Column

100 jaar leven. Hoe doe je dat goed?

Column Ben Tiggelaar Nederland barst van de vitale zestigers en zeventigers die geen zin hebben om te stoppen met werken. Maar ja, wat moet je daarmee?

Stel dat je honderd jaar oud wordt (en die kans is groter dan je denkt), wat doe je daar dan mee? Welke keuzes maak je in je werk en de rest van je leven? Afgelopen week in het nieuws: Willem Korthals Altes. De rechter die niet met pensioen wil op z’n 70e. Nu komt hij nog in de krant. Maar het duurt niet lang meer en deze klacht is heel gewoon. Nederland barst van de vitale zestigers en zeventigers die geen zin hebben om - helemaal - te stoppen met werken. (Natuurlijk, ik ken ook dertigers die nu al naar hun pensioen verlangen, maar daarover een andere keer).

Vorig jaar publiceerden Lynda Gratton en Andrew Scott, beiden hoogleraar aan de London Business School, het boek The 100-Year Life. Over hoe onze toenemende levensverwachting ons werk en de rest van de wereld gaat veranderen.

Even een paar feitjes. In 1919 werd in Nederland de pensioenleeftijd op 65 gesteld. In die tijd was de gemiddelde levensverwachting ongeveer 56 (geen tikfout). Een Nederlander die nu wordt geboren bereikt gemiddeld een leeftijd van 82 jaar. Maar, let op, waarschuwen Gratton en Scott: een groot deel van de mensen wordt veel ouder dan het gemiddelde. Meer dan de helft van de westerse kinderen van vandaag wordt ouder dan 100.

Wat betekent dit? De verschillen tussen wat we vroeger ‘jong’ en ‘oud’ noemden vallen steeds meer weg. Zestigers en twintigers lopen tegenwoordig in dezelfde kleren met dezelfde iPhone dezelfde sportschool in en uit.

Een andere observatie: de gebruikelijke indeling in drie levensfasen - leren, werken, pensioen - is achterhaald. Belangrijke reden is dat bijna niemand voor zijn 67e genoeg geld kan sparen om vervolgens tot zijn 100e een beetje ontspannen te leven. Maar in hetzelfde tempo doorbuffelen van je 20e tot - zeg - je 80e, dat is ook niet iedereen gegeven.

De kunst is om verstandig om te gaan met al die extra tijd van leven, zeggen Gratton en Scott. Zij stellen een ‘multi-stage life’ voor. Per fase in ons leven bepalen we wat we waardevol vinden en zoeken we een nieuwe balans tussen leren, werk en privé.

Lees ook Tiggelaars column van vorige week: Hoe ziet een effectieve topbestuurder eruit?

We zullen onszelf gedurende onze loopbaan dus meerdere keren moeten heruitvinden. Steeds opnieuw kijken wat je sterke punten zijn, welk werk bij je past en welke nieuwe competenties je daarvoor moet verwerven. En daarnaast moeten we bewust nadenken over de rol van relaties, gezondheid en geluk in al die verschillende fasen. Ons leven zal daardoor steeds meer bestaan uit verandering.

Stel dat dit allemaal waar is, wat moeten we dan doen? Als individu zullen we persoonlijk leiderschap moeten tonen. Bewust nadenken over onze doelen en hoe die te realiseren. En organisaties moeten serieus werk maken van leeftijdsbeleid. Dit begint met een eigen visie op werk en leeftijd. En dat zou zomaar eens kunnen beginnen met het lezen van het boek van Gratton en Scott.

Nog één dingetje. Voor ik dit boek las, dacht ik dat mijn leven al half voorbij was. Nu heb ik het gevoel dat ik nog zeeën van tijd heb. Dat scheelt een hoop haast en stress.