De staat moet luchtvervuiling tegengaan, maar hoe?

Rechtszaak luchtkwaliteit

De Nederlandse staat moet onmiddellijk maatregelen nemen om luchtvervuiling tegen te gaan, zegt de rechter. Maar welke dan?

Een milieuzone bij de Erasmusbrug in het centrum van Rotterdam. Foto Bart Maat/ANP

Het waren maar een paar „hardnekkige knelpunten” langs grote wegen waar het slecht ging met de luchtkwaliteit, betoogde de landsadvocaat eind augustus. Dat argument maakte op de rechter echter geen indruk, bleek donderdagochtend bij de rechtbank in Den Haag. Nederland voldoet niet overal aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide. Dus moet de staat direct maatregelen nemen om de luchtvervuiling aan te pakken.

Voor Milieudefensie, dat het kort geding had aangespannen, was de uitspraak een enorme opsteker. De met crowdfunding betaalde zaak kan gezien worden als het kleine broertje van de Urgenda-zaak: weer wordt een overheid via de rechter gedwongen iets te doen aan vervuiling, een trend die ook in het buitenland zichtbaar is. In de Urgenda-zaak bepaalde de rechter in 2015 dat er in 2020 een kwart minder uitstoot van broeikasgassen moet zijn dan in 1990. Vorig jaar was de uitstoot pas 11 procent lager dan in 1990.

Bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu moeten ze nu snel aan de slag. Binnen twee weken moet duidelijk zijn waar de normen precies overschreden worden. Dat is nu onduidelijk. Er is slechts sprake van globale categorieën: bij veehouderijbedrijven, in de binnensteden en langs drukke snelwegen. Daarna moet het ministerie zo snel mogelijk een luchtkwaliteitsplan maken dat zich richt op de plekken waar de norm overschreden wordt. In dat plan moet duidelijk worden dat „op de kortst mogelijke termijn” de normen gehaald zullen worden, aldus de rechter.

Rechter wil precieze aanpak

Er is nu al een plan om de normen voor de luchtkwaliteit niet te overschrijden, maar dat is volgens de rechter te algemeen. Ook blijkt er niet uit dat de situatie zo snel mogelijk zal worden aangepakt. Demissionair staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA) zei donderdagmiddag daarom dat ze de huidige aanpak wil versnellen en concretiseren.

Dat hoeft niet per se heel lang te duren, zegt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden: „Je zou kunnen zeggen: wat daar is opgeschreven met potlood gaan we nu met inkt vastleggen. Het zijn nu vooral halfbakken afspraken met de industrie.”

Als dat lukt, kan dat uiteindelijk forse gevolgen hebben, denkt Voermans. Zoals kolencentrales die misschien sneller dicht moeten en maximumsnelheden die verder omlaaggaan. „Van een snelheid van 130 naar 120 kilometer per uur maakt verschil voor het milieu. Dat is eerder al ter sprake geweest bij de Raad van State, toen bewoners in Rotterdam-Noord aantoonden dat een verhoging van de snelheid van 80 naar 100 een groot verschil zou maken.”

En dan is er nog een ander belangrijk punt uit de uitspraak: geen nieuwe maatregelen die overschrijding van de normen weer in de hand werken. Een verhoging van de snelheid naar 130 op meerdere snelwegen lijkt er dus voorlopig niet in te zitten. Voermans: „Als het RIVM aantoont dat een nieuwe weg een significante invloed zal hebben op de luchtkwaliteit, dan kunnen de spaden weer uit de grond.”

Al kan dat ook meevallen, denkt Bert Brunekreef, professor milieu-epidemologie aan de Universiteit Utrecht: „Er is nog een beperkt aantal overschrijdingen, voor stikstofdioxide, en vooral in de binnensteden. Daar kan je met verkeersmaatregelen iets aan doen. Maar nieuwe wegen zullen niet zo heel snel leiden tot plekken waar de limietwaarde wordt overschreden.”

Lees ook het commentaar van NRC over de uitspraak van de Haagse rechtbank: Het is beschamend dat de staat moet worden gedwongen tot reductie luchtvervuiling

Ideeën van Milieudefensie

Milieudefensie heeft in ieder geval genoeg ideeën voor het ministerie om aan de slag te gaan. In binnensteden moet je denken aan milieuzones, zegt Anne Knol, die namens de organisatie de campagne voor schone lucht leidt. „Het verkeer omleggen betekent dat je het vooral gaat spreiden en de boel uitsmeert. Dan kan je uiteindelijk misschien wel overal onder de norm duiken, maar dat is niet per se beter.”

Boeren in de veehouderij, die veel bijdragen aan de fijnstofproductie, moeten op lange termijn de veestapel misschien inkrimpen. Op de korte termijn denkt Milieudefensie aan het niet meer afgeven van vergunningen voor uitbreiding van de bedrijven.

De bodemprocedure, voor november gepland, gaat volgens Anne Knol van Milieudefensie gewoon door. De organisatie is dan nog ambitieuzer. „We zien dat veel argumenten van de landsadvocaat nu al onderuit zijn gehaald. Daar kan hij straks dus niks mee. We willen proberen een stap verder te gaan en ons beroepen op nog strengere normen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de mensenrechten. Dit was goede eerste stap.”