Interview

‘Zonder democratie gaat de euro kapot’

Thomas Piketty Ster-econoom Thomas Piketty vindt dat de eurozone een eigen parlement moet krijgen. „Hoe kan één individu 80 miljoen Duitsers vertegenwoordigen en iemand anders 65 miljoen Fransen?

Thomas Piketty doet in zijn nieuwe boekje precieze voorstellen om de eurozone democratischer te maken. Foto Franck Ferville

In 2014 veroverde hij de wereld met zijn vuistdikke magnum opus over toenemende economische ongelijkheid. Nu wil Thomas Piketty Europa hervormen. Samen met een jurist en twee politicologen doet de Franse ster-econoom in het boekje Naar een democratischer Europa precieze voorstellen om de eurozone democratischer te maken.

Een parlement met vooral leden uit nationale parlementen, aangevuld met enkele Europarlementariërs, moet het laatste woord krijgen over de economische koers. In zijn voorstel zou Duitsland daarin met 24 procent van de inwoners 24 zetels krijgen en zou zich een meerderheid aftekenen van afgevaardigden uit Frankrijk, Spanje en Italië (52 zetels). Het parlement zou niet alleen de Eurogroep (de EU-ministers van Financiën) moeten controleren, maar ook een eigen budget moeten hebben afkomstig uit collectieve heffing van vennootschapsbelasting.

Want, zegt Piketty in zijn kantoortje op de campus van de École Normale Supérieure in Parijs, het is een „illusie” te denken dat je handelsverdragen kunt afsluiten zonder intensievere fiscale en begrotingssamenwerking. Alleen zo kan de EU volgens hem het vertrouwen met de burger herstellen.

De plannen verschenen eerder dit jaar al in Frankrijk. Piketty was economisch adviseur van de socialistische presidentskandidaat Benoît Hamon, die het ‘conceptverdrag’ integraal in zijn verkiezingsprogramma opnam.

Maar Piketty bezweert dat het geen electoraal pamflet is. „Ik vind dit al heel lang”, zegt hij. „Ik ben helemaal voor vrijhandel en heb niets met protectionisme. Maar om vrijhandel te laten werken en robuuste groei te creëren, zul je belastingen moeten harmoniseren en een gemeenschappelijke begroting moeten hebben. Dan kun je tot collectieve regels komen en infrastructuur, onderwijs en onderzoek financieren om de hele eurozone vooruit te helpen.”

Want anders?

„Doen we dat niet, dan blijven landen onderling concurreren op bedrijfsbelasting en profiteren de meest kwetsbaren het minst van de globalisering. Ik geloof in de markt, maar we hebben ook behoefte aan publieke actoren, aan democratische instituties die meerderheidsbesluiten nemen.”

Het zwaartepunt ligt nu bij de Eurogroep en de regeringsleiders. Het argument is: die kunnen snel schakelen, bijvoorbeeld rond Griekenland.

„Maar zij komen niet tot rustige, weloverwogen besluiten. Hoe kan één individu 80 miljoen Duitsers vertegenwoordigen en iemand anders 65 miljoen Fransen? Je hebt in die landen grote politieke verschillen. Individuen zullen automatisch het nationale belang verdedigen. Dan kom je niet vooruit. Griekenland is juist een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Al tien jaar horen we dat het Griekse probleem na de volgende Duitse verkiezingen wordt opgelost!”

Het ontbreekt aan politiek leiderschap, zegt men dan in Brussel.

Het is voor nationale politici nu veel te makkelijk om over Europa te klagen.

„Nee, ik denk dat de mensen goed zijn en bereid samen te werken. Het zijn de instituties die ze richting inertie en slechte besluiten duwen. Maar in Brussel hoor je meestal dat de instituties perfect zijn en dat politici gewoon moeten ophouden Europa als zondebok te gebruiken.”

Waarin verschillen uw voorstellen van die van president Macron?

„Dat weet ik niet. Misschien zijn we het wel eens, maar zijn ideeën zijn tot nu toe erg vaag. Hij heeft het over een minister van Financiën voor de eurozone. Maar hij zegt niet waar die zich moet verantwoorden. Hij heeft het ook over een parlement gehad, maar bedoelt hij een deel van het Europees Parlement of wil hij nationale politici erbij betrekken?”

Waarom pleit u niet voor versterking van het Europarlement?

„Alleen nationale parlementsleden hebben een directe band met de belastingbetaler. De Bundestag zal zijn fiscale competentie voorlopig niet volledig opgeven. Zolang we nationale parlementen niet het recht en de plicht geven mee te schrijven aan Europees beleid komen we niet uit de crisis. Het is voor nationale politici nu veel te makkelijk om over Europa te klagen. Als ze medeverantwoordelijk worden, dan worden nationale verkiezingen ook een beetje Europese verkiezingen.”

