Recensie

Wat is het beste politieke boek van het afgelopen jaar?

Prinsjesboekenprijs

De jury die het beste politieke boek van het afgelopen jaar bekroont, koos dit jaar voor rijp en groen door elkaar: een journalistieke speurtocht, een verzameling essays en een pamflet.

Grapperhaus, Vullings en Van der Meer.

Wat is het beste politieke boek van het afgelopen parlementaire jaar? Op vrijdag 15 september wordt in Den Haag voor de vijfde keer de Prinsjesboekenprijs worden uitgereikt. De shortlist van drie titels laat zien hoe ruim het begrip ‘politiek boek’ is. Het varieert van een journalistieke speurtocht (De kinderen van Pim) via essays (Rafels aan de rechtsstaat) tot een lang uitgevallen politiek pamflet (Niet de kiezer is gek).

De jury heeft zich duidelijk niet laten leiden door het effect dat politieke boeken teweeg hebben gebracht. In dat geval zou De rekening voor Rutte van onderzoeksjournalist Bas Haan over de Teevendeal – die twee ministers en een staatssecretaris van Justitie de kop kostte – op zijn minst de longlist hebben gehaald. Maar dat is niet gebeurd.

De genomineerde boeken gaan, hoe ongelijksoortig ook, in de kern over het functioneren van het politieke systeem. Tegelijk is een boek dat hoofdzakelijk bestaat uit interviews met ex-Tweede Kamerleden van de LPF moeilijk vergelijkbaar met een boek dat uitmondt in een bevlogen pleidooi voor een nieuwe politieke cultuur. Volgende week zal blijken aan welk boek de jury de voorkeur geeft.

Woensdag 13 september wordt om 20.00 uur in het gebouw van ProDemos in Den Haag een gesprek met de drie genomineerden gehouden. Toegang is vrij, aanmelden verplicht via: aanmelden@prodemos.nl ovv NRC-actie.

Ferdinand Grapperhaus: Rafels aan de rechtsstaat

Ferdinand Grapperhaus heeft al zijn innerlijke onrust in Rafels aan de rechtsstaat in negen polemisch geschreven hoofdstukken weten samen te vatten. Hij begint met zijn persoonlijke ervaringen: ongelijkheid en overlevingsstrijd die Grapperhaus tijdens zijn reizen is tegengekomen projecteert hij op ontwikkelingen in Nederland. Het brengt hem tot de verzuchting dat als we met alle bevolkingsgroepen door willen gaan, we de samenleving drastisch moeten vernieuwen. Eroderende basisprincipes moeten hergewaardeerd worden: de erkenning dat een functionele maatschappij een rechtsstaat is waarbij een overheid waarborgt dat iedereen daaraan kan deelnemen. Ook moeten de huidige kansverschillen weggenomen of op zijn minst verwaarloosbaar worden. Groepen die het al goed doen moeten investeren in de samenleving, bijvoorbeeld door hogere belastingen. Keerzijde is dat iedereen die mee kan doen ook meedoet. Integratie blijft hoog op de agenda staan waarbij deze niet eenzijdig op bepaalde groepen mag worden afgewenteld.

Ten slotte bepleit hij herstel van de kleine verbanden. De burger moet meer verantwoordelijkheid krijgen voor zijn eigen omgeving. Niet de democratie zelf hoeft herzien te worden, het gaat om de politici die met hun ‘one-issue politiek’ steeds meer ‘armoedepolitiek’ bedrijven.

Tom van der Meer: Niet de kiezer is gek

De wetenschap van nu – een versplinterd politiek landschap en een lange formatie – maakt alle prikkelende beweringen en stellingen van politicoloog Tom van der Meer in zijn pamflet Niet de kiezer is gek alleen maar actueler. Hij gaat niet mee in de algemene klacht dat het systeem niet deugt. ‘Als er al een crisis is in de Nederlandse democratie is het een crisis van de gevestigde partijen. Hun vasthouden aan een bestuurscultuur van meerderheidscoalities en partijpolitieke benoemingen spoort steeds minder met de moderne democratie’, schrijft hij.

In systeemoplossingen zoals de invoering van kiesdrempels, districtenstelsel of referenda ziet Van der Meer niets. Het probleem zijn de gevestigde politieke partijen die maar geen antwoord hebben op de assertieve kiezer en de nieuwe concurrenten.

Partijen moeten zich weer durven profileren en richting geven met een groot verhaal, zegt hij. Want alleen vanuit inhoudelijke vergezichten krijgen de pragmatische compromissen hun betekenis.

Wat Van der Meer nu ziet gebeuren is dat de steeds moeizamer tot stand komende regeringscoalities de profileringsdrang nog verder zullen smoren. Vandaar zijn pleidooi om minder krampachtig om te gaan met de vorming van minderheidsregeringen. Het huidige politieke gepunnik onder het mom van formatie, bevestigt Van der Meers gelijk.

Joost Vullings: De kinderen van Pim

De behoefte om na vijftien jaar de mensen die toen volop in het nieuws waren toch beter te leren kennen. Dat was de drijfveer van NOS-journalist Joost Vullings om terug te gaan naar de Kamerleden die in 2002 vanuit het niets de fractie van de LPF vormden. ‘Verweesden’, noemt hij hen. Vlak voor de verkiezingen werd Pim Fortuyn vermoord, en wat er volgde, was één grote chaos van elkaar bevechtende fractiegenoten.

Als net aangekomen radioverslaggever stond Vullings erbij, keek ernaar en merkte hoe ruzies vaak via de pers werden gevoerd. ‘Alsof je introk bij een ruziënd echtpaar dat via jou met elkaar communiceerde’, schrijft hij.

Elk Kamerlid kreeg een eigen hoofdstuk, waarbij de interviews de indruk maken integrale weergaven van de gevoerde gesprekken te zijn, waar weinig redactie aan te pas is gekomen. Daardoor heeft het boek soms de trekken van een proces-verbaal. Tegelijk kleuren die authentieke gesprekken over van alles wel goed de achtergrond van ‘Pims kinderen’.

Een diepgravende analyse ontbreekt. Vullings beperkt zich in zijn boek tot een kort slotwoord, waarin hij tracht iets gemeenschappelijks uit de gesprekken te destilleren. De oogst van Fortuyn? Veel kwesties zijn, ontdaan van hun politieke correctheid, bespreekbaar geworden. Maar opgelost zijn ze niet.