Column

Als Nederland een monocultuur zonder ideeënconcurrentie wordt

Deze week: zoeken naar nieuwe politieke gezichten nu de grote namen aan hun laatste kunstje beginnen. Ofwel: de slotweken van de formatie – en Nieuw Rechts dat de toon zet.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De verkiezingen hebben een ruime zege voor rechts gebracht, en elke democraat weet: dat hoort gevolgen te hebben.

Het regeerakkoord is voor het grootste deel af. Als de voortekenen niet bedriegen, gaan we inzake integratie en andere sociaal-culturele thema’s nog verrast worden.

Intussen bereiken we het stadium van speculeren over de invulling van kabinetsposten. De laatste loodjes van de formatie – altijd enerverend. Een schoolplein in de lente.

Met een partijprominent van een van de onderhandelende partijen kwam ik deze week uit op een kabinet met mogelijk alléén vrouwelijke D66-ministers. Hierbij gingen we ervan uit dat oud-SER-voorzitter Wiebe Draijer, nu topman van Rabobank, het aanbod van Pechtold zal afslaan om de D66-minister voor Klimaat te worden.

Dat zijn de gesprekjes die je in Den Haag nu voert. Op een borrel hoorde ik van pogingen ‘nieuwe VVD-gezichten’ te presenteren. De ChristenUnie heeft plannen met Tweede Kamerlid Carola Schouten, wier dossierkennis indruk maakt aan de onderhandelingstafel. In D66 circuleren de namen van de Amsterdamse wethouder Kasja Ollongren en oud-wethouder van Den Haag Ingrid van Engelshoven. In het CDA de Brabantse Commissaris van de Koning Wim van de Donk en McKinsey-partner Wopke Hoekstra.

Ook buiten de ChristenUnie hopen politici dat Arie Slob terugkeert naar Den Haag; ook buiten D66 wordt Thom de Graaf, de oud-D66-leider, getipt als de nieuwe vicepresident van de Raad van State.

Ter relativering gebruiken ze nu de term ‘de trilstand van vandaag’. Eén onverwachte wending en alles is anders: elke kandidaat kan nog van tafel trillen. De formatie als oefening in nederigheid.

De betekenis van de kabinetsbezetting is deze keer groter dan normaal. De komst van Rutte III luidt een periode van personele transitie in.

De verwachting is dat Rutte en Pechtold aan hun laatste periode in de landspolitiek beginnen. De positie van Roemer is wankel. Wilders kan niet weg, maar mede door Baudet ontstaat ook voor hem, een van de langst zittende Kamerleden, het gevaar dat zijn uiterste gebruiksdatum in beeld komt.

Des te meer reden voor partijen om in het kabinet verrassende gezichten te presenteren. Alles in de hoop dat het nieuwe kabinet, laag als de verwachtingen zijn, kan opbloeien dankzij een aantrekkelijke personele bezetting.

Intussen blijft opmerkelijk dat de oppositie al een half jaar de radiostilte van de onderhandelende partijen volgt. De meeste oppositieleiders verwachten blijkbaar te scoren met verzet tegen Rutte III, niet met eigen ideeën: onthullend in al zijn eenvoud, en eenvoudig onthullend.

Neem GroenLinks. Los van die documentaire over Klaver vernamen we maanden niets. De film deed me denken aan de huis-aan-huisbladen die ze vroeger in de bus deden: te veel advertenties om de schaarse informatie te ontdekken.

Een nominatie voor de Loden Leeuw moet erin zitten: een film als de irritantste reclame van het jaar.

Asscher, die in de eerste Kamerdebatten over de formatie verrassend uit de startblokken kwam, probeerde als vicepremier iets met de lerarensalarissen, maar zoals we weten werd ook dat geen denderend succes.

Zo ligt links nog steeds in de touwen: de SP denkt ook de laatste crisis over de eigen partijcultuur, geagendeerd door het boek van Sharon Gesthuizen, dood te zwijgen. De partij kampt al jaren met het vertrek van uitstekende politici, nationaal en lokaal, en blijkbaar slagen SP-gezichten er niet in de logische conclusie te trekken: het ligt niet aan de vertrekkers, het ligt aan de achterblijvers.

Op rechts is het beeld bepaald anders. Thierry Baudet slaagde er in de zomer met een paar tweets in een breed mediadebat over cultuurmarxisme te entameren. Sybrand Buma trok, ondanks zijn rol in de formatie, deze week volop aandacht met zijn H.J. Schoo-lezing, een impliciete flirt met een sociaal-conservatief CDA. Wie wil dat politiek over inhoud gaat, moet blijkbaar bij rechts zijn.