Hoe had dat de situatie rond Griekenland veranderd?

„Dat zou snel opgelost zijn. Duits rechts heeft in Europa geen meerderheid. Van de 44 zetels voor rechts in het eurozoneparlement dat wij voorstellen, zijn er 12 voor de CDU. Het Franse, Italiaanse of Spaanse rechts is heel anders dan de partij van Wolfgang Schäuble die Griekenland veertig jaar wil geselen met een politiek en economisch totaal irrationeel beleid. Ik zal het niet altijd eens zijn met de beslissingen van dit parlement, maar ik denk dat het een betere en meer legitieme afspiegeling is van de Europese politiek, zónder veto’s en in openheid.”

Had Griekenland wel in de eurozone moeten blijven?

„Wie Griekenland eruit wil en hoopt dat de munt dan stabieler wordt, is een gevaarlijke tovenaarsleerling. Was dat gebeurd, dan had je bij iedere volgende verkiezing vanuit de financiële markten de vraag gekregen welk land hierna zou vallen. Dat is niet het Europa zoals we dat gebouwd hebben. Mensen die dat bepleiten zijn anti-Europeanen.”

Lees ook deze column van Caroline de Gruyter: Desintegratie van EU? Dat is voorbij

Hoe gaat u de Duitsers overtuigen?

„Europese leiders, vooral de Fransen en de Italianen, moeten hun Duitse collega’s confronteren met hun verantwoordelijkheid tegenover de geschiedenis. Als ze dit weigeren, dan denk ik dat de mensen die de euro kapot willen maken daarin slagen. Want hoe kun je aan populisten uitleggen dat je in de eurozone moet blijven terwijl Duitsland parlementaire democratie weigert?”

Begrijpt u dat Duitsers en Nederlanders een zuidelijke meerderheid vrezen?

„Nee. Dan hadden ze niet aan een gemeenschappelijke munt moeten beginnen.”

Daarom wilden ze begrotingsregels.

„Maar de grote les van de crisis is nu juist dat de automatische piloot, economische criteria waarbij de parlementaire democratie omzeild wordt, niet gewerkt heeft. Het Amerikaanse Congres is niet perfect, maar ze hebben daar betere begrotingsbesluiten genomen dan wij. Het gevolg is dat zij veel eerder uit de crisis waren.”

De Süddeutsche Zeitung schreef: het gaat Piketty niet om democratisering, maar om een andere economische koers.

„Nee. Een muntunie zonder democratie is onhoudbaar. En dat parlement zal echt niet altijd mijn kant op gaan.”

Maar uw conceptverdrag is politiek niet neutraal: u wilt alle schulden boven de 60 procent van het bbp collectief maken.

„Je moet aangeven waar het parlement iets over te zeggen heeft. Voor mij is de gemeenschappelijke bedrijfsbelasting het belangrijkst. Wat de schuld betreft: er moet een gemeenschappelijk instrument komen. Nu zijn er 19 verschillende rentepercentages waaruit de Europese Centrale Bank iedere ochtend kan kiezen. Ik vind niet dat alle schuld samengevoegd moet worden, maar een deel wel zodat er één rentetarief voor de eurozone komt.”

En als het niet lukt? Moet Frankrijk dan uit de EU?

„We moeten een kans geven aan de democratie. Het is nu alsof iedereen de schuld voor het mislukken op de ander wil afschuiven. Maar de overeenkomsten tussen Italië, Frankrijk, Duitsland en Nederland zijn veel groter dan onze verschillen. Alleen nationalistische neigingen, niet alleen van het Front National maar ook van Schäuble, verhinderen ons om het te doen.”

Het protestantse noorden van Europa heeft een andere economische cultuur dan het katholieke zuiden.

„Maar als je op lange termijn, over twee eeuwen, kijkt naar de evolutie van het bbp, dan is die exact hetzelfde in protestantse landen als in katholieke landen. Duitsland heeft de grootste inflatie van de twintigste eeuw gekend, maar heeft zijn schuld na de conferentie van Londen in 1953 niet hoeven terugbetalen. Dat heeft goede kanten: Duitsland kon de wederopbouw zonder publieke schuld aanvangen. Maar nadeel is dat het land door de inflatie getraumatiseerd is. Dus ik begrijp de gevoeligheden. Maar hyperinflatie is bepaald niet het risico nu.”

Had Frankrijk niet gewoon eerder moeten hervormen?

„We hebben vanaf 2011 te snel de tekorten terug willen brengen. Dat is de grootste fout geweest, waardoor er een tweede dip is gekomen. Je kunt moeilijk zeggen dat dat met de Franse arbeidswetten te maken heeft. Ja, als er nog meerdere munten waren geweest dan was de D-mark meer waard geworden en de frank minder en hadden we makkelijker kunnen exporteren. Maar is dat beter dan een muntunie? Nee, dat denk ik niet.”