Column

Afscheid

De Vuelta a España 2017 was de ronde van Alberto Contador. Het laatste kabinetstukje van de 34-jarige Spanjaard. Winnen was er niet meer bij, maar hij was wel de architect van het spektakel in het gebergte. Zijn genereuze aanvalsdrift werd een dagelijks repetitio.

Zonde dat zo’n hongerige voluntarist afscheid neemt als wielrenner. Hij kon nog makkelijk enkele jaren mee voor een miljoenensalaris, maar zijn trots zei: stop! Ereplaatsen geven hem geen voldoening, hij wil winnen. Zijn afscheid is een schaars moment van eerlijkheid in topsport. De benen waren nog goed, het geld was goed, de liefde van het volk ongezien innig en toch trekt El Pistolero een streep. Brekebenen als Arjen Robben, Wesley Sneijder en Robin van Persie denken er niet aan. Zij zullen eindigen ná de schoonheid.

Koersen voor een eergevoel was het handelsmerk in de carrière van Alberto. Uitgesproken representant zijn van een generatie, van een land, van een cultuur, van zichzelf. Fietsen was geen hobby, het was een levensopdracht. Een fatum dat iemand als Robert Gesink stilaan ook heeft bereikt. Geen malheur of verdriet houdt hem tegen om de klikpedaal aan te spannen.

Getuigenisrenners.

Van alle volkssporten is wielrennen de minst cynische. Voetballers kunnen wedstrijden lang hun eigen onzichtbaarheid creëren zonder al te drastische consequenties. In zaalsporten versluiert het collectief persoonlijk falen. In het wielrennen zijn de rugnummers altijd herkenbaar en die liegen niet.

Voor Alberto Contador zondag in Madrid zal bestormd worden door een ontroerde menigte en zijn tranen de vrije loop kan laten, wacht nog het monster van de Angliru. De slotklim die alles bepalend zal zijn voor het finale podium van de Vuelta. De kans is reëel dat de Spanjaard alsnog het podium haalt. Wilco Kelderman zal moeten klimmen met ogen in de rug. Bij het minste of geringste griepje in de benen tuimelt hij de anonimiteit van het klassement in. Geschiedenis staat op het podium, niet er net naast.

In deze Vuelta heeft Contador iets van zijn oude klimmersbenen teruggevonden. Hij is niet meer de engel in het gebergte van weleer en soms zie je hem in de breedte zwalken als een accordeon. De kracht van zijn pedaalslag is niet meer extreem superieur aan het duwen van andere berggeiten, maar hij blijft een inspirerende sensatie.

Het is een zware Vuelta geworden, soms over de grens van de menselijkheid. Er is een ratrace ontstaan met de Giro d’Italia in monsterlijke etappes. De Angliru moet de Monte Zoncolan doen vergeten. De organisatoren willen het almaar hoger en steiler, een muur als laatste col, klimstroken tot 28 procent zoals Los Machucos, tussendoor huiveringwekkende afdalingen… Uitputting en doodsangst op het menu. Het is verbijsterend dat de renners niet in opstand komen tegen deze foltering.

Daarnaast zijn er de urenlange verplaatsingen van finish naar hotel. We komen in de buurt van dwangarbeid. Het aanvalslustige enthousiasme van de oude Alberto Contador is des te indrukwekkender. Ook de Nederlanders Wilco Kelderman, Steven Kruiswijk en Antwan Tolhoek hebben hun limiet verlegd. Met Tom Dumoulin er bij kan een grote ronde zomaar eindigen in een exclusief Hollands podium.

Het zal geen renner uit de Vuelta zijn die straks wereldkampioen wordt. De aanslag van de haast onmenselijke Ronde van Spanje op geest en lichaam was te groot om over twee weken nog te pieken.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.