Column

Stijl

Gisteren was ik uit eten met Z., bij wie vergeleken Humberto Tan erbij loopt als een zwerver: Z. is altijd meer dan voortreffelijk gekleed. Hij is zo’n type dat zelfs zijn ondergoed strijkt. Gisteren droeg hij roomwitte parels als manchetknopen. Het stond hem zowel elegant als stoer. Weinig mannen durven het aan om parels te dragen en ik complimenteerde hem dan ook om zijn lef.

„Dank je”, antwoordde hij, „in vroeger tijd geloofde men dat parels het verdriet van de drager konden absorberen”.

„Ben je sip?”

„Een beetje.” Hij liet zijn wijn zachtjes walsen in het glas. „Ik was afgelopen week even in Brussel, had vakantie-voor-een-dag. Ik had er drukke weken opzitten en was die ochtend spontaan in de trein gestapt. Kapotte spijkerbroek, bergschoenen, zelfs geen gel in. Eenmaal in Brussel merkte ik dat ik meer ontspannen was dan normaal. Sprak mensen makkelijker aan, bewoog me soepeler door de menigte.

„Omdat je er even uit was?”

„Omdat ik van mezelf even niet meer mooi hoefde te zijn. Ik weet”, zei hij, toen ik hem plichtmatig wilde onderbreken met de mededeling dat ik hem prachtig vond.

‘Ik weet dat ik van nature niet mooi ben. Het soort knap dat je in de bladen ziet. In mijn geval maken kleren de man, en dat is oké, schoonheid is misschien niet een verdienste, maar je hebt er toch zeker wel invloed op. Maar toen ik zo onverzorgd over straat liep, merkte ik dat het niemand iets uitmaakte. Natuurlijk, ik had iets minder bekijks (Z. heeft een prachtige dieppaarse Burberry-jas waarop hij vaak een witte kasjmieren sjaal met gouddraad draagt), maar mensen waren nog steeds vriendelijk. En ik merkte hoezeer ik ontspande. Dat maakte me verdrietig. Ik ben normaliter zo veel tijd kwijt aan hoe ik eruit zie maar blijkbaar was ik ook oké als ik erbij liep als Henk van Ingrid. Het voelde even alsof al die mooie kleren voor niets waren.”

„En toch heb je vandaag weer de moeite genomen om je uit te dossen”, zei ik. „Ja. Want ik dacht ook van jeetje, ook al heeft het dus veel minder invloed dan gedacht, ík vind het ook gewoon leuk, mode. In plaats van compensatie voor mijn uiterlijk besloot ik mijn garderobe dus voortaan te beschouwen als een hobby.”

„En draag je stiekem parels om je verdriet te absorberen.”

„Om even stil te staan dat de hobby begon met onvrede over mijn uiterlijk. Omwille van de wetenschap dat ik mezelf nog steeds opsluit in mooie kleren. Ook al is het vrijwillig, kleding blijft voor mij een kleine gevangenis.” Hij was even stil en grinnikte toen. „Maar dan wel een met tralies van de allerbeste zijde.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.