, althans dat was het idee.

TED Talks helpen de tech-sector niet. Gelukkig is de voorraad gelul op aarde eindig

Maar wat is er veel veranderd. Een industrie die werd verwelkomd als aanjager van de Arabische Lente, wordt nu herhaaldelijk van medeplichtigheid aan IS beschuldigd. Een industrie die zich laat voorstaan op diversiteit en tolerantie, is nu geregeld in het nieuws wegens seksuele intimidatie. Een industrie die naam heeft gemaakt door ons gratis goederen en diensten aan te bieden, ligt nu geregeld onder vuur omdat andere zaken – vooral huisvesting – er juist duurder door worden.

Het verzet tegen Silicon Valley is in volle gang. We kunnen bijna geen grote krant openslaan – zelfs de Financial Times doet mee – zonder te stuiten op de roep om Big Tech te beteugelen, bijvoorbeeld door digitale platforms voortaan als nutsbedrijven te beschouwen, of zelfs door ze te nationaliseren. Het grote geheim van Silicon Valley ligt intussen ook op straat: de data die gebruikers van digitale platforms leveren hebben vaak een economische waarde die de waarde van de geleverde diensten overstijgt.

De ‘teflon-industrie’ is geen teflon meer

Een gratis sociaal netwerk klinkt als een goed idee – maar willen we echt onze privacy opgeven zodat een stichting van Mark Zuckerberg de wereld kan bevrijden van de problemen die mede door zijn rijkdom blijven voortbestaan – hij spendeert zijn geld onder meer aan het privatiseren van scholen? Niet iedereen is daar meer zo zeker van. De ‘teflon-industrie’ is geen teflon meer: de modder die ernaar gegooid wordt, blijft eindelijk plakken.

Veel van deze heisa heeft Silicon Valley verrast. De ideeën – radicale transparantie als principe, een hele economie van gigs en shares – zijn nog oppermachtig. Maar die intellectuele wereldhegemonie steunt op wankele grondvesten: ze wortelt veeleer in de post-politieke niets-is-onmogelijk-mentaliteit van TED Talks dan in studieuze rapporten van denktanks en lobbyisten.

Dit wil niet zeggen dat technologiebedrijven niet lobbyen – Google’s moederbedrijf Alphabet verschilt daarin niet van Goldman Sachs – en evenmin dat ze geen invloed op universitair onderzoek uitoefenen. Bij veel vraagstukken inzake het techbeleid is het inmiddels moeilijk om onpartijdige academici te vinden die geen financiële steun uit de Big Tech-hoek ontvangen en wie tegendraads is, komt in de problemen. Maar vooralsnog zetten politici – zoals José Manuel Barroso, oud-voorzitter Europese Commissie – hun loopbaan liever voort bij Goldman Sachs dan bij Alphabet. En ook topposities in Washington gaan eerder naar mensen uit bank- dan techkringen.

Het is nu wel duidelijk dat de utopische kletspraatjes van TED de legitimiteit van de tech-sector niet veel verder helpen. Gelukkig is de voorraad gelul op aarde eindig. Daarom zullen de grote digitale platforms proberen meer invloed op het beleid te verwerven. En wel volgens het scenario van de tabaksfirma’s, Big Oil en financiële bedrijven: agressief lobbyen bij politici, het aanvallen van critici en het publiceren van flatterende studies.

Toch zullen ze, een grote privacyramp daargelaten, de meest bewonderde en vertrouwde merken ter wereld blijven – niet in de laatste plaats omdat ze gunstig afsteken bij een doorsnee telecombedrijf of luchtvaartmaatschappij (techbedrijven sleuren hun klanten meestal niet uit hun vliegtuig).

Culturele macht

En het zijn de techbedrijven – Amerikaanse, maar ook Chinese – die de illusie wekken dat de wereldeconomie zich heeft hersteld en dat alles nu weer normaal is. Sinds januari is de waarde van Alphabet, Amazon, Facebook en Microsoft opnieuw fors toegenomen. Wie zou deze zeepbel willen zien knappen?

De culturele macht van Silicon Valley is enorm; geen verstandig politicus durft voor een fotomoment naar Wall Street; wie zijn nieuwste innovatiebeleid wil onthullen, gaat naar Palo Alto. Want hoe boos politici ook mogen klinken over de monopolistische macht van Silicon Valley, ze hebben niet echt een alternatief.

Silicon Valley zag zelf al vroeg dat er verzet broeide. En dat Big Tech uiteindelijk de schuld zou krijgen van andere problemen – van groeiende ongelijkheid tot de onrust over de mondialisering – ook al heeft ze die niet veroorzaakt. Om voorstanders van antimonopoliewetgeving voor te zijn, waren gedurfde voorstellen nodig, redeneerden de knapste koppen in Silicon Valley. Zoals het idee van een gegarandeerd basisinkomen, een belasting op robots, het opsporen van ziektes. Want als techbedrijven een nuttige rol in ons leven kunnen spelen, als Microsoft aanwijzingen voor kanker uit ons zoekgedrag kan afleiden – moeten we hun dan echt iets in de weg leggen?

Maar er zijn talloze redenen waarom deze pogingen niet zullen slagen, al leveren ze de bedrijven misschien veel geld op en helpen ze de publieke woede nog een jaar of tien uitstellen.

De voornaamste reden is eenvoudig: hoe kunnen we verwachten dat winstzoekende ondernemingen met een quasi-feodalistisch bedrijfsmodel het wereldkapitalisme menslievender maken, terwijl de beleggers achter die bedrijven nog steeds hebzuchtige kapitalisten zijn? Er is geen reden om aan te nemen dat de enorme winst die met data wordt behaald zomaar de vele tegenstrijdigheden van het huidige economische systeem zou kunnen gladstrijken. Als zelfverklaard zaakwaarnemer van het wereldkapitalisme zal Silicon Valley eerder eindigen als degene die het ten grave draagt.

Lees ook de vorige bijdrage van Evgeny Morozov: het feodalisme van Google stuit je niet met een boete.