In Buma’s verhaal zaten herkenbare elementen. De kern van zijn betoog, tegen overmatige individualisering die de gemeenschap ondermijnt, verschilt amper van Rutte’s afkeer van de Grote Dikke Ik.

Ingewikkelder was Buma’s begrip voor de boze burger, die we volgens hem normale Nederlanders moeten noemen. Dan denk je wel erg lichtvaardig over de (internet)scheldpartijen en ander wangedrag waaraan zoveel ‘boze burgers’ zich schuldig maken.

Het interessantste leek me dat in zijn rede de fundamentele spanning tussen conservatisme en kapitalisme sluimerde. In Nieuw Rechts – PVV, FvD, delen van de VVD - zie je al langer de trend dat vrije markten vooral nog als culturele verworvenheid worden gevierd, met de vrijheid van meningsuiting als bekendste voorbeeld.

Als economische verworvenheid verliezen vrije markten aanzien in die kringen. Vrijhandel, vrij personenverkeer (in de EU), arbeidsmigratie, open grenzen, globalisering – ze zijn allemaal verdacht geworden. Vijanden van de burger.

Ook Buma toonde in zijn toespraak begrip voor de bezwaren van ‘normale Nederlanders’ tegen immigranten en Oost-Europeanen die werk van ze afpakken. En tegen verruwing die door de globalisering op televisie verschijnt.

Evengoed komt de naoorlogse arbeidsmigratie (gastarbeiders), en later de vorming van interne Europese markt, primair voort uit de verlangens van de (Europese) werkgeverslobby. Net als de euro en het streven naar meer vrijhandel c.q. globalisering.

Wil Nieuw Rechts, de politieke winnaars van deze tijd, cultureel gemotiveerde beperkingen aan de vrije markt opleggen?

Kapitalistische verlangens waartegen Nieuw Rechts nu, hoe ironisch, bedenkingen formuleert. Dezelfde spanning zat al in eerdere discussies over paaseitjes en Zwarte Piet. De Hema die het paaseitje leek op te offeren, kreeg de VVD op zijn dak. RTL4 dat Zwarte Piet in de ban deed, riep de weerzin van Wilders op. Maar in beide gevallen ging het om bedrijven die hun marktaandeel wilden vergroten: elementair kapitalisme.

Dus dit is een vrij groot thema: wil Nieuw Rechts, de politieke winnaars van deze tijd, cultureel gemotiveerde beperkingen aan de vrije markt opleggen? Dan kom je al snel bij de vervolgvraag, zou ik denken, of rechts rechts nog wel is.

Een soortgelijk probleem zit aan het bezwaar tegen identiteitspolitiek, nog een thema van Nieuw Rechts. Dit verzet kreeg de laatste jaren in de VS vleugels door de opkomst van steeds kleinere subgroepen die vooral op universiteiten slachtofferschap claimen en agressief respect opeisen. Ook dat is overgewaaid naar Nederland.

Op websites als Breitbart werden deze uitwassen gepresenteerd als effect van door Democraten geïnitieerde identiteitspolitiek, die kiezers niet aanspreekt op hun ideeën maar op hun persoonlijkheid. En Baudet, gewapend met het begrip cultuurmarxisme, zal weinig moeite hebben ook dit thema groot te maken.

De vraag is alleen wel of het waar is dat identiteitspolitiek een progressief idee is. Wat dat betreft kan ik iedereen aanraden het stuk terug te lezen dat Mark Lilla, politicoloog op de Columbia-universiteit, vorige maand schreef in The Chronicle of Higher Education.

Een pleidooi tegen identiteitspolitiek vanuit progressief perspectief: Lilla beredeneert dat uitgerekend progressieve politiek nooit zal overleven als het kiezers op identiteit en eigenbelang aanspreekt, en alleen als het kiezers rekruteert op zaken die het eigen ego ontstijgen: ideeën, gemeenschappen, de wereld.

Dus rechts Nederland heeft de wind mee: het won de verkiezingen, het zal de formatie voor een flink deel winnen, het domineert het publieke debat.

Maar elk land heeft belang bij evenwicht, en tegen die achtergrond is het ook een nationaal belang dat het linkse geluid niet verloren gaat in Jesse-reclame, PvdA-leegte en zelfontkenning bij de SP: dat we een land van ideeënconcurrentie blijven, en niet wegzakken in een monocultuur waarin zelfs antikapitalisme een rechtse invalshoek wordt.