Pionieren in een traditionele industrie

Transport

Bedrijfjes die zich tussen de grote spelers wurmen door gebruik te maken van nieuwe technologie – in de transportsector zetten ze langzaam voet aan de grond. „Grote bedrijven zijn niet zo flexibel.”

Innoveren in de transportwereld is zo gemakkelijk nog niet. Immers, een vrachtwagen blijft een vrachtwagen. En een pallet van A naar B brengen kan niet op allerlei spectaculaire manieren, of toch wel?

Optimaliseren is wel degelijk mogelijk, maar het gebeurt pas sinds kort, zegt Avishai Trabelsi, oprichter van Quicargo – een acht maanden oude start-up die transportbedrijven (deels) lege laadruimtes laat verkopen aan klanten. Kleine bedrijfjes als Quicargo proberen te pionieren tussen de grote spelers van de transportsector, door slim gebruik te maken van nieuwe technologieën. Een ander voorbeeld is het vorig jaar opgerichte Shypple, een softwarebedrijf dat de Booking.com van de zeevaartbranche wil worden. De dit jaar opgerichte start-up Hardt wil het transport zelf aanpakken: Hardt probeert een hyperloop-traject te ontwikkelen – een luchtdrukbuis waardoor goederen en mensen met zo’n 1.200 kilometer per uur vervoerd kunnen worden.

Lees meer over innovatie in de transportsector: Schoon bio-gas is perfect voor trucks

Een IT-systeem uit 1980

Waarom dat allemaal nu pas gebeurt? Dat heeft volgens zowel Trabelsi als Habets vooral te maken met het traditionele karakter van de transportindustrie. „Er zijn in de transportwereld veel familiebedrijven actief”, zegt Habets. Grote transportbedrijven kunnen zich bovendien moeilijk onderscheiden op geleverde diensten, wat voor relatief lage winstmarges in de sector zorgt. Dat levert weer relatief lage lonen op, en die maakten de markt tot voor kort onaantrekkelijk voor jong, pas afgestudeerd logistiek talent, meent Habets.

Ze proberen het wel, maar zijn niet flexibel genoeg

Daarbij liep de techniek vaak ook nog behoorlijk achter, zegt Trabelsi. Drie jaar geleden had hij zijn start-up Quicargo niet op kunnen richten, simpelweg omdat de juiste IT-systemen bij veel transportbedrijven ontbraken. Nu die er wel zijn, kunnen bedrijven data van bijvoorbeeld hun planning en routes delen. De bereidheid dat ook daadwerkelijk te doen was relatief groot in Nederland, dus begon Trabelsi zijn bedrijf hier. Voor Habets was het verzamelen van data voor de Shypple-app een grotere klus: hij plukte afvaartgegevens van websites of koopt ze in en verzamelt satellietdata om de schepen te kunnen tracken. Erg bang dat de grote spelers toch zelf ook zullen innoveren is Habets niet. „Ze proberen het wel, maar zijn niet flexibel genoeg”, zegt hij. „Of ze hebben een IT-systeem uit 1980.”