Column

Moord

Illustratie Martien ter Veen

Er is een moord gepleegd. Op klaarlichte dag in mijn straat. Het slachtoffer was een bekende. Een lokale beroemdheid. Iemand die het openbare leven er mooier op maakte. En gezonder, ook. Hij was er eigenlijk altijd. Toeristen hielden dagelijks op zo’n tien meter afstand stil om hem, de straat en de collectie fietsen aan de overkant vast te leggen. Een ontmoeting waar je thuis over op wil scheppen. ‘Kijk eens wie wij in Amsterdam zagen?’

Ik kwam nietsvermoedend op mijn huis af gelopen toen ik wat er van hem over was op straat zag liggen. Het had niet langer dan een paar minuten geduurd, zei de buurvrouw, die op het gebrul van een zaag was toegesneld. „Wat is er gebeurd?”, vroeg ik aan de buurman, die in zijn garage zat. „Ik kan nog even niet praten, ik ben te boos”, antwoordde hij.

Mannen van de gemeente waren met een wagentje en een kettingzaag voor zijn deur gestopt. Ze waren uitgestapt en er was niet met ze te praten geweest, zei de zoon van de buurman. Het was snel gegaan, en hij was weerloos.

Waar weet ik hoelang een berk stond, staat nu niets. De straat is een verzameling stenen geworden. Hij was de laatste boom in de straat. In de afgelopen twee jaar verdwenen ook twee kastanjes. Dat begreep ik nog wel. Er woeien takken af en ze hingen vervaarlijk dicht op huizen. Evengoed was het een aderlating toen ze gekapt werden. Maar dit berkje deed niemand kwaad. Hij was gezond, zijn wortels lieten de bestrating ongemoeid en iedereen hield van hem. „Maybe someone reported him”, opperde mijn Amerikaanse buurvrouw. Als in, ‘Psst… ik wil even doorgeven dat er hier al zeker tien jaar een boom in de straat staat?’, vroeg ik. Ze haalde bedremmeld haar schouders op. Er ging een verhaal rond over een jongen die heel hard op zijn scooter gereden had en gewond geraakt was nadat hij over een opstaande straatsteen reed. Zijn ouders zouden de gemeente hebben aangeklaagd en nu moesten bomen weg waarvan de wortels ‘in de weg zaten’.

Bomen wonen hier ook. Hou er rekening mee, zou je zeggen

Ik vind er niets over op internet. Je moet er ook niet aan denken dat de longen van de stad plaats moeten maken voor die vervuilende rotscooters. Andersom; graag. Op een fiets zie je zo’n hobbel makkelijk aankomen. Bomen wonen hier ook. Hou er rekening mee, zou je zeggen.

Ik belde met de gemeente. Een vriendelijke jongen stond me te woord. Ja, er was iets met de boom. Wat dan, wilde ik weten, hij zag er uitstekend uit. Even zoeken. „Ah ja”, zei hij. Het was een zaailing. Dit was een besluit van de gemeente. „U bedoelt dat hij niet gepland was? Ja, en?”, vroeg ik. „Die kunnen een probleem veroorzaken voor andere bomen.” „Maar er staan hier geen andere bomen.” Meer wist hij ook niet, maar hij vertelde wel dat we sinds het besluit in maart genomen was, bezwaar hadden kunnen maken. Binnen zes weken. Maar niemand had er bericht over gekregen. Klopt, zei hij, dat hadden we kunnen lezen op hun site. „Dus iedereen met een dierbare boom in de buurt moet die site dan maar steeds checken?” Daar kwam het inderdaad op neer.

Vorige week schreef Georgina Verbaan over de zomer waarin nazi’s uit hun holen kruipen: Je weet dat ze er zijn, toch is het schrikken als je ze ziet rondmarcheren

Je krijgt post over werkzaamheden die een kilometer uit de buurt plaats gaan vinden, maar de eventueel aanstaande dood van een geliefde boom moet je zelf maandelijks in de gaten houden. Herplanting staat niet in de planning, voegde hij nog toe. Een stille getuige van deze brute moord, zijn levenspartner ‘de klimop’ van het huis waar de berk voor stond, was van de gevel getrokken en op straat achtergelaten. Daar kon ik melding van maken. Dan zouden ze zijn resten komen ophalen. Over het waarom van de amputatie geen woord.