Staat moet luchtvervuiling direct aanpakken

Kort geding Milieudefensie

Rechter acht bewezen dat op aantal plekken de harde grens voor de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide niet gehaald wordt

De Nederlandse staat moet onmiddellijk maatregelen treffen om luchtvervuiling aan te pakken op plekken waar die de Europese norm overschrijdt. Dat heeft de rechter donderdagochtend in kort geding bepaald in een zaak die was aangespannen door Milieudefensie.

Er moet zo snel mogelijk een luchtkwaliteitsplan komen met het doel de overschrijdingen van de norm tegen te gaan. Ook mag de staat geen nieuwe maatregelen nemen die leiden tot overschrijding van de normen.

De rechter acht bewezen dat Nederland op een aantal punten de harde grens voor de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide niet haalt, terwijl de deadline van begin 2015 voor de staat al ruim is overschreden. Die situatie is schadelijk voor de volksgezondheid.

Het huidige plan om de normen voor de luchtkwaliteit niet te overschrijden is volgens de rechter te algemeen, met weinig aandacht voor specifieke plekken met slechte lucht. Ook blijkt er niet uit dat de situatie zo snel mogelijk zal worden aangepakt.

Voor Milieudefensie, dat volledig gelijk krijgt, betekent de uitspraak een grote overwinning. De organisatie spande het – met crowdfunding gefinancierde – kort geding aan bij de rechtbank in Den Haag, omdat een aangevraagde bodemprocedure lang op zich liet wachten.

Vooraf gaven kenners van het milieurecht Milieudefensie al een goede kans. De klacht van Milieudefensie is dat wie de wettelijk vastgelegde vervuilingsnormen overtreedt, daarop door de rechter aangesproken hoort te worden. De landsadvocaat verdedigde de staat door te zeggen dat het om een paar zeer „hardnekkige” punten langs grote wegen gaat en dat men verder op de goede weg is. De rechter ging ook mee in de eis van Miliedefensie om nieuwe maatregelen die mogelijk luchtvervuiling in de hand werken te verbieden.

Voorafgaand aan de zaak werd regelmatig de vergelijking getrokken met de grote klimaatzaak van Urgenda. In die zaak uit 2015 verplichtte de rechter de staat om meer te doen om internationaal afgesproken klimaatdoelen te halen. Die zaak was grotendeels gebaseerd op weinig concrete verdragen waar burgers maar zelden rechten aan kunnen ontlenen. De zaak van Milieudefensie baseerde zich op harde normen waar makkelijker over geprocedeerd kan worden.

In andere landen, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zijn al eerder dit soort zaken gewonnen door milieuorganisaties. Steeds vaker proberen zij er via de rechter op te wijzen dat milieumaatregelen geen vrijblijvende afspraken zijn, maar (internationale) verplichtingen.